Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ voor de Jazz liefhebber Thu, 18 Jun 2026 09:30:39 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0 https://www.jazzism.nl/wp-content/uploads/2018/12/Jazzism_rood_f.png Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ 32 32 Pat Metheny kijkt altijd vooruit https://www.jazzism.nl/interviews/pat-metheny-kijkt-altijd-vooruit/ Thu, 18 Jun 2026 09:30:39 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33381 Voorspelbaar zal Pat Metheny nooit worden. Met zijn nieuwe project Side-Eye III+ slaat hij weer eens een volstrekt andere weg in. Samen met toetsenman Chris…

Het bericht Pat Metheny kijkt altijd vooruit verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Voorspelbaar zal Pat Metheny nooit worden. Met zijn nieuwe project Side-Eye III+ slaat hij weer eens een volstrekt andere weg in. Samen met toetsenman Chris Fishman, drummer Joe Dyson en bassist Daryl Johns zet hij een prachtig nieuwe sound neer die wordt gecomplementeerd door zanger Leonard Patton.

Tekst: Jean-Paul Heck | Foto’s: Jimmy Katz

Volgens hem is de zoektocht naar de juiste muzikanten het allermoeilijkst. ‘Voor elk project heb ik tegenwoordig andere muzikanten. Natuurlijk maak ik het mijzelf moeilijk, maar dit is wel de manier waarop ik wil werken. Zo wilde ik voor dit project absoluut Daryl (Johns, red.) in de band hebben. Hij is echt een fantastische muzikant, die qua niveau zo kan aansluiten bij de groten uit de geschiedenis van de jazz.’

Metheny geeft aan dat hij gek is van muzikanten die met één noot je hart kunnen raken. ‘Miles kon dat, Stan Getz kon dat, Wes Montgomery kon dat… Maar later ook Steve Swallow en Michael Brecker. Ik zoek muzikanten die naast een hoop techniek ook diepte in hun spel kunnen brengen. Dat hadden de songs op mijn nieuwe album nodig.’

Gitaar niet op de voorgrond

Metheny groeide op tussen wereldsterren van toen en absorbeerde alles wat maar mogelijk is. Al die bijna terloopse lessen neemt hij mee in zijn eigen ontwikkeling. ‘Zonder ontwikkeling is er weinig aan. Ik had jarenlang dezelfde soort platen kunnen maken, maar daar pas ik voor.’

Daarbij gaat hij zelfs zover dat hij zijn eigen instrument niet meer op de voorgrond zet. ‘Wat kan ik als gitarist nog toevoegen aan al datgene dat ik in 50 jaar heb gemaakt? Ik heb in die jaren met muzikanten gewerkt die het gangbare overstijgen. Drummer Antonio Sanchez is zo iemand. Buitenaards! Datzelfde heb ik nu met Joe (Joe Dyson, red.). Hij is jong, maar zo verschrikkelijk getalenteerd.’

Steeds blijven groeien

Metheny zegt dat hij het laatste decennium veel meer op de stoel van de luisteraar is gaan zitten. Dat besef is op dit moment heilig voor hem. ‘Wat wil de luisteraar horen en hoe ervaart die mijn muziek? Muzikanten luisteren niet vaak naar zichzelf. Althans, ik niet. Maar de luisteraar zet een Metheny-plaat vaak wel 100 keer op en daar moet ik echt rekening mee houden.’

Aan de kwaliteiten van Metheny wordt echter nooit getwijfeld. Met 20 Grammy Awards op zijn schoorsteenmantel is hij wellicht de meest succesvolle jazzmuzikant van zijn generatie. Met meer dan 50 eigen albums achter zijn naam, hoeft de Amerikaan helemaal niets meer te bewijzen. Daar is hij volgens zichzelf ook helemaal niet meer mee bezig.

‘Maar op alle gebieden wil ik blijven groeien. Zo ben ik als zeventiger een veel betere performer dan voorheen. Ook wil ik geluiden creëren die nooit eerder door een mens zijn voortgebracht. Dat klinkt wellicht wat pompeus en overdreven ambitieus, maar dat zit wel in mijn hoofd.’

Daarbij gaat hij terug naar zijn jeugd. Naar het moment dat hij voor de eerste keer een album van Jimi Hendrix op zijn platenspeler legde. ‘Eerlijk gezegd kon ik er toen niet zoveel mee. Oké, ik vond hem een goede bluesgitarist maar dat was het wel. De bewondering en verwondering kwam pas later. Hetzelfde met John Coltrane. Je hebt soms jaren nodig om te begrijpen wat iemand speelt en waarom iemand het op die manier speelt.’

Nestor voor jonge muzikanten

Vooral aan het begin van deze eeuw zocht Metheny continu uitdagingen. Zijn album One Quiet Night uit 2003 is een plaat waar hij nog altijd erg trots op is. ‘Het is een soloalbum dat ik zonder enige overdub heb opgenomen. Iets waar ik pakweg 35 jaar geleden niet aan durfde te denken. Toen moesten mijn albums perfect klinken. Nu zoek ik het veel meer in de details. Bijvoorbeeld het zoeken naar de juiste nylonsnaar voor mijn akoestische gitaar. Ik zoek naar de rijkdom, naar een geluid dat mijn hart raakt.’

Het nieuwe album is weer een kraker. Vooral de productie is van een werkelijk bizar hoog niveau. Metheny lacht. ‘Ik hou ervan om live muziek op te nemen. Na zijn laatste album MoonDial dat in 2024 verscheen, tourde hij met een hoop nieuwe muziek over de wereld. Het Side Eye-project heeft vooral als insteek het spelen met jonge en zeer talentvolle muzikanten. Als 71-jarige nestor voelt Metheny het als zijn plicht om overdrachtelijk te werk te gaan. De rol van drummer Dyson is voor hem van eminent belang. ‘Joe is zoals gezegd een fantastische speler die zijn roots heeft in New Orleans. Ik ben geboren in Kansas City en dat hoor je ook in mijn spel. Als die achtergronden samenkomen, krijg je gewoon iets heel moois.’

Steven Spielberg-albums

Metheny deelt zijn albums altijd in twee soorten op: Platen die hij in een paar dagen tijd met een aantal muzikanten in een studio opneemt en zijn zogenaamde ‘Steven Spielberg-albums’. ‘Dat zijn de albums waar ik enorm veel tijd in steek en waar ik de studio met al zijn mogelijkheden als instrument gebruik. Side-Eye III+ is een soort mengelmoes van beiden. Er staan veel herkenbare geluiden en technieken op, maar ik denk ook dat mijn fans wel verras met een aantal nieuwigheden.’

Tijdens zijn huidige tour die hem op 11 en 12 juli ook op het North Sea Jazz brengt, zal hij zeker nieuw werk laten horen. ‘Simpelweg omdat het North Sea Jazz-publiek dat ook van mij verwacht. Weet je, je zal het wellicht een cliché vinden maar er is niets mooier dan te spelen op dat festival.’

Side-Eye III+ – Pat Metheny (Uniquity Music) uit op 27 februari 2026

Concertdata:

11 en 12 juli 2026, NN North Sea Jazz, Ahoy, Rotterdam

Het bericht Pat Metheny kijkt altijd vooruit verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ https://www.jazzism.nl/interviews/billy-cobham-over-miles-davis-hij-had-weinig-woorden-nodig/ Mon, 15 Jun 2026 16:00:59 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32987 Billy Cobham speelde op de baanbrekende fusionalbums van Miles Davis. De drummer, vermaard om zijn gespierde rockenergie, kijkt terug op zijn samenwerking met de innovatieve…

Het bericht Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Billy Cobham speelde op de baanbrekende fusionalbums van Miles Davis. De drummer, vermaard om zijn gespierde rockenergie, kijkt terug op zijn samenwerking met de innovatieve trompettist. ‘Miles vertelde nooit wat we moesten spelen’

TEKST: PETER SCHONG | FOTO’S: MILES DAVIS OFFICIAL

‘Technisch gezien heb ik aan de sessies deelgenomen, maar eerlijk gezegd kan ik je niet zeggen óf ik op, of wáár ik speel op Bitches Brew. Miles gaf mij het album en zei: ‘Je speelt erop, je klinkt geweldig’. Ik zette het op en luisterde, en dacht: ‘Ik hoor mezelf, maar ik weet niet waar.’ Volgens de originele platenhoes was ik er niet bij, maar uit het latere cd-boekje bleek dat ik er wel bij was. Ik speelde ook op On the Corner, Circle In The Round, Live-Evil, en natuurlijk A Tribute To Jack Johnson. Vooral Jack Johnson. Dat is mijn favoriet.

De grijze gebieden van de repetities

Daar zit een verhaal achter. Wat we speelden op A Tribute To Jack Johnson had eigenlijk niet gespeeld moeten worden. We hadden de avond ervoor een repetitie. Miles’ repetities waren grijze gebieden. Hij vertelde nooit iemand wat ze moesten spelen, helemaal niks. Hij zei hooguit: ‘Dat is een lekkere groove, onthoud het, die moeten we spelen.’ Meer niet. Vervolgens vergat ik het natuurlijk en speelde iets anders, maar dan zei Miles: ‘Dat is niet wat je gisteren speelde, maar dit bevalt me ook.’ Er was vrijheid, omdat Miles respect had voor ons. Hij wist dat hij ons respect terugkreeg door gewoon in zijn schaduw te zijn, en een simpel ‘ja’ of een knikje als aanwijzing te krijgen. Dat was genoeg, hij had weinig woorden nodig. Wat van belang was wat je speelde. Hij zei nooit: ‘Nee, dit werkt niet.’ Daarom wisten we dat we goed zaten.’

Tip van Jack DeJohnette

‘Ik ontmoette Miles voor het eerst in 1969 tijdens een repetitie. Jack DeJohnette tipte me te komen, want hij zou vertrekken om bij Keith Jarretts nieuwe band te gaan drummen. We speelden allemaal op die avond in de Village Gate. Ik zat boven met het Junior Mance Trio, en beneden speelde Miles’ nieuwe band met Chick Corea (toetsen), Dave Holland (bas), Jack DeJohnette (drums) en natuurlijk Wayne Shorter (saxofoon). Ze deden twee sets en tussendoor kwam Jack naar boven. Ik kende hem toen niet eens, ook nog nooit ontmoet volgens mij. Hij zegt: ‘Hé Billy, zou je geïnteresseerd zijn om met Miles te werken?’ Ik wierp hem een ongelovige blik toe en antwoordde gekscherend: ‘Ja, waarom niet?’ En Jack zei: ‘Oké, ik ga hem over je vertellen en hij komt even kijken.’

‘Ik zag alleen een bril’

En inderdaad, Miles kwam naar boven toen wij speelden. De zaal was bomvol, mensen zaten te eten, het was een dinner show. Iemand zei: ‘Kijk eens omhoog.’ Ik zag Miles niet, ik zag alleen een bril. Twee grote, vierkante brillenglazen. Ik dacht: ‘Oké, hij is hier. We doen gewoon wat we altijd doen. Hij trekt zijn broek één pijp tegelijk aan, net als iedereen.’ Natuurlijk was ik vereerd, maar niet meer dan dat. Het was alledaags. In New York kwam je dit soort cats elke dag tegen.

Miles belde en mijn toenmalige vriendin nam op, het boterde eerst niet omdat zij hem niet meteen begreep. Toen ik thuiskwam was ze boos en zei: ‘Je vrienden moeten duidelijker zijn over wat ze willen.’ Ik vroeg wie er had gebeld. ‘Een of andere kerel die fluisterde en mompelde.’

Normale gang van zaken

Ik belde terug en het enige dat Miles tegen me zei was (imiteert Miles’ karakteristieke hese stem): ‘Dinsdagochtend, Columbia Records, 53rd Street, 10 uur.’ En toen hing hij op. Het was maandagavond, het was al donker, geen kans om nog te repeteren. Zo begon het.’

‘Dat was de normale gang van zaken bij Miles. Zoals toen Wayne Shorter ziek was en niet kon spelen. Miles had op de radio aangekondigd dat tenorsaxofonist Joe Henderson ‘s avonds met hem zou spelen in de Village Vanguard. Joe wist van niks. Hij arriveerde in New York voor iets anders en iemand zei tegen hem: ‘Ik kom vanavond naar je kijken in de Vanguard.’ Joe reageerde: ‘Wat? Waar?’ ‘Miles was net op de radio, je speelt vanavond met hem in de Village Vanguard.’ Joe kwam aan het eind van de eerste set binnen en Miles zei tegen hem: ‘Je bent te laat.’ Dit gebeurde aan de lopende band.’

Onzeker over mijn spel

Ik twijfelde niet toen Miles me uitnodigde bij zijn band te komen. Ik zei “nee”. Ik zag mezelf niet met hem op tournee gaan. Ik vond niet dat ik er klaar voor was. Ik voelde me onzeker over mijn spel. Ik kwam uit een andere richting dan de andere gasten. Ik had ook een sociaal probleem, de entourage paste niet bij me. Dus ik zei nee. Ik zei tegen Miles: “Wat ik graag zou willen, is mezelf opwerken tot een positie waarin ik gewoon met je kan komen spelen. Ik wil geen geld. Ik ben er nog niet klaar voor.” Die gelegenheid deed zich echter nooit voor, Miles vroeg me nooit meer voor zijn band.’

Live in Sendai, Japan

‘Ik deed bijna uitsluitend studiowerk met Miles. Slechts één keer speelde ik live met hem, en dat was op een heel bijzondere plek: Sendai in Japan. Dat is waar in 2011 de tsunami toesloeg en leidde tot de kernramp in Fukushima. Het was in 1983 of ’84 met het Gil Evans Orchestra. Het was echt een trip, man, heel speciaal. Miles was in Japan op tournee met zijn band met Al Foster, Bill Evans, John Scofield en Mike Stern, en ik zat in de bigband van Gil Evans. We waren als een leger, een soort Delta Force. Het had ongelooflijk kunnen zijn, weet je, met Hiram Bullock en iedereen daar. Maar de onderhandelingen met Miles liepen stuk en we tourden uiteindelijk alleen. Maar één keer, in Sendai, was Miles het voorprogramma. Wauw, een grote zegen.

Alles heeft verband met elkaar

Ik heb toen veel foto’s gemaakt en ik wil er een serie over maken, om dat te verbinden met de vreemde dingen die gebeurden in Sendai, de tsunami. Op een YouTube-video werd zonder mijn medeweten mijn compositie Heather van het album Crosswinds gebruikt bij beelden van de tsunami van 2011. Ze gebruiken Michael Breckers solo, die heel onheilspellend klinkt. Het past precies. Ik besefte dat alles verband heeft met elkaar, en het begon met mij en Miles in ’84, door een goddelijke voorzienigheid.’

Het bericht Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ https://www.jazzism.nl/interviews/lakecia-benjamin-we-dream-gaat-over-de-kracht-van-samenwerking/ Fri, 12 Jun 2026 10:00:36 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33008 ‘I am Lakecia Benjamin on the altosaxophone.’ Ze spreekt het uit met overtuiging als ze haar tourband eind mei voorstelt tijdens een concert in Den…

Het bericht Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

‘I am Lakecia Benjamin on the altosaxophone.’ Ze spreekt het uit met overtuiging als ze haar tourband eind mei voorstelt tijdens een concert in Den Bosch. De Amerikaanse leverde bezielende powerplay, met een band die elkaar keer op keer opstuwt. Na het concert vertelt ze over haar nieuwe album.

Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Elizabeth Leitzell 

De energieke New Yorkse muzikant brengt begin juni haar derde album We Dream uit. Na Pursuance (2020), waarmee ze John en Alice Coltrane eerde, en Phoenix (2023), haar comeback na een auto-ongeluk. Op al haar albums spelen gastmuzikanten mee, waardoor de line-up leest als de Who’s who van de hedendaagse jazz. In een eerder interview liet ze Jazzism weten dat het hard werken was om al die muzikanten zover te krijgen dat ze meededen. Dat was voordat ze naam maakte en een Grammy ontving. Dat moet nu voor We Dream toch gemakkelijker zijn geworden?

‘Het idee achter de gastartiesten op We Dream was niet om bekende namen te strikken. Ze hebben allemaal een vernieuwende kwaliteit en veranderen de muziek op hun instrument, vooral live. Ik wilde mensen samenbrengen die dat niet alleen muzikaal doen, maar ook via organisaties, door andere muzikanten te begeleiden en andere culturen te onderzoeken. Chief Adjuah (voorheen bekend als Christian Scott) doet dat allemaal en bouwt zijn eigen instrumenten. Er is geen tweede Chief. Geen tweede Terence Blanchard. Hiromi brengt de Japanese cultuur naar de Amerikaanse muziek. Bilal staat bekend om neo-soul, maar hij is ook een jazzzanger. Tank is meer een r&b-artiest, maar poëzie is een van de fundamenten van hiphop en van onze muziek. Ik wilde laten zien hoe al deze mensen hun eigen ding doen, hoe ze op hun eigen manier improviseren. En hoe dat direct verbonden is met jazz en met de toekomst ervan.’

Soundtrack bij het leven

Gaat de spoken word op ‘Ascension’ over het moment na je auto-ongeluk?

‘Nee, dat moment kwam meer aan bod op Phoenix, waar ik Sonia Sanchez en Angela Davis het woord liet voeren. Ik heb die periode afgesloten. We Dream begint ná het ongeluk, eigenlijk na de laatste Grammy-nominatie. Het nummer Ascension gaat over waar ik nu sta: hoe is het als je bent waar je bent, maar er nu andere tegenslagen zijn? Je probeert je carrière gaande te houden, jezelf te blijven ontwikkelen. Phoenix was een persoonlijke boodschap. We Dream gaat over wat we samen kunnen doen; de kracht van samenwerking. Dat symboliseren de gasten op dit album. Vandaar ook de spoken word op verschillende tracks: het plaatst de luisteraar direct in het verhaal, bijna als een film. Na de duisternis neemt elk nummer je een stap verder. Een soundtrack bij het leven.’

Levensles van Clark Terry

Je tourt bijna onafgebroken de wereld rond. Een uitputtingsslag, of zie je dat anders?

‘We moeten het product promoten. Maar ik geloof ook dat het universum je soms ergens naartoe roept, zelfs als je niet van reizen houdt. Soms kun je iemand niet bereiken via een plaat. Soms moet je naar Zuid-Korea om iemand te ontmoeten en kan wat je uitdraagt alles veranderen.’

‘Ik denk aan trompettist Clark Terry, bij wie ik speelde toen ik net begon. Ik vroeg hem waarom hij overal nog workshops en clinics gaf op zo’n hoge leeftijd. Hij vertelde me dat hij ooit in een club stond en een jonge trompettist hem bleef aanspreken. Clark wilde weg en stuurde hem ruw de deur. Jaren later stond die jongen backstage en wilde hem begroeten. Het was Miles Davis. Die zei: “Dit is niet de eerste keer dat we elkaar ontmoeten. Je stuurde me ooit weg.” Sindsdien wist Clark: je weet nooit wie je ontmoet. Wat als hij Miles Davis had ontmoedigd? Zo denk ik er nu over. Elke persoon en elke show telt meer dan je denkt.’

Zit je in een fase waarin je jongere mensen iets wil meegeven?

‘Dat geldt voor elke levensfase in jazz. Alle generaties staan met elkaar in contact. Jazz is misschien wel de enige kunstvorm waar een 20-jarige beste vrienden kan zijn met een 80-jarige, zolang je maar speelt zoals je speelt. Ik ging om met Rashied Ali tot de dag dat hij overleed. Ik had nooit het gevoel dat ik een oude man belde. Hij zat chips te eten en naar rap te luisteren en vroeg me langs te komen. In deze muziek bestaan die generatiebarrières niet.’

'Ik ben meer een vrije geest'

Hoe vond je de tijd om ‘We Dream’ te schrijven?

‘Ik probeerde onderweg te schrijven tijdens de Phoenix-tournee. Alle apparatuur mee, maar er kwam niets uit. Ik zat er maar naar te staren. Toen ik eindelijk thuiskwam, was er een verbouwing in het gebouw waar ik woon. En dacht: het is nog niet de juiste tijd. En op een dag kwamen plotseling alle ideeën tegelijk in me op. Ik begon te schrijven.’

‘Als ik Terence Blanchard in gedachten heb, schrijf ik rondom wat ik van hem hoor. Ik maak geen ander persoon van hem. Als muzikanten de studio binnenkomen, hoeven ze alleen zichzelf te zijn. De sound is al voor hen gebouwd.’

Flame Keeper met Hiromi en Chris Potter schreef ik wél volledig uit, iets wat ik normaal niet graag doe. Maar zij zijn praktische muzikanten en ik ben meer een vrije geest. Uitschrijven zorgt ervoor dat de studiodag sneller verloopt. Je wilt op dat niveau niet de hele dag iemand een partij aanleren, want dat kost energie en doodt de creativiteit. Als ze het kunnen lezen, kunnen ze daarna verder gaan dan de bladmuziek. En ik ging zelf eerst. Als ze dat zien en horen, weten ze dat ik speel wat er op dat moment in mij opkomt. Dat geeft hen de vrijheid om te improviseren.’

'Je moet een merk zijn'

Niet veel muzikanten presenteren zich zo uitgesproken en energiek als jij.

‘In jazz hebben we veel introverte muzikanten. Geweldig muzikanten, maar ze tonen hun emotie via de muziek en brengen dat niet naar buiten. Als kind was ik zelf erg verlegen. Maar dat is niet per se je persoonlijkheid, dat is wat je hebt aangeleerd.’

Zijn je opvallende outfits een bewuste keuze of tonen ze wie je bent?

‘Dat ben ik altijd. Als het niet bij mijn persoonlijkheid paste, zou ik het niet volhouden met suitcase na suitcase de wereld over. Clark Terry zei ooit: “Ze zien je voordat ze je horen.” Er zit kracht in het laten zien wie je bent. Als je Prince op het podium zag: altijd piekfijn gekleed. Dat is geen toeval. Als je mensen wilt vragen naar je te luisteren, moet je niet dezelfde kleren dragen als je publiek. Je moet een merk zijn. Als mensen “Hiromi” zeggen, zie je meteen het haar. Vertel het complete verhaal.’

Vijf jaar geleden was je nog minder bekend. Welke mogelijkheden heb je nu en welke muziek wil je nog graag maken?

‘Ik heb nu meer vrijheid. Als je een naam hebt, krijg je meer tijd om te verkennen. Na We Dream hoop ik de mogelijkheden van mijn kunst dieper te onderzoeken. Een orkest toevoegen? Een film maken? Een opera, zoals Terence doet? De afgelopen jaren was ik vol energie en stond altijd klaar om te gaan. Maar ik kijk ernaar uit om verder te gaan dan een nummer en een solo. Hoe meer mensen je bereikt, hoe meer mogelijkheden zich aandienen.’

We Dream – Lakecia Benjamin (Artwork Records) uit op 5 juni 2026

Concertdata:

17 juni 2026, Ronnie Scott’s, Londen (V.K.)
19 juni 2026, Zeeland Jazz Festival, Middelburg
20 juni 2026, LantarenVenster, Rotterdam
2 juli 2026, Gent Jazz, Gent (B)
14 november 2026, Rockit, Groningen

Het bericht Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
De mentale kracht van Mica Millar https://www.jazzism.nl/interviews/de-mentale-kracht-van-mica-millar/ Wed, 10 Jun 2026 10:00:26 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32949 De Britse singer-songwriter Mica Millar staat aan de vooravond van een internationale doorbraak. In een openhartig interview vertelt de artieste over haar liefde voor muziek,…

Het bericht De mentale kracht van Mica Millar verscheen eerst op Jazzism.

]]>

De Britse singer-songwriter Mica Millar staat aan de vooravond van een internationale doorbraak. In een openhartig interview vertelt de artieste over haar liefde voor muziek, persoonlijke uitdagingen en de inspiratie achter haar nieuwe album 'A Little Bit Of Me'.

Tekst: Arjan Klaver

Wat vooral opvalt is Millars oprechte passie voor songwriting en haar sterke verbondenheid met emoties, natuur en menselijke relaties. Dat werd duidelijk tijdens het gesprek met de 38-jarige zangeres uit Manchester. Terwijl ze in haar studio annex werkkamer een shagje draait, vertelt Millar dat ze al op jonge leeftijd liedjes en gedichten schreef. Ze toont een blauw schriftje dat ze zorgvuldig bewaart.

Morrissey

‘Het voelde alsof muziek míj heeft gekozen. Manchester heeft een grote invloed gehad op mijn ontwikkeling als artiest. De stad staat bekend om haar rijke muziekcultuur. Mijn vader was drummer in een bandje en als kind ging ik regelmatig mee wanneer hij optrad in bekende clubs en cafés. Hij heeft zelfs ooit auditie gedaan toen Morrissey (ex-The Smiths, red.) solo ging. Die baan kreeg hij uiteindelijk niet, maar het muzikale milieu van de stad wakkerde bij mij het verlangen aan om zelf muzikant te worden.’

Ernstige rugblessure

Een belangrijk keerpunt in haar leven was een ernstige rugblessure. Millar beschrijft hoe die periode haar dwong diep in zichzelf te zoeken naar kracht en doorzettingsvermogen. ‘De onzekerheid over mijn herstel maakte grote indruk op mij. Als ik over vijf jaar nog steeds zoveel pijn zou hebben, wist ik niet hoe ik daarmee zou moeten leven. Juist die moeilijke periode gaf mij uiteindelijk de mentale kracht die ik nodig had.’

Vrijheid en innerlijke rust

Voor haar nieuwe album zocht Millar bewust afstand van het drukke stadsleven. Niet Manchester, maar het avontuur en de joie de vivre van Frankrijk vormden haar inspiratiebron. ‘Tijdens een reis door Zuid-Frankrijk, vooral in de Provence, vond ik rust aan de rivieren en in de natuur. Die ervaring leidde tot het spiritueel geïnspireerde nummer Oh Freedom. Dat lied gaat over vrijheid, innerlijke rust en een gevoel van vernieuwing.’

Ook persoonlijke relaties vormen een belangrijke inspiratiebron. ‘Het nummer Hand On My Soul schreef ik mede naar aanleiding van de liefdevolle relaties binnen mijn familie. See You On The Other Side ontstond vanuit mijn ervaringen met emotionele schommelingen en hormonale cycli. Door mijn gevoelens beter te begrijpen, vond ik nieuwe inspiratie voor de muziek op mijn album.’

Amy Winehouse

Vooral de combinatie van jazzinvloeden, soul en klassieke girl groups uit de jaren 60 spreekt haar aan, aangevuld met een vleugje van de muzikale erfenis van Amy Winehouse. Tegenwoordig runt Mica Millar haar eigen platenlabel en werkt ze aan een internationale promotiecampagne.

Na haar debuutalbum Heaven Knows uit 2022 en de successen tijdens optredens in Duitsland en Nederland bereidt ze zich nu voor op een uitgebreide Europese tournee. Daarbij staat op 4 oktober ook een optreden gepland in de Amsterdamse Tolhuistuin. ‘Ik kan niet wachten.’

A Little Bit Of Me – Mica Millar (Golden Hour Music) uit op 5 juni 2026

Concertdata:

2 oktober 2026, Doornroosje, Nijmegen
3 oktober 2026, LantarenVenster, Rotterdam
4 oktober 2026, Tolhuistuin, Amsterdam

Het bericht De mentale kracht van Mica Millar verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Soulzanger Jalen Ngonda: ‘Muziek maken is soms net een baan’ https://www.jazzism.nl/interviews/soulzanger-jalen-ngonda-muziek-maken-is-soms-net-een-baan/ Fri, 05 Jun 2026 10:23:28 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32912 Jalen Ngonda’s nieuwe album ‘Doctrine Of Love’ is gevarieerder van opzet dan zijn debuut. De totstandkoming ervan noemt hij nadrukkelijk een groepsproces. Samenwerken betekent voor…

Het bericht Soulzanger Jalen Ngonda: ‘Muziek maken is soms net een baan’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Jalen Ngonda’s nieuwe album 'Doctrine Of Love' is gevarieerder van opzet dan zijn debuut. De totstandkoming ervan noemt hij nadrukkelijk een groepsproces. Samenwerken betekent voor hem een gedeelde inspanning. ‘Eerlijkheid is het sleutelwoord.’

Tekst: Marcel Haerkens | Foto’s: Rosie Cohe

Doctrine Of Love kwam tot stand in nauwe samenwerking met onder anderen producers/arrangeurs Michael Buckley en Vincent Chiarito, die deel uitmaakten van Charles Bradley & His Extraordinaires, een van de paradepaardjes van Ngonda’s platenlabel Daptone. En die nu dus vaste krachten zijn in diens eigen muzikale universum.

Opmerkelijk is dat bij de credits van de songs, die Ngonda voornamelijk met het tweetal samen schreef, telkens exact het percentage van ieders aandeel wordt vermeld. ‘Eerlijkheid is het sleutelwoord dat op dit album van toepassing is’, verklaart Ngonda dit ongebruikelijke principe. ‘Het gaat er niet om wie bovenaan in de rangorde staat, maar om ere wie ere toekomt.’ Die nuchtere houding typeert zijn werkwijze. Samenwerken is voor hem geen hiërarchisch proces, maar een gedeelde inspanning.

Met beide benen op de grond

Met zijn fluwelen falset en diepe worteling in de soultraditie van de jaren 60 en 70 lijkt Jalen Ngonda op het eerste gehoor een artiest uit een andere tijd. Maar schijn bedriegt. Achter de warme, nostalgische klank van zijn muziek schuilt een maker die met beide benen op de grond staat. Wars van grote concepten en vertrouwend op gevoel en vakmanschap.

Doctrine Of Love klinkt als een grote ode aan de liefde, maar Ngonda nuanceert die constatering. ‘Het is geen statement’, zegt hij. ‘Mensen noemen het een viering van de liefde, maar dat was niet mijn bedoeling. Het zijn gewoon de liedjes die ik geschreven heb in een bepaalde periode.’
‘Het is geen bewuste keuze. Natuurlijk, wie het album beluistert hoort een duidelijke rode draad: liefde, verlangen, eenzaamheid, verlies. Maar dat zijn precies de klassieke thema’s die zo diep verankerd zijn in de soulmuziek waar ik van hou. Het zit er gewoon allemaal automatisch in.’

Onmiskenbaar schatplichtig

‘De titel Doctrine Of Love suggereert voor jou misschien een uitgewerkt idee, maar ontstond eerder per ongeluk. Ik gebruikte een woord waarvan ik dacht dat het iets anders betekende en liet het uiteindelijk staan. Het klonk gewoonweg goed’, legt hij uit. ‘Soms is dat genoeg.’

Dat luisteraars geneigd zijn lagen en interpretaties te zoeken begrijpt Ngonda wel. Toch verklaart hij dat de meeste van zijn teksten intuïtief ontstaan. ‘Er hoeft heus niet altijd een filosofisch idee of politieke stellingname geuit te worden. Ik schrijf gewoon wat me invalt. Rijmwoorden, ideeën. Niet alles hoeft een diepere betekenis te hebben. Het moet goed klinken en de luisteraar moet er zich prettig bij voelen. Dat mag je gerust escapisme noemen.’

Ngonda’s geluid is onmiskenbaar schatplichtig aan grootheden als David Ruffin van The Temptations, Sam Cooke, Curtis Mayfield en Marvin Gaye. Ook de elegante arrangementen van Burt Bacharach klinken door in zijn werk. Toch wijst hij het label ‘retro’ resoluut af. ‘Deze muziek is nu gemaakt’, zegt hij. ‘Door mensen van nu. Alleen maak ik soms gebruik van een stijlvorm die al bestaat.’

Ook slechte liedjes schrijven

De totstandkoming van het album had weinig te maken met een plotselinge golf van inspiratie. Ngonda beschrijft het proces eerder als een vorm van routine. ‘Tijdens sessies in New York werkte ik wekenlang volgens een strak schema: elke ochtend de studio in, schrijven, proberen, verwerpen, opnieuw beginnen. Ja, het is net een baan’, zegt hij lachend. ‘Je komt opdagen en doet je werk. Soms lukt het, soms niet.’ Die aanpak levert niet alleen sterke nummers op, maar ook mislukkingen. Dat hoort erbij. ‘Professioneel zijn betekent ook dat je slechte liedjes schrijft’, legt hij uit. ‘Dat vergeet men weleens. Je moest eens weten hoeveel mislukte probeersels in de prullenbak terechtkomen. Gelukkig heb ik talentvolle mensen om me heen.’

Ngonda wil maar zeggen: hoewel zijn muziek moeiteloos klinkt, zit er een duidelijk ambacht achter. Hij en zijn vaste medewerkers moeten hun uiterste aan ervaring en muzikale kennis benutten om tot een goed resultaat te komen. Toch blijft dat moeilijk meetbaar. ‘Wat goed is, is subjectief’, vindt hij. ‘Of een liedje echt iets losmaakt, merken we pas als we het live voor een publiek spelen. Dan weet je pas echt dat het goed is. Een heerlijk gevoel is dat.’

Gorillaz

Als gesjeesde student van het door Paul McCartney mede opgerichte Liverpool Institute For Performing Arts is het inmiddels alweer ruim tien jaar geleden dat Ngonda, oorspronkelijk een Amerikaan, van Liverpool naar Londen verkaste. Waar hij in het begin nog worstelde met heimwee naar zijn geboorteland, heeft hij in de Britse wereldstad ondertussen een leven opgebouwd. Hij beschouwt het inmiddels als zijn thuis. Al blijft hij volgens eigen zeggen toch de kleine jongen die in Wheaton, Maryland opgroeide. ‘Je maakt nieuwe vrienden, leert de omgangsvormen kennen en natuurlijk valt hier op muziekgebied veel nieuws te ontdekken.’

Dat laatste blijkt onder meer als Damon Albarn, de voormalige frontman van Blur, en Jamie Hewlett hem benaderen om een bijdrage te leveren aan hun virtuele multimedia project Gorillaz. ‘Het nummer was er al. Ik mocht mijn stem toevoegen.’ Hij spreekt met respect over Albarn, maar plaatst de samenwerking tegelijk in perspectief. Voor Ngonda maakt het weinig uit met wie hij werkt; bekend of onbekend. ‘Het gaat om de muziek. En om de mensen. Londen is echt een universele stad die me misschien wel zal inspireren om nieuwe muzikale wegen in te slaan. Vroeger luisterde ik consequent alleen maar naar muziek uit de jaren 40, 50 en 60. Tegenwoordig ben ik bijvoorbeeld ook zeer gecharmeerd geraakt door het werk van Britse indie-acts als Arctic Monkeys en Miles Kane. Dus wie weet.

Doctrine Of Love – Jalen Ngonda (Daptone Records) uit op 5 juni 2026

Concertdata:

14 juni 2026, Ziggo Dome, Amsterdam
10 juli 2026, North Sea Jazz Festival, Rotterdam
1 en 2 oktober 2026, Paradiso, Amsterdam
3 oktober 2026, Oosterpoort, Groningen

Het bericht Soulzanger Jalen Ngonda: ‘Muziek maken is soms net een baan’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Gregory Porter: ‘Ik vraag het publiek om hun hart open te stellen’ https://www.jazzism.nl/interviews/gregory-porter-ik-vraag-het-publiek-om-hun-hart-open-te-stellen/ Fri, 29 May 2026 10:00:51 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32765 Op 29 juni staat meervoudig Grammy Award-winnaar Gregory Porter met het befaamde Metropole Orkest in het Olympisch Stadion in Amsterdam. De zanger kwam speciaal naar…

Het bericht Gregory Porter: ‘Ik vraag het publiek om hun hart open te stellen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Op 29 juni staat meervoudig Grammy Award-winnaar Gregory Porter met het befaamde Metropole Orkest in het Olympisch Stadion in Amsterdam. De zanger kwam speciaal naar Nederland om hierover te praten én verklapt dat er een nieuw album aankomt.

Tekst: Angelique van Os | Foto: Erik Umphery

Vanachter zijn zonnebril toont Gregory Porter zijn hartelijke twinkelogen en grote glimlach. De sympathieke zanger heeft een goede dag uitgekozen om interviews te geven, want de zon schijnt volop in Amsterdam. We zitten buiten op een rustig terras en Porter vertelt hoezeer hij uitkijkt om opnieuw met het Metropole Orkest samen te werken.

Miljoenen views
Hun samenwerking gaat al bijna 15 jaar terug. Het eerste gezamenlijke concert was in 2012 in Paradiso. Porter herinnert zich dit optreden nog goed, want hij was ziek die avond. ‘Ik was zo zenuwachtig en bezorgd dat het niet goed zou gaan. Jaren later zei iemand tegen me dat het een geweldig concert was en dat het miljoenen views heeft op de socials. Ik was enorm verbaasd en ben het gaan checken. Je hoort dat ik wat hees ben – ik had enorme keelpijn -, maar het klinkt eigenlijk heel mooi. En voor mij het belangrijkste: het raakt mensen.’

Nieuw weerzien Metropole Orkest
In de daaropvolgende jaren volgden meer succesvolle concerten met het Metropole Orkest, zoals in TivoliVredenburg, tijdens het North Sea Jazz Festival en drie concerten in Koninklijk Theater Carré in 2018. Inmiddels zijn we 8 jaar verder, dus hoog tijd voor een nieuw weerzien, wederom onder begeleiding van dirigent Vince Mendoza. Overigens is dit vooralsnog het enige concert van de zanger dat dit jaar in Nederland gepland staat.

Intimiteit op het podium
Hoe probeert Gregory Porter de intimiteit te behouden van zijn songs, nu hij vaker optreedt in stadions en grote concerthallen als het Olympisch Stadion, The Royal Albert Hall, Ziggo Dome en The Hollywood Bowl, zeker wanneer hij met een groot orkest speelt? ‘Met het orkest moet ik iets harder werken om intimiteit te behouden en publiek persoonlijk te bereiken. Met mijn band hoef ik maar met mijn vingers te knippen en ik kan de hele trein vertragen. Ik neem dan het roer over wanneer ik merk dat het nodig is. Bij het orkest werkt dat natuurlijk niet zo, maar ik ben in goede handen bij Vince. Ik ken zijn stijl en hij weet precies waar de breekbare punten in mijn songs zitten. Daar geeft hij mij de ruimte.’

Interactie publiek
Porter geeft toe dat hij het best een uitdaging vindt om op dergelijke grote podia te zingen. Hij moet letterlijk zijn armen wat verder uitstrekken en ruimte innemen op de bühne, maar het zit vooral in de interactie met het publiek. ‘Ik vraag het publiek om hun hart open te stellen en het is bijzonder als dat daadwerkelijk gebeurt. Soms resoneert het publiek met elkaar op mijn muziek. Ze beginnen te juichen of schreeuwen, lachen om mijn grappen of juist helemaal niet. Het is fascinerend hoe dit werkt, want het publiek heeft zijn eigen persoonlijkheid en dat is elk optreden anders’, aldus de zanger.

Het repertoire van het concert met het Metropole Orkest bestaat voornamelijk uit stukken van de albums All Rise (2020) en Still Rising (2021), waarvan een aantal speciaal gearrangeerd zijn voor deze setting. Veel wil hij er nog niet over kwijt, want het is nog een work in progress.

Schrijfmodus
Wel deelt Porter dat hij in de schrijfmodus zit en dat hij na het concert eind juni de studio induikt om nieuw materiaal op te nemen. Uiteraard zal hij zich op actuele en sociale thema’s storten, zoals hij vaak in zijn werk doet, zoals hoge olieprijzen, economische en politieke spanningen. Porter: ‘Soms kan muziek zowel iets in beweging brengen, als een oase van rust zijn. Als ik luister naar de reacties van mensen na mijn optredens, dan merk ik dat ze er een zekere mate van troost en heling uit halen. Ik hoop dat ik dat in mijn nieuwe muziek kan blijven bijdragen.’

Afscheid ouder repertoire
De zanger kijkt daarnaar uit, maar wordt er ook een beetje weemoedig van. ‘Het concert met het Metropole Orkest is sowieso speciaal voor mij, los van het hoge speelniveau. Misschien neem ik daarmee een beetje afscheid van een aantal songs van mijn oudere repertoire. Om ruimte te maken voor het nieuwe.’ Wanneer ik hem vragend aankijk, schiet Porter in de lach. ‘Toen ik Be Good opnam, sneuvelden daarna een aantal stukken van Water. En daarna gebeurde hetzelfde met songs van Be Good toen Liquid Spirits verscheen, enzovoort. Veel songs speel je dan bijna niet meer live. Dat is nou eenmaal zo wanneer je veel repertoire opbouwt, dat verdwijnt dan van je setlist.’

10 jaar Take Me To The Alley
Stukken die in ieder geval ‘nog niet verdwijnen’, zijn die van het Grammy-winnende album Take Me To The Alley. In mei bestaat het album 10 jaar en dat wordt gevierd met een speciale vinyluitgave. Porter kan niet precies vertellen wat dat inhoudt, maar we weten inmiddels dat het een gelimiteerde oplage is van twee feloranje elpees, met de extra dancetrack van Rules Remix op Holding On.

Herinneringen
Hoe belangrijk was dit album vanuit een muzikaal perspectief voor Porter? ‘Heel belangrijk. Voor dit album putte ik – zoals je weet – uit herinneringen uit mijn jeugd. Hiervoor ging ik in gedachten terug naar de steegjes waar van alles gebeurde – ik gebruik dat woord -, maar eigenlijk was het mijn straat, Lakeview Avenue in Bakersfield, waarnaar ik verwijs. Hier ging mijn moeder naar de kerk. Ik groeide daar op met mijn broers en zussen en heb er veel meegemaakt. Kort na de release van het album keerde ik terug naar mijn geboorteplaats, waar zoveel herinneringen liggen. Inmiddels woon ik er alweer aardig wat jaren met mijn gezin, waar we nieuwe herinneringen maken, die zeker een plek krijgen in mijn (nieuwe) muziek.’

Kaarten voor het concert van Gregory Porter en het Metropole Orkest op 29 juni 2026 zijn verkrijgbaar via gregoryporterlive.nl 

Het bericht Gregory Porter: ‘Ik vraag het publiek om hun hart open te stellen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Gabrielle Cavassa: ‘Diavola is net als ik: dramatisch, emotioneel en absoluut Italiaans’ https://www.jazzism.nl/interviews/gabrielle-cavassa-diavola-is-net-als-ik-dramatisch-emotioneel-en-absoluut-italiaans/ Thu, 21 May 2026 06:52:03 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=31928 De Amerikaanse jazzzangeres debuteert op Blue Note met een album over alles wat ze liever niet van zichzelf wilde weten. Tekst: Annie van der Velde | …

Het bericht Gabrielle Cavassa: ‘Diavola is net als ik: dramatisch, emotioneel en absoluut Italiaans’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

De Amerikaanse jazzzangeres debuteert op Blue Note met een album over alles wat ze liever niet van zichzelf wilde weten.

Tekst: Annie van der Velde |  Foto’s: Roeg Cohen

In Californië lieten Cavassa’s Italiaans-Amerikaanse ouders haar al op jonge leeftijd kennismaken met verschillende soorten muziek. Zo ontwikkelde ze haar eigen manier van zingen en een heel persoonlijke benadering van songs. Na een bachelor in muziek verhuisde ze naar New Orleans om daar in lokale clubs te spelen. In 2021 won ze de prestigieuze Sarah Vaughan International Jazz Vocal Competition. Op onconventionele wijze kwam ze vervolgens in contact met Joshua Redman, wat resulteerde in haar bijdrage aan zijn album Where Are We (2023) en een uitgebreide internationale tournee. 

Met haar eerste soloalbum bewijst Gabrielle Cavassa dat ze meer is dan de veelbelovende stem op Joshua Redmans album uit 2023. Op Diavola (Duivel in het Italiaans, red.) confronteert ze zichzelf en haar luisteraars met jaloezie, verlangen en het ongemak van vrouw-zijn. Een gesprek over maskers, muzikanten en het meisje dat zong met gesloten ogen.

Samenwerking met Joshua Redman

Er wordt gezegd dat je een van de grootste zangtalenten in jazz bent. Wat vind je daarvan?

‘Op dit moment gebeuren er veel mooie dingen in de muziekwereld en er zijn ontzettend veel geweldige zangers. Ik ben vooral dankbaar dat ik nu, bij de release van mijn album, een interview als dit mag geven. Het is geweldig om over mijn album te kunnen praten en dat mensen naar mijn muziek luisteren.’

Je was te horen als gastartiest op het album van Joshua Redman. Hoe kwam dat zo? 

‘Dat verliep nogal ongebruikelijk. De manager van Josh was op een bruiloft waar ik zong. Ze filmde een nummer en stuurde dat naar hem door. Waarschijnlijk waren ze op dat moment al bezig met plannen voor een album met een zangeres. Ze sprak me niet ter plekke aan, maar had wel mijn nummer gekregen. De volgende ochtend zag ik dat ze me meerdere keren had gebeld en graag wilde afspreken. Ze vroeg om al mijn materiaal en twee weken later belde Josh me zelf. We hadden een gesprek, waarna hij vroeg of ik wilde meewerken aan het album. We kenden elkaar daarvoor helemaal niet. Uiteindelijk raakten we bevriend en werkte ik niet alleen prettig samen met Josh, maar met de hele band.’

Gabrielle op tournee met het Joshua Redman Quartet

Heeft die samenwerking jouw blik op je carrière veranderd?

‘Absoluut. Ik ben altijd ambitieus geweest en vastbesloten om een carrière op te bouwen, maar ik wist niet hoe dat eruit zou zien. Door met Josh te werken zag ik van dichtbij hoe het eraan toegaat aan de top van de jazzwereld. Ik had als sideman niet de volledige verantwoordelijkheid en kon daardoor observeren en leren. Dat heeft mijn kijk op wat mogelijk is enorm veranderd. Het is echt een voorrecht voor een zanger om dat te mogen meemaken. Het heeft mijn leven veranderd.

Diavola: het masker dat de waarheid vertelt

Hoe ontstond het idee voor Diavola?

‘Om dingen te verwerken waar ik me ongemakkelijk bij voelde – ijdelheid, jaloezie, woede, geweld – heb ik het personage Diavola bedacht. Ik wilde die gevoelens niet zelf hebben. Het is ongemakkelijk om boos te zijn, zeker als vrouw voel je de druk om perfect te zijn. Die emoties verdwijnen niet zomaar, ook niet als je volwassen wordt. Diavola is eigenlijk een andere versie van mezelf. Dramatisch, emotioneel en absoluut Italiaans. Via haar kon ik die gevoelens onderzoeken en toelaten.’

Je brengt een evenwicht aan tussen eigen nummers en herinterpretaties. Hoe bepaal je welke bij je passen?

‘De standards die ik heb gekozen passen bij het perspectief van Diavola. Een masker dragen om de waarheid te vertellen. Sommige liefdesliedjes gaan over het verlangen naar liefde, maar er niet echt toegang toe hebben. Ze is een beetje een eenzaam personage. En Raindrops Keep Falling On My Head: mijn moeder gaf me ooit een muziekdoosje. Dat liedje bleef maar in mijn hoofd hangen, maar op het album heeft het een heel andere betekenis gekregen.’

De droom van een droomband komt uit

Hoe heb je al die geweldige muzikanten voor je album weten te strikken?

‘Blue Notes Don Was belde me ongeveer zes maanden nadat ik bij Blue Note had getekend. Hij vroeg: ‘Heb je al nagedacht over je eerste album?’ Natuurlijk had ik dat. Toen vroeg hij: ‘Als je iedereen mocht kiezen, wie zou je dan willen?’ Dat was een van de gekste vragen die ik ooit heb gekregen. Ik noemde meteen drummer Brian Blade en bassist Larry Grenadier. Met Brian had ik al gewerkt voor Joshua’s album, dus daar was al een band en echt vertrouwen. Josh bracht me vervolgens in contact met gitarist Jeff Parker, van wie ik groot fan ben. We zijn ruim een jaar voor de opnamen samen gaan werken. Zo konden we een paar optredens doen om de muzikaal chemie te verkennen.’

Hoe creëer je als zanger ruimte voor jezelf binnen zo’n sterk ensemble?

‘Juist doordat zij zulke geweldige muzikanten zijn. Ik heb mensen gekozen die ruimte voor mij creëren. Ik hoef niets te doen om mezelf erin te plaatsen — ze zijn zo gevoelig, zo bereidwillig en zo goed in staat om zich aan te passen aan mijn energie en keuzes. Daarom wilde ik met hen werken. Ze creëerden de ruimte voor mij. Het was makkelijk om in te stappen.’

Elke avond opnieuw in de huid van Diavola

Kruip je tijdens liveoptredens echt in de huid van Diavola?

‘Tot op zekere hoogte wel. Voor mij voelt optreden altijd als een transformatie. Overdag ben ik heel anders dan wanneer ik ’s avonds het podium op ga met hakken, make-up en een jurk. Dat helpt me om in die wereld te stappen. Joshua heeft me bovendien geleerd hoe bijzonder het is om avond na avond dezelfde muziek te spelen. Dat klinkt misschien repetitief, maar het tegenovergestelde is waar: het stelt je in staat om je in de muziek te verdiepen en zo krijgt de muziek iedere avond een andere betekenis. En ik vind het geweldig; het verveelt nooit. Omdat het elke avond kan zijn wat je maar wilt.

Na je studie bleef je eerst in Californië, om vervolgens naar New Orleans te verhuizen. Wat deed die stad met je als zangeres?

‘Ik begon tijdens mijn studie met optredens in San Francisco. Het was een heavy scene, en mijn doel was altijd om indruk te maken op de jongens in de band — we deden het voor elkaar. In die tijd sloot ik mijn ogen tijdens het zingen en ging ik op in mijn eigen wereld. Het publiek was niet echt van belang, en zij waren ook niet geïnteresseerd.

Toen ik naar New Orleans verhuisde, werd ik meteen geconfronteerd met een totaal ander paradigma: de muziek is er zo duidelijk voor het publiek. Mensen komen er om muziek te beleven en ze creëren een cultuur die echt voor de luisteraar is.

Als zanger realiseerde ik me daar pas echt hoe direct een stem mensen kan raken. Iedereen heeft een stem, dus het is het meest menselijke instrument dat er bestaat. Sindsdien ben ik me veel bewuster geworden van mijn rol op het podium, en ik waardeer die nieuwe invalshoek. Met Diavola voel ik hoever ik ben gekomen sinds dat meisje dat met gesloten ogen in een bar stond te zingen.’

Diavolo – Gabrielle Cavassa (Blue Note) uit op 1 mei 2026

Het bericht Gabrielle Cavassa: ‘Diavola is net als ik: dramatisch, emotioneel en absoluut Italiaans’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Jasmine Myra is waar het licht valt https://www.jazzism.nl/interviews/jasmine-myra-waar-het-licht-valt/ Wed, 20 May 2026 10:00:36 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32224 Met ‘Where Light Settles’ voltooit saxofoniste en componiste Jasmine Myra een indrukwekkende debuuttrilogie. Een gesprek over groeien als muzikant en schrijven voor strijkers. Tekst: Dick…

Het bericht Jasmine Myra is waar het licht valt verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Met ‘Where Light Settles’ voltooit saxofoniste en componiste Jasmine Myra een indrukwekkende debuuttrilogie. Een gesprek over groeien als muzikant en schrijven voor strijkers.

Tekst: Dick Hovenga | Foto’s: Amber Derrick

De glans die Jasmine Myra met haar debuut Horizons (2022) en opvolger Rising (2023) achterliet wordt met haar nieuwe album nog eens extra opgepoetst. De groei in haar spel, haar manier van componeren en de arrangementen die ze daarbij schreef, laten een groot aanstormend talent in volle bloei horen. Lange tijd was ze een belangrijke speler in de jonge jazzscene van Leeds. Nu heeft ze haar nieuwe thuis gevonden in Londen.

Vijf dagen in de studio

‘Het was een mooi proces om dit nieuwe album met de hele band en de strijkers in een live-setting op te nemen’, vertelt Myra. ‘We hadden vijf dagen in de studio. Het was ook mijn eerste album zonder de directe hulp van Matthew (Matthew Halsall, trompettist en eigenaar van Gondwana Records), dus alles was behoorlijk spannend.’

‘Matthew heeft mij enorm geholpen bij het bepalen van de sound van mijn debuut. Zijn muzikale ervaring was van doorslaggevende betekenis voor Horizons. Hij keek mee naar de stukken die ik had geschreven en pushte me, op de goede manier, om in de arrangementen het avontuur op te zoeken en soms groter te durven denken. Rising voelde daarna veel logischer om te maken. Voor dit album stapte Matthew opzij, omdat hij vond dat ik het nu zelf kon. Maar toen ik besloot het album met band en strijkers live op te nemen, stelde hij voor om Ozzy van Ancient Infinity Orchestra te vragen me daarmee te helpen. Ozzy en ik kennen elkaar uit de rijke jazzscene van Leeds en we zijn daar vrienden geworden. Zijn creativiteit en positivisme maakten het opnemen van Where Light Settles een heel fijne ervaring.’

Meer ruimte voor de band

‘Waarin verschilt Where Light Settles van zijn voorgangers? ‘Misschien is dat bij de eerste beluistering niet meteen hoorbaar, maar ik wilde de muzikanten in mijn band meer ruimte geven. Ik heb de arrangementen zelfs wat meer naar hen toegeschreven, iets wat ik op mijn eerste albums nog niet deed. Logisch als je je eigen klankkleur aan het ontdekken bent, denk ik. Maar omdat ik al heel lang met deze band speel en volledig vertrouwen voel, was de volgende stap om met hen in gedachten de arrangementen vorm te geven.’

‘Waar Ben Haskins met zijn gitaarspel op Rising nog een grote rol speelde, is dat nu vooral Jasper Green. Zijn pianospel is de afgelopen jaren zo gegroeid dat hij een belangrijkere plek op het nieuwe album verdient. En ik ben heel blij met dat besluit, want zijn spel klinkt prachtig binnen de nieuwe setting.’

Schrijven voor strijkers

‘Ik heb de afgelopen jaren veel naar nieuwe klassieke muziek en naar elektronische muziek geluisterd. Veel soundtracks ook. De sfeer die die oproepen heb ik geprobeerd te verwerken in mijn nieuwe stukken. Het was de eerste keer dat ik voor strijkers arrangeerde, en dat luisteren heeft me daarin enorm geholpen. Ik wilde veel van die invloeden terug laten komen, zowel in de korte als in de lange stukken.’

‘Schrijven voor strijkers werd steeds interessanter toen ik begon te begrijpen hoe die instrumenten in verschillende lagen diepte brengen. Het gaf me nog meer controle over hoe alles zou klinken.’

Extra energie door gastspeler

‘Een heel grote verrassing was de komst van tenorsaxofonist Matt Carmichael. Hij is een van mijn favoriete muzikanten in de huidige Britse jazzscene. Ik had nooit verwacht dat hij op mijn uitnodiging in zou gaan. Zijn komst vanuit Schotland gaf veel energie aan de opnamen. Op het moment dat hij zijn solo oppakte, zag ik iedereen in de band opveren en elkaar extra energie geven. Een magisch moment.’

‘Zijn komst was ook een geweldige boost voor mijn zelfvertrouwen. In het begin van mijn carrière heb ik last gehad van onzekerheid die soms zwaar opspeelde. Ik heb me daar ook op het podium over uitgesproken. Dat hielp me om er beter mee om te gaan. Matthew is daarin heel belangrijk voor me geweest. Het feit dat Matt mijn muziek goed genoeg vindt om op mijn album mee te spelen, gaf me nog een extra boost.’

Europese tour

‘Ik speel een paar losse optredens in het voorjaar en in de zomer. Het echte touren begint pas in het najaar. Veel optredens in mijn thuisland, maar Europa komt daar zeker bij. Pasgeleden deden we nog een weeklange tour langs kleine clubs in Duitsland, en dat beviel heel goed. Daar gaan we zeker naar terug, nu naar wat grotere zalen. In Nederland en België vallen de boekingen nog wat tegen. Ik hoop dat daar nog wat bij komt, want ik speelt juist heel graag bij jullie.’ 

Where Light Settles – Jasmine Myra (Gondwana Records) uit op 15 mei 2026

Concertdata: 

24 mei 2026 Jazz Middelheim

Het bericht Jasmine Myra is waar het licht valt verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Tachtig jaar Metropole Orkest: vooruitstrevend op het hoogste niveau https://www.jazzism.nl/interviews/tachtig-jaar-metropole-orkest-vooruitstrevend-op-het-hoogste-niveau/ Thu, 14 May 2026 10:00:33 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=31875 Het Metropole Orkest viert zijn tachtigste verjaardag met een jubileumalbum Arakatak en concerten met topartiesten. Een terugblik en vooral een kijk op de toekomst. Tekst:…

Het bericht Tachtig jaar Metropole Orkest: vooruitstrevend op het hoogste niveau verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Het Metropole Orkest viert zijn tachtigste verjaardag met een jubileumalbum Arakatak en concerten met topartiesten. Een terugblik en vooral een kijk op de toekomst.

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Reinout Bos – archief Metropole Orkest

Het Metropole Orkest werd in 1945 opgericht door Dolf van der Linden toen het Nederlandse volk behoeft had aan hoop en vertier. Sindsdien heeft het orkest zich ontwikkeld tot een internationaal gerespecteerd ensemble dat jazz, pop, filmmuziek en elektronische muziek naadloos samensmeedt. Met een Grammy voor Sylva (samen met Snarky Puppy), samenwerkingen met Jacob Collier, Gregory Porter en Louis Cole, en nu het ambitieuze jubileumalbum Arakatak, is het orkest allesbehalve een museum. Hoe houd je na tachtig jaar de nieuwsgierigheid levend? Artistiek leider Robert Soomer en hoornist Pieter Hunfeld (en voorheen hoofd marketing) blikken terug, en vooral vooruit. 

Jullie luidden de verjaardag in met het nieuwe album Arakatak en een bijbehorend concert in de Hallen. Wie bedacht het idee om ‘live sit-in experience concerten’ te organiseren, waarbij je als publiek met koptelefoons tussen het orkest zit?

Pieter Hunfeld: ‘Snarky Puppy introduceerde dat format bij het album Family Dinner-Vol.1, en daarna namen we samen in 2015 Sylva op in deze setting. Je wilt je trouwe publiek een beleving bieden die je zelden meemaakt. Tegelijkertijd is er de behoefte om meer inkomsten te genereren. Met deze creatieve combinatie van live-opnamen, videoregistratie en concert besparen we ook nog kosten.’   

Met ’Arakatak’ benadrukt het Metropole Orkest zijn oorspronkelijke missie: lichte muziek naar een hoger niveau tillen en voortdurend nieuwe muzikale wegen verkennen. Wat was de artistieke gedachte daarachter?

Robert Soomer: ‘Het Metropole Orkest is zowel qua samenstelling als qua klank uniek. Sinds het begin heeft het creëren van eigen werk een belangrijke rol gespeeld. Chef-dirigenten Van der Linden, Rogier van Otterloo, Dick Bakker, Vince Mendoza en nu Jules Buckley, hebben met hun composities en arrangementen hun eigen klankkleur aan het orkest toegevoegd. Daardoor is de sound met de tijd is meegegaan. Met Arakatak wilden we een project doen met componisten die hedendaagse stukken presenteren die recht doen aan waar het orkest voor staat. Dirigent en componist Miho Hazama, die dit project leidde, put inspiratie uit werk van Mendoza. Zo wordt heden en verleden samengevoegd. En er is ruimte gecreëerd voor onze eigen secties en solisten om te schitteren.’

Hunfeld: ‘Als componisten van dit kaliber schrijven voor het orkest zonder gasten, merk je dat ze ruimte krijgen dan anders. Of het nu Mark Guiliana (drummer- red.) of Shai Maestro (pianist-red.) is, ieder stuk heeft zijn eigen karakter en belicht een ander aspect van het orkest. Van funky en uitbundig tot dromerig en introvert. Bij elkaar opgeteld krijg je het kameleonkarakter van het orkest, en dat komt prachtig naar voren op Arakatak.’

Naast de samenwerking met de buitenlandse componisten zijn er ook bijdragen van Tineke Postma en Morris Kliphuis. Hoe belangrijk is het om Nederlands talent te blijven integreren?

Hunfeld: ‘Ik denk dat nationaliteit irrelevant zou moeten zijn, alleen kwaliteit telt. En de kwaliteit van de Nederlandse jazzscene is heel hoog. In het verleden, vooral onder Dick Bakker, waren grote Nederlandse artiesten kind aan huis bij het orkest. Sommigen speelden zelfs in het orkest, zoals Piet Noordijk en Bart van Lier. Het vanzelfsprekend, want de Nederlands jazzscene voedt ons artistiek net zo goed als de internationale.’

Hoe is het orkest de afgelopen tachtig jaar erin geslaagd lichte muziek naar een hoger niveau te tillen?

Soomer: ‘Door altijd het beste resultaat willen, in elk detail, van de musici tot de arrangeurs. We nemen geen genoegen met hoe het nu is. Stappen zetten, relaties opbouwen en ons voor langere tijd verbinden aan artiesten, zoals we dat doen met Snarky Puppy, Cory Wong, Gregory Porter en Louis Cole. Daardoor kun je verdieping brengen in elkaars muzikale ontwikkeling.’ 

Hunfeld: ‘Wat ik fascinerend vind is dat het orkest vroeger van alles speelde: jazz, pop, Nederlandstalig en dansmuziek. Dat was toen heel belangrijk voor de omroepen. Het orkest heeft altijd meebewogen met de muzikale ontwikkeling. Op een bepaald moment kwamen er twee ritmesecties omdat pop belangrijker werd. Nu is elektronische muziek een vast onderdeel. We blijven nieuwsgierig en volgen de nieuwe stromingen. Een groot verschil met een klassiek orkest, dat meer een museale functie heeft. Die hebben we ook, voor de canon van jazz en lichte muziek, maar het orkest is daarin meegegroeid.’

Na de verzelfstandiging in 2012 is er veel veranderd. Hoe heeft dat de artistieke koers bepaald?

Hunfeld: ‘Enorm. Daarvoor was het orkest een facilitair bedrijf van de omroepen, we speelden wat er nodig was. En de omroepen hadden daar artistiek gezien ook aardig wat inspraak in. Nadat de subsidie gehalveerd was, hebben we onszelf met vier pijlers op de kaart gezet: pop, jazz en filmmuziek en als curator voor nieuwe ontwikkelingen. Daarmee genereren we commerciële inkomsten en creëren we kansen voor de jongere generatie. De autonomie van het orkest is enorm vergroot, en daarmee ook de rol van de chef-dirigent.

Het Metropole Orkest heeft met hun repertoire voor nationaal erfgoed hebben gezorgd, met stukken zoals Soldaat van Oranje, Turks Fruit en Dingadong. Hoe zien jullie dat?

Soomer: ‘We zorgen niet alleen voor nationaal erfgoed, maar ook internationaal. Zoals de Grammy met Snarky Puppy en de samenwerkingen met Jacob Collier.’

Hunfeld: ‘De Grammy voor Sylva kregen we voor Best Large Jazz Ensemble, een belangrijke categorie. Het heeft internationaal veel deuren voor ons geopend. Via Snarky Puppy kwamen we bij Becca Stevens. En Quincy Jones introduceerde ons aan Jacob Collier. Zo versterkt het elkaar.’

Wat zijn de ambities voor de komende vijf jaar?

Soomer: ‘Naast gastartiesten willen we ons meer richten op eigen repertoire met hedendaagse componisten, follow-ups van Arakatak. Er komt een tweede instrumentaal album en een vocale plaat. En het zou fantastisch zijn als we ooit met Stevie Wonder kunnen werken. Maar grote droom is om op Glastonbury te staan met het orkest. Wie weet.’

Het bericht Tachtig jaar Metropole Orkest: vooruitstrevend op het hoogste niveau verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Het laatste hoogtij van de bigbands https://www.jazzism.nl/interviews/het-laatste-hoogtij-van-de-bigbands/ Fri, 08 May 2026 10:00:04 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=31590 De 10-cd-box Classic V-Disc Big Band Jazz Sessions biedt een scheepslading verrassende hoogtepunten uit de jazzhistorie van de jaren veertig Het Swingtijdperk, toen half Amerika…

Het bericht Het laatste hoogtij van de bigbands verscheen eerst op Jazzism.

]]>

De 10-cd-box Classic V-Disc Big Band Jazz Sessions biedt een scheepslading verrassende hoogtepunten uit de jazzhistorie van de jaren veertig

Het Swingtijdperk, toen half Amerika en een flink deel van de rest van de wereld danste op de muziek van Benny Goodman en zijn collega-bandleiders, begon halverwege de jaren dertig en liep door tot in WO2. Na 1945 veranderde alles. De teruggekeerde militairen wilden vooral een gezin opbouwen en hadden weinig animo meer om uit dansen te gaan. Bovendien kwam de tv op als huisamusement. De hitparade werd gedomineerd door zoete vocalisten (ook Frank Sinatra in zijn beginjaren) en in de zwarte gemeenschap kwam de rhythm & blues van artiesten zoals Louis Jordan op.

Tekst: Bert Vuijsje | Foto’s: William P. Gottlieb/Ira and Leonore S. Gershwin Fund Collection, Music Division, Library of Congress

Het einde van de grote orkesten

Bijna alle big band-leiders moesten hun orkest voor kortere of langere tijd opheffen, zelfs Woody Herman, Count Basie en Stan Kenton. Alleen Duke Ellington hield zijn band tegen de klippen op in stand, maar hij moest zijn muzikantenbudget wel financieren uit de royalties van zijn composities. De glorietijd van de grote jazzorkesten zou nooit meer terugkeren. Vanaf de jaren vijftig weerklonk in nostalgische kringen vaak de vergeefse slogan ‘Will big bands ever come back?’

De vergeten jaren door de Petrillo-boycot

De laatste fase van die glorietijd is op platen slecht gedocumenteerd. Van augustus 1942 tot november 1944 hield James Petrillo, de voorzitter van de American Federation of Musicians, de grote platenmaatschappijen in de greep van een boycot om financiële steun voor een muzikantenfonds af te dwingen. Dat was des te wranger omdat juist in die periode de moderne jazz, de bebop, werd geboren binnen bands als die van Earl Hines, Billy Eckstine en Woody Herman.

V-disc: muziek voor de troepen

Er was maar één label dat in die jaren volop jazz opnam: V-Disc. Dit label maakte platen om de Amerikaanse troepen in oorlogstijd te entertainen. Een patriottische doelstelling die Petrillo niet kon negeren. V-Disc betaalde de muzikanten geen cent, maar toch werkten verreweg de meesten van hen graag mee. Ook al omdat ze hun muziek op dat moment anders niet konden vastleggen. De V-Discs mochten niet in de handel worden gebracht, maar belandden uiteindelijk natuurlijk wel bij verzamelaars, die ze zorgvuldig bewaarden.

Langere opnamen en unieke versies

Het Amerikaanse label Mosaic Records bracht eerder al een 11-cd-box met combo-opnamen voor V-Disc uit (zie Jazzism van augustus 2025). Daar wordt nu de 10-cd-box Classic V-Disc Big Band Jazz Sessions aan toegevoegd, en die is nog opzienbarender. V-Disc produceerde zijn platen niet op het toenmalige 78-toeren standaardformaat van maximaal drieënhalve minuut, maar op schijven van dertig centimeter die bijna zes minuten muziek konden bevatten. Daardoor zijn vele eerdere of latere drie-minuten-versies van klassieke big band-nummers hier te horen in veel langere vorm, soms zelfs in live-vertolkingen.

Hoogtepunten: van Gillespie tot Herman

Deze scheepslading van 247 tracks is natuurlijk veel te uitgebreid om hier in detail te bespreken, maar enkele hoogtepunten springen eruit. Opmerkelijk zijn de stukken waarvan de V-Discs de allereerste plaatversie vormen. Vaak ook nog uitvoeriger dan de latere reguliere opnamen. Het mooiste voorbeeld is A Night In Tunisia, dat Dizzy Gillespie in eerste instantie componeerde voor de bigband van Boyd Raeburn. Volgens de totaal jazzdiscografie van Tom Lord werd deze superstandard tot 2017 maar liefst 939 keer op de plaat gezet. Maar hier klinkt de oerversie uit mei 1944. Gillespie speelt zelf niet mee; de Dizzy-achtige trompetsolo komt van de verder onbekend gebleven Tommy Allison.

Drie klassieke Woody Herman-titels beleefden ook hun première op V-Disc: Red Top, Apple Honey en Your Father’s Moustache in september 1944 en augustus 1945. Deze dankzij drummer Dave Toughs voortvarend swingende opnamen zijn extra interessant door de aanwezigheid van onder anderen tenorist Flip Phillips, trombonist Bill Harris en de trompet spelende broers Pete en Conte Candoli. Bijzonder is ook de rol van de fijnzinnige trompettist Sonny Berman, die maar weinig plaatopnamen heeft nagelaten. Hij speelde van februari 1945 tot eind 1946 in de band en stierf in januari 1947 aan een overdosis heroïne, nog maar 21 jaar oud.

Chubby Jackson en Neal Hefti

Halverwege de sessie van augustus 1945 droeg Woody Herman zijn orkest tijdelijk over aan bassist Chubby Jackson. Hij viel als bandleider altijd op door zijn luidruchtige aanmoedigingen. Hij nam twee instrumentale stukken op. Het eerste heette oorspronkelijk Meshuga, en kreeg later de minder Jiddische titel They Went That-Away. Het zou uiteindelijk pas in juni 1950 onder de titel Sonny Speaks door de Woody Herman-band voor het label Capitol worden opgenomen.

Het tweede stuk van Chubby Jackson is in feite een korte jamsessie van 5:53 minuten onder de titel Secunda. Sonny Berman soleert hier (als eerste) om en om met de krachtig spelende Neal Hefti. De laatste begon als trompettist, maar werd later een toonaangevende arrangeur en hofleverancier van de Count Basie-band uit de jaren vijftig.

Basie, Young en Hampton

Duke Ellington stelde wel bestaande plaatopnamen beschikbaar voor V-Disc, maar nam geen muziek rechtstreeks voor het label op. Count Basie is wel vertegenwoordigd met 24 tracks. Zeven daarvan werden in mei 1944 opgenomen in Liederkranz Hall in New York en bieden een verrassend goede geluidskwaliteit. Ze zijn daarnaast vooral de moeite waard door de soli van tenorist Lester Young, die vanaf december 1943 kortstondig in de Basie-band was teruggekeerd. In september 1944 moest hij het leger in, wat hem het grootste trauma van zijn leven opleverde.

Het grootste spektakel komt van vibrafonist Lionel Hampton. In mei 1942 had hij voor het Decca-label zijn eeuwigdurende hit Flying Home opgenomen met de onsterfelijke solo van tenorist Illinois Jacquet. In maart 1944 kondigt Hampton een nieuwe versie als volgt aan: ‘The label on this V-Disc says “Flying Home”, and we all hope you’ll be flying home soon.’ Wat volgt is een tweedelige vertolking, respectievelijk 4:46 en 4:28 minuten lang. Behalve Hampton soleren achtereenvolgens de harde tenorist Arnett Cobb, pianist Milt Buckner, tweede tenorist Al Sears en hoge-noten-trompettist Cat Anderson. Tegen het slot van deel twee krijgt Cobb de taak om de klassieke solo van Jacquet noot voor noot na te spelen. Daarna voert Hampton zelf dit nieuwe Flying Home naar zijn logische climax.

Classic V-Disc Big Band Jazz Sessions (Mosaic Records) 2026

 

Het bericht Het laatste hoogtij van de bigbands verscheen eerst op Jazzism.

]]>