Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ voor de Jazz liefhebber Wed, 15 Jul 2026 11:17:25 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.0.2 https://www.jazzism.nl/wp-content/uploads/2018/12/Jazzism_rood_f.png Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ 32 32 Boi Akih: ‘Als duo zijn we allebei volledig vrij’ https://www.jazzism.nl/interviews/boi-akih-als-duo-zijn-we-allebei-volledig-vrij/ Wed, 22 Jul 2026 10:00:27 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33821 Op hun nieuwe album ‘Entangled’ speelt Boi Akih voor het eerst sinds 2007 weer als duo. Tekst: Mischa Andriessen | Foto’s: Krijn van Noordwijk  Op…

Het bericht Boi Akih: ‘Als duo zijn we allebei volledig vrij’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Op hun nieuwe album 'Entangled' speelt Boi Akih voor het eerst sinds 2007 weer als duo.

Tekst: Mischa Andriessen | Foto’s: Krijn van Noordwijk 

Op de hoesfoto van Entangled zien we zangeres Monica Akihary en gitarist Niels Brouwer samen de zevensnarige klassieke gitaar bespelen. Ze staan zo dicht op elkaar dat het lijkt alsof ze één lichaam geworden zijn. Brouwer draagt een zonnebril, Akihary heeft haar ogen dicht. Toch hebben we een idee waar ze naar kijken, vermoedelijk is hun blik naar binnen gericht. Naar aanleiding van het verschijnen van Entangled sprak Jazzism-medewerker Mischa Andriessen met Boi Akih over het complexe proces dat samen improviseren is en over verweven zijn.

Best wel een ding

Bijna twintig jaar zit er tussen jullie vorige duo-album ‘Yalelol’ en de nieuwe plaat ‘Entangled’. In de tussentijd hebben jullie meerdere mooie albums uitgebracht met vaak bijzondere bezettingen. Was er een reden om weer puur met zijn tweeën een plaat op te nemen?

‘Dat moest nog wel gebeuren, ja. Die eerste plaat was echt een voorstel van Matthias Winckelmann, de directeur van ons label Enja Records. Dat was toen tamelijk nieuw voor ons, om als duo te spelen. En ik (Niels) vond het best wel een ding in het begin. Om zonder bas en drums te spelen en overal alleen voor te staan qua begeleiding. Daarna zijn we dat heel veel blijven doen en we wilden daar toch graag weer een plaat mee uitbrengen, omdat het spelen als duo in de tussenliggende jaren echt een ontwikkeling heeft doorgemaakt.’ 

Niels Brouwer

Elkaar blijven verrassen

Hoe zouden jullie die ontwikkeling kenschetsen?

‘Die is er op heel veel vlakken. Om te beginnen denk ik (Niels) dat ik op die eerste plaat vooral nog begeleid en Monica de melodieën zingt. Yalelol is in dat opzicht nog wel traditioneel. Op het nieuwe album is dat echt anders. Niets is volledig gecomponeerd, maar er is ook vrijwel niets volledig geïmproviseerd. Er zijn grondideeën, een aanzet tot een melodie of een ritmisch patroon, maar er is absoluut geen sprake meer van begeleiden; er is een enorme vrijheid. De afspraak tussen ons is dat we allebei volledig vrij zijn om te doen wat we willen.’

‘Als Monica een melodie wil zingen, prima, maar het is niet zo dat daar dan akkoorden bijkomen die het meest logisch zijn. Ons idee blijft: het kan ook anders.’

En dat proces hebben jullie steeds in één take opgenomen?

‘Dit album is een lang verhaal en we wilden dat ook als een lang verhaal spelen. We hebben het zo’n vijf keer gespeeld en uiteindelijk wel een beetje geëdit. Maar elke sessie hebben we wel steeds als een geheel gespeeld, ook zonder te stoppen. We hadden de teksten en we wisten ook in welke volgorde we die wilden brengen – er ligt wel een soort constructie aan ten grondslag – maar niet traditioneel in de vorm van liedjes.’

‘Dat vonden we in het begin heel ingewikkeld. Dan leek het ons bijvoorbeeld leuk om een improvisatie uit te laten monden in een liedje, maar hoe doe je dat dan? Want voor een liedje is een toonsoort nodig. Daar hebben we verschillende vormen voor gevonden.’

‘Het liedje kan spontaan vanuit de zang beginnen zonder dat ik (Niels) weet wat de toonsoort is. Dus moet ik iets verzinnen, wat helemaal niet erg is, integendeel. Zo blijven we elkaar verrassen. Maar we hebben ook een soort truc gevonden om vanuit de improvisaties in een soort tooncentrum te komen vanwaaruit de zang toch het liedje in de oorspronkelijk bedachte toonsoort kan inzetten.’

'Gezamenlijk langzaam naar dat punt toe groeien'

Is het een heel technisch verhaal om die truc uit te leggen, of is het geheim?

‘Nee, het enige wat je niet wilt, is dat er een moment kan komen waarop de luisteraar denkt: o, wacht even, nu gaan ze daarnaartoe. We weten ongeveer waar dat komt, maar we gaan niet op zoek naar dat moment. Het moet vloeibaar blijven, langzaam groeien we gezamenlijk naar dat punt toe, waarop we denken: nu. Nu kunnen we dat liedje inzetten.’

Monica Akihary

Verweven met de toekomst en de geschiedenis

Het nieuwe album van Boi Akih is opnieuw heel fraai geworden. Heel persoonlijk en ergens ook weer nieuw en fris. Al is de bezetting teruggebracht tot hoofdzakelijk zang en gitaar, zowel het instrumentarium als de manier van spelen van musici waarmee eerder werd opgetreden, klinkt in de negen nieuwe stukken door.

Telkens op een organische en daardoor verrassende manier. Er zijn voortdurend twee stromen te horen. Akihary en Brouwer lijken zich zowel van te dwingende structuren af te keren als van het ontbreken van zulke structuren. Die spannende tweeslachtigheid zit ook in de teksten die intieme persoonlijke ervaringen willen weergeven, maar op hetzelfde moment naar iets reiken dat groter en meer omvattend is, een verwevenheid met zowel toekomst als geschiedenis.

‘Embracing Complexity’ heet een van de stukken. Is de kern van deze plaat niet vooral een vorm van verzet?

‘Dat klopt misschien wel. Een politicus die op televisie zegt dat de oplossing voor een probleem heel eenvoudig is. Onze ergernis daarover – dingen zijn nooit simpel – Entangled begint misschien eigenlijk daar. Het hele maakproces van deze plaat was zeer interessant, maar ook wel vreemd. Tot twee keer toe hebben we anderen gevraagd teksten voor dit album te schrijven en beide keren vonden we de teksten goed, maar niet passen bij wat we wilden.’

Jullie wisten dus  blijkbaar onbewust wat jullie wilden?

‘Ja, blijkbaar. Uiteindelijk zijn we zelf de teksten gaan schrijven en in ieder geval twee daarvan, Up Here en Carlos, zijn heel persoonlijke verhalen die tegelijk ook laten zien hoe verbonden we zijn. Met de wereld, de natuur, hoe alles met alles samenhangt.’ 

‘Carlos’, dat de plaat besluit, is een prachtig, werkelijk ontroerend nummer. 

‘Het was het eerste nummer dat we schreven en we wisten ook al snel dat dit het laatste nummer op de plaat zou zijn. Zo typerend voor dit album dat dingen die ergens onlogisch lijken vanzelfsprekend zijn als het eenmaal klaar is. Erkenning van onze verwevenheid, ons verstrengeld zijn, erkenning van de complexiteit van alles, daarover gaat het.’

Entangled – Boi Akih (Enja Records & Yellowbird) uit op 22 mei 2026

Concertdata:

1 augustus 2026, Terrasconcerten, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam

16 augustus 2026, Dekoloniale Indonesië Nederland Herdenking, Olympiaplein, Amsterdam

6 september 2026, Festival Jazz en de Walvis, Amsterdam

21 september 2026, De Pletterij, Haarlem

29 december 2026, Bimhuis, Amsterdam

Het bericht Boi Akih: ‘Als duo zijn we allebei volledig vrij’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Reünie van Roy Hargrove’s The RH Factor op NSJ – Meer dan een eerbetoon https://www.jazzism.nl/interviews/reunie-van-roy-hargroves-the-rh-factor-op-nsj-meer-dan-een-eerbetoon/ Wed, 08 Jul 2026 10:00:37 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33771 Roy was overal, zijn nalatenschap nu ook Op 10 juli maakt het befaamde The RH Factor een comeback tijdens NSJ. Speciaal voor de 50ste editie…

Het bericht Reünie van Roy Hargrove’s The RH Factor op NSJ – Meer dan een eerbetoon verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Roy was overal, zijn nalatenschap nu ook

Op 10 juli maakt het befaamde The RH Factor een comeback tijdens NSJ. Speciaal voor de 50ste editie van het festival is het iconische gezelschap van Roy Hargrove opnieuw samengebracht. Daarmee eert NSJ de bijzondere band die de in 2018 overleden trompettist met het festival had.

Wie Roy Hargrove ooit op North Sea Jazz meemaakte, zag hem zelden maar één keer. Hij speelde zijn eigen concert, dook onaangekondigd op bij collega’s, luisterde achter het podium naar andere bands en eindigde de nacht steevast in een jamsessie. Voor Hargrove bestond er geen verschil tussen het hoofdprogramma en een kleinere zaal. Muziek was een gesprek waaraan hij altijd deelnam.

Het maakt de terugkeer van Roy Hargrove’s The RH Factor op de 50ste editie van North Sea Jazz meer dan een nostalgische reünie. Een aantal belangrijke voormalige leden – Bobby Sparks (toetsen), Renee Neufville (zang/toetsen), Keith Anderson (sax), Reggie Washington (bas) en Willie Jones III (drums) – nam het initiatief vol enthousiasme ter hand.

De trompettist als naamgever is zelf niet te vervangen, maar deze groep muzikanten brengt zijn muziek terug. Want met The RH Factor liet Hargrove begin deze eeuw horen dat jazz, hiphop, neo-soul, r&b en funk niet tegenover elkaar stonden, maar elkaars natuurlijke bondgenoten waren. Hard Groove (2003) en Distractions (2006) bewijzen dat lang voordat genregrenzen begonnen te vervagen, Hargrove ze al negeerde.

In 2003

Geen droomdebuut op NSJ

Zijn band met North Sea Jazz begon in 1987. Hargrove was zeventien, net ontdekt door Wynton Marsalis, toen festivaloprichter Paul Acket hem programmeerde naast altsaxofonist Frank Morgan en het trio van Rein de Graaff. Een droomdebuut werd het allerminst.

Morgan was bezig aan een moeizame comeback na jaren van verslaving. Hij intimideerde Hargrove voortdurend tijdens het optreden. Pianist De Graaff herinnerde zich later hoe de jonge trompettist na een eigen nummer letterlijk stond te trillen in de coulissen. Hij moest worden overgehaald om opnieuw het podium op te gaan.

Onmiskenbaar talentvol

Juist die anekdote is veelzeggend. De zelfverzekerde muzikant die later met onder meer Herbie Hancock, Michael Brecker en D’Angelo speelde, begon als een verlegen tiener die zich tussen de grootheden staande probeerde te houden. Zijn talent was onmiskenbaar, maar zijn reputatie moest nog worden opgebouwd. Dat deed hij rap. Twee Grammy Awards – 1998 en 2002 – later gold Hargrove als een van de meest dynamische en veelzijdige trompettist en bugelspeler van zijn generatie.

Toch ligt zijn grootste betekenis niet daar, als prijswinnaar. Hargrove begreep dat jazz alleen relevant blijft als het openstaat voor nieuwe invloeden. Terwijl de discussies doorgingen over wat wel en geen jazz was, werkte hij met de Soulquarians, speelde hij op r&b- en hiphopplaten en richtte hij in 2003 The RH Factor op. Albums als Hard Groove (2003) bewezen dat improvisatie en groove elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken. Veel van de huidige muziek vol stijlvermenging tussen jazz en urban muziek, is schatplichtig aan die gedachte.

Altijd en overal spelen

Op North Sea Jazz was die open houding steeds zichtbaar. Hargrove beperkte zich nooit tot zijn eigen optreden. Hij liep rond over het festivalterrein, moedigde collega’s aan, stapte onverwacht het podium op en verdween na afloop richting de jamsessies in het Bel Air Hotel, het Hilton of Bird. Saxofonist Hans Dulfer omschreef hem ooit als ‘de ultieme jamsession-man’. Dat was geen romantisch beeld, maar een beschrijving van zijn werkethiek. Hargrove wilde spelen, altijd en overal.

Zijn optreden tijdens Curaçao North Sea Jazz in 2010 liet die mentaliteit misschien nog wel beter zien. Terwijl publiekstrekkers als Lionel Richie en John Legend de grote buitenpodia vulden, stond Hargrove in een kleinere tent waar zijn subtiele spel voortdurend werd overstemd door de muziek van de naastgelegen podia. Tot overmaat van ramp liep een groot deel van het publiek halverwege weg. Veel artiesten zouden zich daardoor laten ontmoedigen. Hargrove niet. Hij speelde zijn set alsof de zaal nog steeds vol zat. Zonder zichtbare ergernis, zonder concessies. Voor hem bepaalde de kwaliteit van het publiek nooit de kwaliteit van de muziek.

Laatste optreden

Zijn laatste North Sea Jazz-optreden, in juli 2018, krijgt achteraf een bijna pijnlijke betekenis. Niemand wist dat hij ernstig ziek was. Liefhebbers merkten wel dat zijn spel minder vanzelfsprekend klonk dan voorheen, maar Hargrove stond er nog altijd met dezelfde intensiteit en karakteristieke zonnebril. Vier maanden later overleed hij aan de gevolgen van een nierziekte. Hij werd slechts 49 jaar.

In ruim dertig jaar stond hij liefst 23 keer op North Sea Jazz. Met zijn akoestische kwintet, met The RH Factor, met Crisol, met bigbands, strijkorkesten en als gastsolist bij talloze anderen. Dat zegt misschien meer over zijn nalatenschap dan welke prijs ook. Hargrove was nergens exclusief thuis omdat hij zich overal thuis voelde.

Reünie RH Factor

Dat is precies waarom de reünie van Roy Hargrove’s The RH Factor meer is dan een eerbetoon aan een geliefde trompettist. Ze herinnert aan een muzikant die liet zien dat traditie en vernieuwing geen tegenpolen zijn. Dat jazz niet hoeft te kiezen tussen swing en hiphop, tussen hardbop en soul, tussen verleden en toekomst. Roy Hargrove speelde niet alleen de muziek van zijn tijd. Hij liep er vaak al een paar jaar op vooruit.

Tekst: Redactie Jazzism met input van Jazzism artikelen uit 2012-2018 en 2021 | Foto’s: Joke Schot, Hans Tak en Gerard van Duykeren

Het bericht Reünie van Roy Hargrove’s The RH Factor op NSJ – Meer dan een eerbetoon verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Nduduzo Makhathini: ‘Jazz is een manier van leven’ https://www.jazzism.nl/interviews/nduduzo-makhathini-jazz-is-een-manier-van-leven/ Tue, 07 Jul 2026 10:00:24 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33715 Pianist Nduduzo Makhathini behoort tot de meest uitgesproken stemmen binnen de hedendaagse jazz. Zijn nieuwe album ‘The Myth We Choose’ is een indrukwekkende muzikale zoektocht…

Het bericht Nduduzo Makhathini: ‘Jazz is een manier van leven’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Pianist Nduduzo Makhathini behoort tot de meest uitgesproken stemmen binnen de hedendaagse jazz. Zijn nieuwe album 'The Myth We Choose' is een indrukwekkende muzikale zoektocht naar de verhalen waarmee mensen betekenis geven aan hun bestaan.

Tekst: Marcel Haerkens | Foto’s: Siphiwe Mhlambi

Sinds zijn debuut bij Blue Note ontwikkelde de Zuid-Afrikaanse pianist, componist en filosoof Makhathini zich tot een kunstenaar die jazz niet beschouwt als een verzameling stijlen of technieken, maar als een spirituele praktijk waarin muziek, geschiedenis, filosofie en ritueel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Tijdens ons video-interview komt echter eerst zijn grote inspirator Abdullah Ibrahim ter sprake. De legendarische Zuid-Afrikaanse pianist is namelijk enkele dagen voor het gesprek met Makhathini plaatsvindt, op 91-jarige leeftijd overleden.
‘Ik hoorde het nieuws via journalisten die een bericht op mijn telefoon hadden achtergelaten’, vertelt hij. ‘Plotseling werd ik gebeld door de radio, televisie en kranten. Ik kon er op dat moment eenvoudigweg nog niet over praten. Ik heb alle interviews twee dagen uitgesteld omdat ik eerst zelf moest bevatten wat er was gebeurd.’

Gesprek van ruim zeven uur

‘Mensen als Abdullah creëren muziek die zo diep verankerd is in het collectieve geheugen van een volk dat je bijna vergeet dat ze sterfelijk zijn. Zijn muziek draagt een hele filosofie met zich mee.’
Vorig jaar ontmoette Makhathini zijn grote voorbeeld voor het eerst persoonlijk in zijn woonplaats in Duitsland. Wat een kort bezoek van een half uur had moeten worden, mondde uit in een gesprek van ruim zeven uur. ‘Het meest bijzondere was dat hij míj vragen begon te stellen over mijn muziek. Hij kende mijn werk en gaf me zelfs praktische adviezen. Dat iemand als Abdullah Ibrahim belangstelling had voor mijn ontwikkeling als musicus heeft een diepe indruk op me gemaakt.’

Steeds nieuwe mythen creëren

Evenals saxofonist John Coltrane, pianisten McCoy Tyner en Thelonious Monk resoneert de geest van Ibrahim door in The Myth We Choose. Hun visie bevestigt Makhathini in zijn eigen zoektocht: muziek kan een drager zijn van herinneringen, geschiedenis en spirituele kennis.

Die gedachte vormt ook het vertrekpunt van The Myth We Choose. Wat betekent volgens Makhathini een mythe in de context van die plaat?
‘Een mythe is veel meer dan een oud verhaal’, zegt hij. ‘Het is een manier waarop een gemeenschap haar geschiedenis bewaart. Via mythen leggen mensen vast hoe zij de wereld begrijpen en hoe zij hun plaats daarin zien.’ Voor Makhathini zijn mythen levende organismen. Ze behoren niet uitsluitend tot een ver verleden, maar ontstaan voortdurend opnieuw. ‘Wij creëren iedere dag nieuwe mythen. De verhalen die we blijven vertellen, de gebeurtenissen waarover we blijven spreken, vormen uiteindelijk het collectieve geheugen van toekomstige generaties.’

Daarmee krijgt de titel van het album een verrassend actuele betekenis. ‘The Myth We Choose gaat niet alleen over eeuwenoude Afrikaanse overleveringen, maar vooral over de vraag welke verhalen wij vandaag de dag kiezen om door te geven.’

Intensieve samenwerking met zoon Thingo

Op The Myth We Choose krijgt deze theorie een eigentijdse muzikale vertaling. Voor het eerst werkte Makhathini intensief samen met zijn achttienjarige zoon Thingo, die als coproducer een belangrijke stempel op het album drukte. Zo geven zijn subtiele elektronische texturen het geheel extra glans. Hoewel vader en zoon allebei diep geworteld zijn in de jazztraditie, vertegenwoordigen zij verschillende generaties en daarmee ook verschillende manieren van luisteren.

‘Jonge mensen horen de wereld anders dan mijn generatie’, zegt de 43-jarige pianist. ‘Hun muzikale referentiekader is gevormd door andere technologie, andere productiemethoden en andere muziek. Ik wilde zijn frisse blik bewust toelaten in mijn eigen werk. Dat was soms best wel confronterend hoor’, vertelt hij lachend. ‘Thingo hielp me keuzes maken die ik alleen misschien niet had durven nemen.’

Opgaan in een groter geheel

‘Dat is een kwestie van vertrouwen’, zegt Makhathini zonder aarzeling. ‘Jazz is een manier van leven. Het is een houding waarin nieuwsgierigheid, vrijheid en wederzijds vertrouwen centraal staan.’

Die levenshouding weerspiegelt zich ook in de rijke bezetting van The Myth We Choose. De lyrische fluit van Shabaka, het bezielde trompetspel van Robin Fassie Kock, de krachtige ritmesectie van bassist Dalisu Ndlazi en drummer Lukmil Pérez en de indrukwekkende vocale bijdragen van Thando Zide, Muneyi en Makhathini’s vrouw Omagugu vormen samen een klankwereld waarin individuele stemmen opgaan in een groter geheel.
Juist daarin schuilt volgens Makhathini de essentie van muziek: niet de individuele prestatie, maar de gemeenschap die ontstaat wanneer mensen samen creëren.

Opnieuw verbinding maken

‘We leven in een tijd van oorlogen en verdeeldheid. Daardoor praten we steeds minder over compassie en vergeving. Juist daarom wilde ik dit album maken. Muziek opent een ruimte waarin we opnieuw verbinding kunnen maken – met onszelf, met elkaar en met de wereld om ons heen.’

Die overtuiging maakt The Myth We Choose tot veel meer dan een verzameling composities. Het album is volgens hem een uitnodiging om na te denken over de verhalen die wij vandaag vertellen en de geschiedenis die wij daarmee voor morgen schrijven. ‘Beschouw het als een soort profetie.’
Die overtuiging krijgt extra betekenis in een tijd waarin de wereld volgens hem steeds verder polariseert. Oorlogen, politieke spanningen en maatschappelijke tegenstellingen domineren dagelijks het nieuws. Toch weigert hij zich daarbij neer te leggen. ‘Vergeving, compassie en hoop zijn geen ouderwetse begrippen. Juist in deze moeilijke tijd hebben we verhalen nodig die deze waarden omarmen.’

Dat is uiteindelijk ook de boodschap van The Myth We Choose. Het album nodigt de luisteraar uit stil te staan bij de dingen die we vandaag over onszelf vertellen. Want die verhalen bepalen hoe toekomstige generaties onze tijd zullen begrijpen.

De boodschap van het album

Wanneer het gesprek ten einde loopt, kijkt Makhathini alweer vooruit. Een album is voor hem nooit een eindpunt. ‘Zodra een plaat verschijnt, ben ik in gedachten alweer bezig met de volgende.’

Toch hoopt hij dat de boodschap van The Myth We Choose nog lang blijft doorklinken. Niet alleen omdat het een van zijn meest persoonlijke albums is, maar juist ook omdat het verder reikt dan zijn eigen verhaal. ‘Ik hoop dat mensen zich na het beluisteren ervan opnieuw verbonden voelen – met zichzelf, met elkaar en met de wereld. Als dat gebeurt, heeft de muziek haar doel bereikt.’

The Myth We Choose – Nduduzo Makhathini (Blue Note Records) uit op 26 juni 2026

Concertdata:

11 juli 2026, Kölner Philharmonie, Keulen (D)
13 november 2026, Barbican Cemtre, Londen (V.K.)
3 april 2027, Ronnie Scott’s, Londen (V.K.)

Het bericht Nduduzo Makhathini: ‘Jazz is een manier van leven’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Benny Goodmans boetedoening – Een andere blik op het Carnegie Hall Concert https://www.jazzism.nl/profiel/benny-goodmans-boetedoening-het-carnegie-hall-concert/ Fri, 03 Jul 2026 10:00:10 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33673 Het Carnegie Hall Concert van 16 januari 1938 was niet alleen een doorbraak van de jazz in Amerika’s meest prestigieuze klassieke concertzaal, het was ook…

Het bericht Benny Goodmans boetedoening – Een andere blik op het Carnegie Hall Concert verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Het Carnegie Hall Concert van 16 januari 1938 was niet alleen een doorbraak van de jazz in Amerika’s meest prestigieuze klassieke concertzaal, het was ook een licht beschaamd eerbetoon van Benny Goodman aan zijn grote zwarte voorbeelden.

TEKST: BERT VUIJSJE | FOTO’S: William P. Gottlieb/Ira and Leonore S. Gershwin Fund Collection, Music Division, Library of Congress

Klarinettist/bandleider Benny Goodman, die 40 jaar geleden overleed, was in de jaren 30 een idool van Beatles-achtige proporties. Amerika danste massaal op zijn muziek en het geld stroomde binnen. The King of Swing, zoals hij werd genoemd, had tegen 1939 een jaarinkomen van meer dan een kwart miljoen dollar, destijds een serieus fortuin. De zwarte musici en bands die zijn grote voorbeelden en inspiratiebronnen waren geweest, moesten het met een fractie daarvan stellen, en van dat onrecht was Goodman zich terdege bewust.

In de loop van 1937 werd hij door een van zijn promotiemensen op een stoutmoedig idee gebracht: een concert waar niet gedanst maar alleen geluisterd zou worden, om de muzikale betekenis van zijn band te markeren. De stunt zou des te geslaagder zijn als dat concert werd gegeven op het meest prestigieuze klassieke podium van Amerika: Carnegie Hall in New York. Aldus geschiedde op 16 januari 1938, voor een uitverkochte zaal. Twaalf jaar later werden de opnamen door Columbia in Amerika en Philips in Nederland uitgebracht op een dubbel-lp.

Eerbetoon aan zwarte voorgangers

Wie er nu met open oren naar luistert, hoort een tweevoudige boodschap. Het concert moest bewijzen dat Goodmans muziek (mede) thuishoorde in de concertzaal, maar tegelijkertijd moest het een eerbetoon vormen aan zijn zwarte voorgangers. En dat laatste blijkt te gelden voor bijna elk programmaonderdeel. Het begint al met het openingsstuk: niet Goodmans gebruikelijke tune Let’s Dance (ook minder toepasselijk in Carnegie Hall), maar Don’t Be That Way, oorspronkelijk geschreven voor de band van de zwarte drummer Chick Webb, het grote idool van Goodmans drummer Gene Krupa. Meteen daarna hommages aan twee andere zwarte big band-leiders: Sometimes I’m Happy (gearrangeerd door Fletcher Henderson, die veel scores aan Goodman leverde), en One O’Clock Jump (de hit van Count Basie, die in de coulissen meeluisterde).

Goodman vond het in 1938 al tijd om terug te blikken op twintig jaar jazzgeschiedenis, met vier korte impressies van onder anderen kornettist Bix Beiderbecke (I’m Coming Virginia) en natuurlijk Louis Armstrong (Shine, nagespeeld door Goodmans spektakeltrompettist Harry James). Duke Ellington mocht uiteraard ook niet ontbreken. Voor diens Blue Reverie had Goodman drie prominente Ellingtonians als gastsolist geëngageerd: Johnny Hodges, Harry Carney en Cootie Williams.

De combinatie van zwarte en witte musici op één podium ging nog verder in de ruim 16 minuten lange jam-sessie op het Fats Waller-thema Honeysuckle Rose. Count Basie zat nu achter de piano, samen met zijn bandleden Lester Young, Buck Clayton, gitarist Freddie Green en bassist Walter Page. Ook Johnny Hodges en Harry Carney deden weer mee, en van de Goodman-band stonden nu alleen nog Harry James, trombonist Vernon Brown, Gene Krupa en de leider zelf op het podium.

Speciale attractie

Al vóór Carnegie Hall had Goodman op voorzichtige wijze het taboe op publieke optredens van gemengde groepen doorbroken. Hij vormde eerst een trio met Krupa en de zwarte pianist Teddy Wilson, en breidde dat later uit tot een kwartet met de zwarte vibrafonist Lionel Hampton. Beide formaties traden niet samen met de complete band op, maar werden gepresenteerd als een speciale attractie. Ook nu vormden het trio en het kwartet een tweevoudig intermezzo, met onder andere Body And Soul, The Man I Love en I Got Rhythm.

Voor het vocale aandeel had het in 1938 logisch geleken om Ella Fitzgerald of Billie Holiday uit te nodigen, maar om de een of andere reden beperkte Goodman zich tot zijn vaste bandzangeres Martha Tilton, geen grootheid.

Toch bevatten ook haar beide nummers een diepere boodschap. Het Schotse volksliedje Loch Lomond was een jazzsucces geworden in de vertolking van de zwarte zangeres Maxine Sullivan. En Bei Mir Bist Du Schön was Goodmans enige verwijzing naar zijn eigen Joodse achtergrond. The Andrews Sisters hadden er een grote hit mee gescoord, maar trompettist Ziggy Elman gaf het nog een extra Jiddisch accent met een intermezzo in Frahlich-stijl (een volksdans bij Joodse bruiloften).

De climax kwam met een lang uitgesponnen vertolking van Sing Sing Sing, een thema van de Italiaans-Amerikaanse trompettist Louis Prima, dat werd gecombineerd met Fletcher Hendersons Christopher Columbus. Na het uitbundige drumgeroffel waarmee Gene Krupa dit nummer afsloot kwamen nog twee toegiften, waarvan de laatste het concert perfect samenvatte: Big John’s Special, een compositie en arrangement van Fletcher Hendersons broer Horace, dat de Henderson-band in 1934 al had opgenomen.

Harry Carney (met Al Sears)

Doorbreken van de rassenscheiding

In de jaren die volgden ging Benny Goodman stap voor stap verder met het doorbreken van de rassenscheiding in de jazzpraktijk. Vanaf augustus 1938 breidde hij zijn kwartet geregeld uit tot een sextet met drie zwarte musici: Lionel Hampton, vaak Fletcher Henderson op piano, en het wonderkind Charlie Christian, een van de wegbereiders van de bebop, op gitaar. In april 1940 ging Christian ook meespelen met de volledige band, en in november van dat jaar voegde ex-Ellington-trompettist Cootie Williams zich bij de Goodman-organisatie, eerst als lid van het sextet maar later ook als regulier bandlid.

Tegelijkertijd was Goodman absoluut niet geliefd bij zijn musici. Roemrucht werd ‘the ray’, ook wel ‘the cold stare’ genoemd, waarmee hij elke fout in het orkest bestrafte. Saxofonist Zoot Sims kreeg na een tournee met Goodman een keer de vraag hoe het was geweest om in Rusland te spelen. Zijn antwoord: ‘Every gig with Benny is like playing in Russia.’

En een waarschijnlijk apocrief verhaal gaat als volgt. De ene ex-Goodman-muzikant belt de andere ’s ochtends vroeg op. ‘The good news is, Benny is dead. The bad news is, he died in his sleep.’

Dat neemt allemaal de verdienste van Goodmans daadwerkelijke actie tegen de rassenscheiding niet weg. Op de dag van zijn overlijden, 13 juni 1986, was ik in Newark, New Jersey, bij een Duke Ellington-conferentie. De grote jazzautoriteit Dan Morgenstern sprak daar een kort herinneringswoord, dat eindigde met: ‘Benny Goodman was the one who broke the ice.’

Het bericht Benny Goodmans boetedoening – Een andere blik op het Carnegie Hall Concert verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Josee Koning, wereldreiziger in muziek https://www.jazzism.nl/interviews/josee-koning-wereldreiziger-in-muziek/ Fri, 26 Jun 2026 10:00:02 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33594 De eerste try‑outs van zangeres Josee Koning voor haar nieuwe programma, gewijd aan Sérgio Mendes, vinden momenteel plaats. Tegelijkertijd verscheen de liveversie van haar laatste…

Het bericht Josee Koning, wereldreiziger in muziek verscheen eerst op Jazzism.

]]>

De eerste try‑outs van zangeres Josee Koning voor haar nieuwe programma, gewijd aan Sérgio Mendes, vinden momenteel plaats. Tegelijkertijd verscheen de liveversie van haar laatste studioalbum: 'Doce Presença, Live in Amsterdam'. Terugblik op een carrière die ruim vier decennia omspant.

Tekst: Monica Rijpma | Foto’s: Sydney Korsse

Lang voordat Braziliaanse muziek in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel werd van de jazz- en wereldmuziekscene, stond Koning er al middenin. Rita Reys vertolkte de bossanova weliswaar eerder, maar deed dat in het Engels. Koning bracht het genre in zijn authentieke vorm, door in het Portugees te zingen.

In 1980 richtte ze samen met toetsenist Peter Schön de groep Batida op. De band maakte destijds furore met originele composities en de vermenging van jazzimprovisatie met de polyritmiek van de Braziliaanse genres. Dit vormde het DNA van Batida. De groep bracht drie albums uit, waaronder het geliefde Terra Do Sul (1987). Batida betekende voor Koning een doorbraak die haar verdere internationale carrière op een hoger plan bracht.

Van muziek in het leven naar een leven in muziek

Koning groeide op in een gezin waar muziek vanzelfsprekend was. Ze speelde gitaar en zong. Zonder ooit te bedenken dat het haar beroep zou worden, bleek haar passie te groot om het bij een hobby te laten. Ze volgde lessen, trad op met jazzcombo’s en ze ontwikkelde zich snel. Tegelijkertijd moest er brood op de plank komen. Ze werkte als stewardess bij KLM en werd een periode gestationeerd in Rio de Janeiro. Daar kwam haar liefde voor de Braziliaanse taal en muziek in een stroomversnelling.

Terug in Nederland besloot Koning naar het conservatorium te gaan. Ze studeerde Schoolmuziek en begon in het Portugees te zingen, wat destijds uitzonderlijk was. Toen Batida vanaf 1980 succes kreeg, vroeg het Hilversums Conservatorium haar om les te komen geven. Omdat ze zichzelf nog niet voldoende ‘on par’ vond, ging Koning eerst met een onderzoeksbeurs onder de arm naar Rio om ter plekke te studeren.

Foto: Josee Koning, Credit: Monica Rijpma

Universiteit van de straat

In Rio volgde ze een plan dat privélessen combineerde met wat zij de ‘universiteit van de straat’ noemt: ‘De muziek van de straat en in de wijken is hoe je samba en bossanova leert zoals ze bedoeld zijn. Dankzij een succesvol reisverslag kreeg ze hierna een volledige beurs, waardoor ze haar kennis kon verdiepen om die daarna in Nederland uit te dragen.

Toen de afdeling Wereldmuziek in Rotterdam werd opgericht, was het geen verrassing dat Koning ook daar werd gevraagd. In totaal gaf ze zo’n 25 jaar les in Hilversum, Rotterdam en Amsterdam. Naast haar lessen en masterclasses waarbij ze haar Braziliaanse contacten kon uitnodigen, werkte ze ook bij Stichting Schoolconcerten. Daarmee zette ze het genre stevig op de kaart in Nederland en werd ze een van de meest herkenbare stemmen van het Braziliaanse repertoire in Nederland en Europa.

Internationale ontmoetingen en muzikale vriendschappen

Een cruciaal keerpunt in haar solocarrière kwam door haar ontmoeting met Antônio Carlos Jobim, mogelijk gemaakt door de bekende tv-persoonlijkheid Tineke de Nooij. Dat was het echte beginpunt.

Een andere Braziliaanse muzikale grootheid, Dori Caymmi, kwam op haar pad en hij produceerde haar album gewijd aan Jobim. Via Toots Thielemans ontmoette ze Ivan Lins, met wie ze meteen een klik had. Dit leidde tot een langdurige artistieke en ook vriendschappelijke band. Ze traden samen op tijdens North Sea Jazz, hij werkte mee aan meerdere albums en produceerde in 2022 haar album Doce Presença, opgenomen in Lissabon. De liveversie, opgenomen in het Bimhuis met Lins als medemuzikant, is nu dus beschikbaar op de streamingdiensten – inclusief zeven videoregistraties.

Goed voor zichzelf zorgen

Haar carrière bracht Koning naar Los Angeles, Rio de Janeiro en vele Europese podia, en ze bleef steeds trouw aan haar eigen koers. Ze maakte onder meer een hommagealbum aan haar ex‑man Lennaert Nijgh, na zijn overlijden. Daarbij zingt ze zijn Nederlandse teksten – terwijl het album is opgenomen in Rio – met Braziliaanse muzikanten en arrangementen, wat zorgde voor een verrassend resultaat.

Toch komt de vraag: Hoe houd je het vol, na veertig jaar op het podium?
Koning glimlacht: ‘Ten eerste zorg ik goed voor mezelf, want gezondheid is voor mij misschien wel even essentieel als voor een sporter. Zingen is heel fysiek. Maar de belangrijkste inspiratiebron is Brazilië en de Braziliaanse muziek. Die bron is oneindig. Laatst was ik in Rio in een club waar een jonge singer-songwriter – de winnaar van The Voice Brasil – zijn eigen repertoire zong, zo alleen met een gitaar. Dat raakte me direct en gaf me weer helemaal die creatieve kriebels. Ik zal zeker iets doen met zijn muziek.’
‘Als anker heb ik mijn man. We zijn veel op de familieboerderij, ik werk in de moestuin, plant bomen, fiets en wandel veel. Mijn geweldige man steunt me door dik en dun. Hij – en mijn muzikale familie – zijn, naast de muziek, het fundament van mijn leven.’

Opnieuw in de spotlights

Het nieuwe programma sluit aan bij de steeds weer oplevende belangstelling voor Sérgio Mendes, die dankzij de Black Eyed Peas een paar jaar geleden weer helemaal in de spotlights stond. Onlangs gaf Koning nog een inleiding bij een documentaire over Mendes. Voor haar is het een eerbetoon aan de muziek die haar als jong meisje inspireerde om haar eerste elpees te kopen. Tijdens de try-outs is merkbaar hoe de muziek jong en oud raakt.

Met Doce Presença, Live in Amsterdam op de streamingdiensten, een nieuw programma op de bühne en een carrière die blijft groeien, bewijst Josee Koning dat haar muzikale reis nog lang niet ten einde is. Ze blijft een muzikale wereldreiziger en een bruggenbouwer met een stem die generaties verbindt.

Doce Presença, Live in Amsterdam, Josee Koning (ZenneZ Records) uit op 8 mei 2026

Het bericht Josee Koning, wereldreiziger in muziek verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Michael Varekamp: ‘Miles toonde me de oneindigheid der dingen’ https://www.jazzism.nl/interviews/michael-varekamp-miles-liet-me-de-oneindigheid-der-dingen-zien/ Thu, 25 Jun 2026 10:00:59 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33530 Trompettist en verhalenverteller Michael Varekamp viert de 100ste geboortedag van Miles Davis met een nieuw album, een boek en een theatertour. Een gesprek over de…

Het bericht Michael Varekamp: ‘Miles toonde me de oneindigheid der dingen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Trompettist en verhalenverteller Michael Varekamp viert de 100ste geboortedag van Miles Davis met een nieuw album, een boek en een theatertour. Een gesprek over de man die hem een glimp van de eeuwigheid gunde.

Tekst: Dietmar Terpstra | Foto: Piet Gispen

‘Als Louis Armstrong mijn vader is, dan is Miles mijn moeder.’ Het is een van de meest geciteerde uitspraken van trompettist en verhalenverteller Michael Varekamp. In het kader van de 100ste geboortedag van Miles Davis trekt hij de theaters en festivals langs met zijn programma Miles! 100 Years.

Daarnaast verschijnt een album met eigen werk geïnspireerd op Davis en de archetypen die hij belichaamde, want Miles verwees veelvuldig naar zichzelf als ‘Pimp’, ‘Lover’ en ‘Fighter’. Deze en andere personages vormen het uitgangspunt voor een doorgecomponeerde suite onder de titel Portraits Of Miles.

Een glimp van de eeuwigheid

‘Zijn muziek raakte me voor het eerst toen hij met Charlie Parker speelde, in de jaren 40. Vroege bebop, heel intieme muziek. Later was dat My Funny Valentine, live, uit de jaren 60. Toen ik me er meer in verdiepte, begon ik langzaam te begrijpen hoe zijn abstractie werkte. Hoe hij de melodieën uit elkaar trok, als een soort elastiek. Hij kneedde en trok aan de muziek. Dat kwam heel erg binnen. Als trompettist begreep ik toen: dat universum bestaat dus ook, daar kun je ook naartoe. Miles bood me een glimp van de eeuwigheid, liet me een stukje zien van de oneindigheid der dingen.’
Jaren na die ontdekking vertelt Varekamp nog steeds met bevlogenheid hoe de muziek van Miles Davis hem raakte.

Portretten van een veelzijdig mens

Zijn nieuwe album Portraits Of Miles bevat zeven door Varekamp gecomponeerde tracks met titels als The Night Creature, The Pimp en The Alchemist. Ze weerspiegelen de verschillende persoonlijkheden die in Miles huisden.

‘Miles nam je mee op een soort trip. Als je aandachtig luistert, vang je een glimp op van wat er in hem omging. Hij bepaalde altijd de richting en wat hij ook speelde, hij maakte er elke keer iets anders van. Zijn veelkleurigheid was essentieel. Hij speelde met zijn materiaal, greep soms terug op quotes uit de jazzgeschiedenis. En zijn spel was altijd heel filosofisch, zijn tijd ver vooruit. “I can’t help myself”, zei hij dan.’

‘Mensen begrepen hem natuurlijk ook niet altijd. Hij had zoveel kanten en dat laat ik ook op mijn album horen. Jazz staat gelijk aan samenwerken, aan tolerantie en improvisatie. Bij Miles zag je dat heel sterk. Hij gaf de ruimte vorm en kon zijn vergezichten muzikaal verbeelden. Hij durfde en kon heel goed in het nu spelen.’

Vertrouwen als fundament

‘Voor mij betekent zijn muziek dat je in de eerste plaats moet leren elkaar zo goed mogelijk te faciliteren. Jazz spelen doe je vanuit vertrouwen – muzikaal en persoonlijk. Dat waren voor Miles de belangrijkste elementen, anders vond hij het saai worden. Hij zocht de spanning in het moment. Dat probeer ik ook. Met musici als Ben van den Dungen, Wiboud Burkens, Harry Emmery en Erik Kooger speel ik al meer dan twintig jaar samen. Dan ken je elkaar, dan vertrouw je elkaar. We vullen en voelen elkaar zo goed aan.’

‘Het album is ontstaan uit schetsen die Wiboud en ik samen hebben gemaakt. Miles beschreef zichzelf op veel manieren: als pooier, als bokser, als wereldster en als genereus mens. Het leek ons mooi om daar ons licht op te laten schijnen. Soms spelen we hem na, maar niet expres. We hebben ook niet gerepeteerd, maar zijn de studio ingegaan en keken wel wat eruit kwam.’ Dus in de geest van Miles.

Smaakvolle anekdotes

Tegelijkertijd verscheen bij uitgeverij Studio 92A het boek De Kracht Van Muziek, met verhalen van Varekamp, Amerika-kenner Willem Post en beeld van grafisch ontwerper Ton Wienbelt. Varekamp schrijft over zijn muzikale belevenissen in New York. Zijn ontmoetingen met Roy Hargrove, een bezoek aan het voormalige huis van Miles Davis op 312 West 77th Street en een uitnodiging van Wynton Marsalis om zijn repetities met het Lincoln Center Jazz Orchestra bij te wonen.

Het zijn zonder uitzondering smaakvolle anekdotes, afgewisseld met boeiende verhalen van Post en prachtig beeldmateriaal van Wienbelt. De lezer krijgt een verrassend rijk menu van 145 pagina’s vol muzikale hotspots en bijzondere verhalen, waarin muziek en beeld elkaar soepel afwisselen.

Portraits Of Miles, Michael Varekamp Eclectic Band (Outlaw Records) uit op 17 juni 2026

De theatertour Miles Davis – Celebrating 100 Years duurt tot en met 17 december 2026. Voor speellijst en data: https://www.theatersinnederland.nl/miles100-years/

Boek: Michael Varekamp, Willem Post, Ton Wienbelt, De Kracht Van Muziek. In het voetspoor van Michael door New York City, uitgeverij Studio 92A.

Het bericht Michael Varekamp: ‘Miles toonde me de oneindigheid der dingen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Pat Metheny kijkt altijd vooruit https://www.jazzism.nl/interviews/pat-metheny-kijkt-altijd-vooruit/ Thu, 18 Jun 2026 09:30:39 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33381 Voorspelbaar zal Pat Metheny nooit worden. Met zijn nieuwe project Side-Eye III+ slaat hij weer eens een volstrekt andere weg in. Samen met toetsenman Chris…

Het bericht Pat Metheny kijkt altijd vooruit verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Voorspelbaar zal Pat Metheny nooit worden. Met zijn nieuwe project Side-Eye III+ slaat hij weer eens een volstrekt andere weg in. Samen met toetsenman Chris Fishman, drummer Joe Dyson en bassist Daryl Johns zet hij een prachtig nieuwe sound neer die wordt gecomplementeerd door zanger Leonard Patton.

Tekst: Jean-Paul Heck | Foto’s: Jimmy Katz

Volgens hem is de zoektocht naar de juiste muzikanten het allermoeilijkst. ‘Voor elk project heb ik tegenwoordig andere muzikanten. Natuurlijk maak ik het mijzelf moeilijk, maar dit is wel de manier waarop ik wil werken. Zo wilde ik voor dit project absoluut Daryl (Johns, red.) in de band hebben. Hij is echt een fantastische muzikant, die qua niveau zo kan aansluiten bij de groten uit de geschiedenis van de jazz.’

Metheny geeft aan dat hij gek is van muzikanten die met één noot je hart kunnen raken. ‘Miles kon dat, Stan Getz kon dat, Wes Montgomery kon dat… Maar later ook Steve Swallow en Michael Brecker. Ik zoek muzikanten die naast een hoop techniek ook diepte in hun spel kunnen brengen. Dat hadden de songs op mijn nieuwe album nodig.’

Gitaar niet op de voorgrond

Metheny groeide op tussen wereldsterren van toen en absorbeerde alles wat maar mogelijk is. Al die bijna terloopse lessen neemt hij mee in zijn eigen ontwikkeling. ‘Zonder ontwikkeling is er weinig aan. Ik had jarenlang dezelfde soort platen kunnen maken, maar daar pas ik voor.’

Daarbij gaat hij zelfs zover dat hij zijn eigen instrument niet meer op de voorgrond zet. ‘Wat kan ik als gitarist nog toevoegen aan al datgene dat ik in 50 jaar heb gemaakt? Ik heb in die jaren met muzikanten gewerkt die het gangbare overstijgen. Drummer Antonio Sanchez is zo iemand. Buitenaards! Datzelfde heb ik nu met Joe (Joe Dyson, red.). Hij is jong, maar zo verschrikkelijk getalenteerd.’

Steeds blijven groeien

Metheny zegt dat hij het laatste decennium veel meer op de stoel van de luisteraar is gaan zitten. Dat besef is op dit moment heilig voor hem. ‘Wat wil de luisteraar horen en hoe ervaart die mijn muziek? Muzikanten luisteren niet vaak naar zichzelf. Althans, ik niet. Maar de luisteraar zet een Metheny-plaat vaak wel 100 keer op en daar moet ik echt rekening mee houden.’

Aan de kwaliteiten van Metheny wordt echter nooit getwijfeld. Met 20 Grammy Awards op zijn schoorsteenmantel is hij wellicht de meest succesvolle jazzmuzikant van zijn generatie. Met meer dan 50 eigen albums achter zijn naam, hoeft de Amerikaan helemaal niets meer te bewijzen. Daar is hij volgens zichzelf ook helemaal niet meer mee bezig.

‘Maar op alle gebieden wil ik blijven groeien. Zo ben ik als zeventiger een veel betere performer dan voorheen. Ook wil ik geluiden creëren die nooit eerder door een mens zijn voortgebracht. Dat klinkt wellicht wat pompeus en overdreven ambitieus, maar dat zit wel in mijn hoofd.’

Daarbij gaat hij terug naar zijn jeugd. Naar het moment dat hij voor de eerste keer een album van Jimi Hendrix op zijn platenspeler legde. ‘Eerlijk gezegd kon ik er toen niet zoveel mee. Oké, ik vond hem een goede bluesgitarist maar dat was het wel. De bewondering en verwondering kwam pas later. Hetzelfde met John Coltrane. Je hebt soms jaren nodig om te begrijpen wat iemand speelt en waarom iemand het op die manier speelt.’

Nestor voor jonge muzikanten

Vooral aan het begin van deze eeuw zocht Metheny continu uitdagingen. Zijn album One Quiet Night uit 2003 is een plaat waar hij nog altijd erg trots op is. ‘Het is een soloalbum dat ik zonder enige overdub heb opgenomen. Iets waar ik pakweg 35 jaar geleden niet aan durfde te denken. Toen moesten mijn albums perfect klinken. Nu zoek ik het veel meer in de details. Bijvoorbeeld het zoeken naar de juiste nylonsnaar voor mijn akoestische gitaar. Ik zoek naar de rijkdom, naar een geluid dat mijn hart raakt.’

Het nieuwe album is weer een kraker. Vooral de productie is van een werkelijk bizar hoog niveau. Metheny lacht. ‘Ik hou ervan om live muziek op te nemen. Na zijn laatste album MoonDial dat in 2024 verscheen, tourde hij met een hoop nieuwe muziek over de wereld. Het Side Eye-project heeft vooral als insteek het spelen met jonge en zeer talentvolle muzikanten. Als 71-jarige nestor voelt Metheny het als zijn plicht om overdrachtelijk te werk te gaan. De rol van drummer Dyson is voor hem van eminent belang. ‘Joe is zoals gezegd een fantastische speler die zijn roots heeft in New Orleans. Ik ben geboren in Kansas City en dat hoor je ook in mijn spel. Als die achtergronden samenkomen, krijg je gewoon iets heel moois.’

Steven Spielberg-albums

Metheny deelt zijn albums altijd in twee soorten op: Platen die hij in een paar dagen tijd met een aantal muzikanten in een studio opneemt en zijn zogenaamde ‘Steven Spielberg-albums’. ‘Dat zijn de albums waar ik enorm veel tijd in steek en waar ik de studio met al zijn mogelijkheden als instrument gebruik. Side-Eye III+ is een soort mengelmoes van beiden. Er staan veel herkenbare geluiden en technieken op, maar ik denk ook dat mijn fans wel verras met een aantal nieuwigheden.’

Tijdens zijn huidige tour die hem op 11 en 12 juli ook op het North Sea Jazz brengt, zal hij zeker nieuw werk laten horen. ‘Simpelweg omdat het North Sea Jazz-publiek dat ook van mij verwacht. Weet je, je zal het wellicht een cliché vinden maar er is niets mooier dan te spelen op dat festival.’

Side-Eye III+ – Pat Metheny (Uniquity Music) uit op 27 februari 2026

Concertdata:

11 en 12 juli 2026, NN North Sea Jazz, Ahoy, Rotterdam

Het bericht Pat Metheny kijkt altijd vooruit verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ https://www.jazzism.nl/interviews/billy-cobham-over-miles-davis-hij-had-weinig-woorden-nodig/ Mon, 15 Jun 2026 16:00:59 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32987 Billy Cobham speelde op de baanbrekende fusionalbums van Miles Davis. De drummer, vermaard om zijn gespierde rockenergie, kijkt terug op zijn samenwerking met de innovatieve…

Het bericht Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Billy Cobham speelde op de baanbrekende fusionalbums van Miles Davis. De drummer, vermaard om zijn gespierde rockenergie, kijkt terug op zijn samenwerking met de innovatieve trompettist. ‘Miles vertelde nooit wat we moesten spelen’

TEKST: PETER SCHONG | FOTO’S: MILES DAVIS OFFICIAL

‘Technisch gezien heb ik aan de sessies deelgenomen, maar eerlijk gezegd kan ik je niet zeggen óf ik op, of wáár ik speel op Bitches Brew. Miles gaf mij het album en zei: ‘Je speelt erop, je klinkt geweldig’. Ik zette het op en luisterde, en dacht: ‘Ik hoor mezelf, maar ik weet niet waar.’ Volgens de originele platenhoes was ik er niet bij, maar uit het latere cd-boekje bleek dat ik er wel bij was. Ik speelde ook op On the Corner, Circle In The Round, Live-Evil, en natuurlijk A Tribute To Jack Johnson. Vooral Jack Johnson. Dat is mijn favoriet.

De grijze gebieden van de repetities

Daar zit een verhaal achter. Wat we speelden op A Tribute To Jack Johnson had eigenlijk niet gespeeld moeten worden. We hadden de avond ervoor een repetitie. Miles’ repetities waren grijze gebieden. Hij vertelde nooit iemand wat ze moesten spelen, helemaal niks. Hij zei hooguit: ‘Dat is een lekkere groove, onthoud het, die moeten we spelen.’ Meer niet. Vervolgens vergat ik het natuurlijk en speelde iets anders, maar dan zei Miles: ‘Dat is niet wat je gisteren speelde, maar dit bevalt me ook.’ Er was vrijheid, omdat Miles respect had voor ons. Hij wist dat hij ons respect terugkreeg door gewoon in zijn schaduw te zijn, en een simpel ‘ja’ of een knikje als aanwijzing te krijgen. Dat was genoeg, hij had weinig woorden nodig. Wat van belang was wat je speelde. Hij zei nooit: ‘Nee, dit werkt niet.’ Daarom wisten we dat we goed zaten.’

Tip van Jack DeJohnette

‘Ik ontmoette Miles voor het eerst in 1969 tijdens een repetitie. Jack DeJohnette tipte me te komen, want hij zou vertrekken om bij Keith Jarretts nieuwe band te gaan drummen. We speelden allemaal op die avond in de Village Gate. Ik zat boven met het Junior Mance Trio, en beneden speelde Miles’ nieuwe band met Chick Corea (toetsen), Dave Holland (bas), Jack DeJohnette (drums) en natuurlijk Wayne Shorter (saxofoon). Ze deden twee sets en tussendoor kwam Jack naar boven. Ik kende hem toen niet eens, ook nog nooit ontmoet volgens mij. Hij zegt: ‘Hé Billy, zou je geïnteresseerd zijn om met Miles te werken?’ Ik wierp hem een ongelovige blik toe en antwoordde gekscherend: ‘Ja, waarom niet?’ En Jack zei: ‘Oké, ik ga hem over je vertellen en hij komt even kijken.’

‘Ik zag alleen een bril’

En inderdaad, Miles kwam naar boven toen wij speelden. De zaal was bomvol, mensen zaten te eten, het was een dinner show. Iemand zei: ‘Kijk eens omhoog.’ Ik zag Miles niet, ik zag alleen een bril. Twee grote, vierkante brillenglazen. Ik dacht: ‘Oké, hij is hier. We doen gewoon wat we altijd doen. Hij trekt zijn broek één pijp tegelijk aan, net als iedereen.’ Natuurlijk was ik vereerd, maar niet meer dan dat. Het was alledaags. In New York kwam je dit soort cats elke dag tegen.

Miles belde en mijn toenmalige vriendin nam op, het boterde eerst niet omdat zij hem niet meteen begreep. Toen ik thuiskwam was ze boos en zei: ‘Je vrienden moeten duidelijker zijn over wat ze willen.’ Ik vroeg wie er had gebeld. ‘Een of andere kerel die fluisterde en mompelde.’

Normale gang van zaken

Ik belde terug en het enige dat Miles tegen me zei was (imiteert Miles’ karakteristieke hese stem): ‘Dinsdagochtend, Columbia Records, 53rd Street, 10 uur.’ En toen hing hij op. Het was maandagavond, het was al donker, geen kans om nog te repeteren. Zo begon het.’

‘Dat was de normale gang van zaken bij Miles. Zoals toen Wayne Shorter ziek was en niet kon spelen. Miles had op de radio aangekondigd dat tenorsaxofonist Joe Henderson ‘s avonds met hem zou spelen in de Village Vanguard. Joe wist van niks. Hij arriveerde in New York voor iets anders en iemand zei tegen hem: ‘Ik kom vanavond naar je kijken in de Vanguard.’ Joe reageerde: ‘Wat? Waar?’ ‘Miles was net op de radio, je speelt vanavond met hem in de Village Vanguard.’ Joe kwam aan het eind van de eerste set binnen en Miles zei tegen hem: ‘Je bent te laat.’ Dit gebeurde aan de lopende band.’

Onzeker over mijn spel

Ik twijfelde niet toen Miles me uitnodigde bij zijn band te komen. Ik zei “nee”. Ik zag mezelf niet met hem op tournee gaan. Ik vond niet dat ik er klaar voor was. Ik voelde me onzeker over mijn spel. Ik kwam uit een andere richting dan de andere gasten. Ik had ook een sociaal probleem, de entourage paste niet bij me. Dus ik zei nee. Ik zei tegen Miles: “Wat ik graag zou willen, is mezelf opwerken tot een positie waarin ik gewoon met je kan komen spelen. Ik wil geen geld. Ik ben er nog niet klaar voor.” Die gelegenheid deed zich echter nooit voor, Miles vroeg me nooit meer voor zijn band.’

Live in Sendai, Japan

‘Ik deed bijna uitsluitend studiowerk met Miles. Slechts één keer speelde ik live met hem, en dat was op een heel bijzondere plek: Sendai in Japan. Dat is waar in 2011 de tsunami toesloeg en leidde tot de kernramp in Fukushima. Het was in 1983 of ’84 met het Gil Evans Orchestra. Het was echt een trip, man, heel speciaal. Miles was in Japan op tournee met zijn band met Al Foster, Bill Evans, John Scofield en Mike Stern, en ik zat in de bigband van Gil Evans. We waren als een leger, een soort Delta Force. Het had ongelooflijk kunnen zijn, weet je, met Hiram Bullock en iedereen daar. Maar de onderhandelingen met Miles liepen stuk en we tourden uiteindelijk alleen. Maar één keer, in Sendai, was Miles het voorprogramma. Wauw, een grote zegen.

Alles heeft verband met elkaar

Ik heb toen veel foto’s gemaakt en ik wil er een serie over maken, om dat te verbinden met de vreemde dingen die gebeurden in Sendai, de tsunami. Op een YouTube-video werd zonder mijn medeweten mijn compositie Heather van het album Crosswinds gebruikt bij beelden van de tsunami van 2011. Ze gebruiken Michael Breckers solo, die heel onheilspellend klinkt. Het past precies. Ik besefte dat alles verband heeft met elkaar, en het begon met mij en Miles in ’84, door een goddelijke voorzienigheid.’

Het bericht Billy Cobham over Miles Davis: ‘Hij had weinig woorden nodig’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ https://www.jazzism.nl/interviews/lakecia-benjamin-we-dream-gaat-over-de-kracht-van-samenwerking/ Fri, 12 Jun 2026 10:00:36 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=33008 ‘I am Lakecia Benjamin on the altosaxophone.’ Ze spreekt het uit met overtuiging als ze haar tourband eind mei voorstelt tijdens een concert in Den…

Het bericht Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

‘I am Lakecia Benjamin on the altosaxophone.’ Ze spreekt het uit met overtuiging als ze haar tourband eind mei voorstelt tijdens een concert in Den Bosch. De Amerikaanse leverde bezielende powerplay, met een band die elkaar keer op keer opstuwt. Na het concert vertelt ze over haar nieuwe album.

Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Elizabeth Leitzell 

De energieke New Yorkse muzikant brengt begin juni haar derde album We Dream uit. Na Pursuance (2020), waarmee ze John en Alice Coltrane eerde, en Phoenix (2023), haar comeback na een auto-ongeluk. Op al haar albums spelen gastmuzikanten mee, waardoor de line-up leest als de Who’s who van de hedendaagse jazz. In een eerder interview liet ze Jazzism weten dat het hard werken was om al die muzikanten zover te krijgen dat ze meededen. Dat was voordat ze naam maakte en een Grammy ontving. Dat moet nu voor We Dream toch gemakkelijker zijn geworden?

‘Het idee achter de gastartiesten op We Dream was niet om bekende namen te strikken. Ze hebben allemaal een vernieuwende kwaliteit en veranderen de muziek op hun instrument, vooral live. Ik wilde mensen samenbrengen die dat niet alleen muzikaal doen, maar ook via organisaties, door andere muzikanten te begeleiden en andere culturen te onderzoeken. Chief Adjuah (voorheen bekend als Christian Scott) doet dat allemaal en bouwt zijn eigen instrumenten. Er is geen tweede Chief. Geen tweede Terence Blanchard. Hiromi brengt de Japanese cultuur naar de Amerikaanse muziek. Bilal staat bekend om neo-soul, maar hij is ook een jazzzanger. Tank is meer een r&b-artiest, maar poëzie is een van de fundamenten van hiphop en van onze muziek. Ik wilde laten zien hoe al deze mensen hun eigen ding doen, hoe ze op hun eigen manier improviseren. En hoe dat direct verbonden is met jazz en met de toekomst ervan.’

Soundtrack bij het leven

Gaat de spoken word op ‘Ascension’ over het moment na je auto-ongeluk?

‘Nee, dat moment kwam meer aan bod op Phoenix, waar ik Sonia Sanchez en Angela Davis het woord liet voeren. Ik heb die periode afgesloten. We Dream begint ná het ongeluk, eigenlijk na de laatste Grammy-nominatie. Het nummer Ascension gaat over waar ik nu sta: hoe is het als je bent waar je bent, maar er nu andere tegenslagen zijn? Je probeert je carrière gaande te houden, jezelf te blijven ontwikkelen. Phoenix was een persoonlijke boodschap. We Dream gaat over wat we samen kunnen doen; de kracht van samenwerking. Dat symboliseren de gasten op dit album. Vandaar ook de spoken word op verschillende tracks: het plaatst de luisteraar direct in het verhaal, bijna als een film. Na de duisternis neemt elk nummer je een stap verder. Een soundtrack bij het leven.’

Levensles van Clark Terry

Je tourt bijna onafgebroken de wereld rond. Een uitputtingsslag, of zie je dat anders?

‘We moeten het product promoten. Maar ik geloof ook dat het universum je soms ergens naartoe roept, zelfs als je niet van reizen houdt. Soms kun je iemand niet bereiken via een plaat. Soms moet je naar Zuid-Korea om iemand te ontmoeten en kan wat je uitdraagt alles veranderen.’

‘Ik denk aan trompettist Clark Terry, bij wie ik speelde toen ik net begon. Ik vroeg hem waarom hij overal nog workshops en clinics gaf op zo’n hoge leeftijd. Hij vertelde me dat hij ooit in een club stond en een jonge trompettist hem bleef aanspreken. Clark wilde weg en stuurde hem ruw de deur. Jaren later stond die jongen backstage en wilde hem begroeten. Het was Miles Davis. Die zei: “Dit is niet de eerste keer dat we elkaar ontmoeten. Je stuurde me ooit weg.” Sindsdien wist Clark: je weet nooit wie je ontmoet. Wat als hij Miles Davis had ontmoedigd? Zo denk ik er nu over. Elke persoon en elke show telt meer dan je denkt.’

Zit je in een fase waarin je jongere mensen iets wil meegeven?

‘Dat geldt voor elke levensfase in jazz. Alle generaties staan met elkaar in contact. Jazz is misschien wel de enige kunstvorm waar een 20-jarige beste vrienden kan zijn met een 80-jarige, zolang je maar speelt zoals je speelt. Ik ging om met Rashied Ali tot de dag dat hij overleed. Ik had nooit het gevoel dat ik een oude man belde. Hij zat chips te eten en naar rap te luisteren en vroeg me langs te komen. In deze muziek bestaan die generatiebarrières niet.’

'Ik ben meer een vrije geest'

Hoe vond je de tijd om ‘We Dream’ te schrijven?

‘Ik probeerde onderweg te schrijven tijdens de Phoenix-tournee. Alle apparatuur mee, maar er kwam niets uit. Ik zat er maar naar te staren. Toen ik eindelijk thuiskwam, was er een verbouwing in het gebouw waar ik woon. En dacht: het is nog niet de juiste tijd. En op een dag kwamen plotseling alle ideeën tegelijk in me op. Ik begon te schrijven.’

‘Als ik Terence Blanchard in gedachten heb, schrijf ik rondom wat ik van hem hoor. Ik maak geen ander persoon van hem. Als muzikanten de studio binnenkomen, hoeven ze alleen zichzelf te zijn. De sound is al voor hen gebouwd.’

Flame Keeper met Hiromi en Chris Potter schreef ik wél volledig uit, iets wat ik normaal niet graag doe. Maar zij zijn praktische muzikanten en ik ben meer een vrije geest. Uitschrijven zorgt ervoor dat de studiodag sneller verloopt. Je wilt op dat niveau niet de hele dag iemand een partij aanleren, want dat kost energie en doodt de creativiteit. Als ze het kunnen lezen, kunnen ze daarna verder gaan dan de bladmuziek. En ik ging zelf eerst. Als ze dat zien en horen, weten ze dat ik speel wat er op dat moment in mij opkomt. Dat geeft hen de vrijheid om te improviseren.’

'Je moet een merk zijn'

Niet veel muzikanten presenteren zich zo uitgesproken en energiek als jij.

‘In jazz hebben we veel introverte muzikanten. Geweldig muzikanten, maar ze tonen hun emotie via de muziek en brengen dat niet naar buiten. Als kind was ik zelf erg verlegen. Maar dat is niet per se je persoonlijkheid, dat is wat je hebt aangeleerd.’

Zijn je opvallende outfits een bewuste keuze of tonen ze wie je bent?

‘Dat ben ik altijd. Als het niet bij mijn persoonlijkheid paste, zou ik het niet volhouden met suitcase na suitcase de wereld over. Clark Terry zei ooit: “Ze zien je voordat ze je horen.” Er zit kracht in het laten zien wie je bent. Als je Prince op het podium zag: altijd piekfijn gekleed. Dat is geen toeval. Als je mensen wilt vragen naar je te luisteren, moet je niet dezelfde kleren dragen als je publiek. Je moet een merk zijn. Als mensen “Hiromi” zeggen, zie je meteen het haar. Vertel het complete verhaal.’

Vijf jaar geleden was je nog minder bekend. Welke mogelijkheden heb je nu en welke muziek wil je nog graag maken?

‘Ik heb nu meer vrijheid. Als je een naam hebt, krijg je meer tijd om te verkennen. Na We Dream hoop ik de mogelijkheden van mijn kunst dieper te onderzoeken. Een orkest toevoegen? Een film maken? Een opera, zoals Terence doet? De afgelopen jaren was ik vol energie en stond altijd klaar om te gaan. Maar ik kijk ernaar uit om verder te gaan dan een nummer en een solo. Hoe meer mensen je bereikt, hoe meer mogelijkheden zich aandienen.’

We Dream – Lakecia Benjamin (Artwork Records) uit op 5 juni 2026

Concertdata:

17 juni 2026, Ronnie Scott’s, Londen (V.K.)
19 juni 2026, Zeeland Jazz Festival, Middelburg
20 juni 2026, LantarenVenster, Rotterdam
2 juli 2026, Gent Jazz, Gent (B)
14 november 2026, Rockit, Groningen

Het bericht Lakecia Benjamin: ‘We Dream gaat over de kracht van samenwerking’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
De mentale kracht van Mica Millar https://www.jazzism.nl/interviews/de-mentale-kracht-van-mica-millar/ Wed, 10 Jun 2026 10:00:26 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=32949 De Britse singer-songwriter Mica Millar staat aan de vooravond van een internationale doorbraak. In een openhartig interview vertelt de artieste over haar liefde voor muziek,…

Het bericht De mentale kracht van Mica Millar verscheen eerst op Jazzism.

]]>

De Britse singer-songwriter Mica Millar staat aan de vooravond van een internationale doorbraak. In een openhartig interview vertelt de artieste over haar liefde voor muziek, persoonlijke uitdagingen en de inspiratie achter haar nieuwe album 'A Little Bit Of Me'.

Tekst: Arjan Klaver

Wat vooral opvalt is Millars oprechte passie voor songwriting en haar sterke verbondenheid met emoties, natuur en menselijke relaties. Dat werd duidelijk tijdens het gesprek met de 38-jarige zangeres uit Manchester. Terwijl ze in haar studio annex werkkamer een shagje draait, vertelt Millar dat ze al op jonge leeftijd liedjes en gedichten schreef. Ze toont een blauw schriftje dat ze zorgvuldig bewaart.

Morrissey

‘Het voelde alsof muziek míj heeft gekozen. Manchester heeft een grote invloed gehad op mijn ontwikkeling als artiest. De stad staat bekend om haar rijke muziekcultuur. Mijn vader was drummer in een bandje en als kind ging ik regelmatig mee wanneer hij optrad in bekende clubs en cafés. Hij heeft zelfs ooit auditie gedaan toen Morrissey (ex-The Smiths, red.) solo ging. Die baan kreeg hij uiteindelijk niet, maar het muzikale milieu van de stad wakkerde bij mij het verlangen aan om zelf muzikant te worden.’

Ernstige rugblessure

Een belangrijk keerpunt in haar leven was een ernstige rugblessure. Millar beschrijft hoe die periode haar dwong diep in zichzelf te zoeken naar kracht en doorzettingsvermogen. ‘De onzekerheid over mijn herstel maakte grote indruk op mij. Als ik over vijf jaar nog steeds zoveel pijn zou hebben, wist ik niet hoe ik daarmee zou moeten leven. Juist die moeilijke periode gaf mij uiteindelijk de mentale kracht die ik nodig had.’

Vrijheid en innerlijke rust

Voor haar nieuwe album zocht Millar bewust afstand van het drukke stadsleven. Niet Manchester, maar het avontuur en de joie de vivre van Frankrijk vormden haar inspiratiebron. ‘Tijdens een reis door Zuid-Frankrijk, vooral in de Provence, vond ik rust aan de rivieren en in de natuur. Die ervaring leidde tot het spiritueel geïnspireerde nummer Oh Freedom. Dat lied gaat over vrijheid, innerlijke rust en een gevoel van vernieuwing.’

Ook persoonlijke relaties vormen een belangrijke inspiratiebron. ‘Het nummer Hand On My Soul schreef ik mede naar aanleiding van de liefdevolle relaties binnen mijn familie. See You On The Other Side ontstond vanuit mijn ervaringen met emotionele schommelingen en hormonale cycli. Door mijn gevoelens beter te begrijpen, vond ik nieuwe inspiratie voor de muziek op mijn album.’

Amy Winehouse

Vooral de combinatie van jazzinvloeden, soul en klassieke girl groups uit de jaren 60 spreekt haar aan, aangevuld met een vleugje van de muzikale erfenis van Amy Winehouse. Tegenwoordig runt Mica Millar haar eigen platenlabel en werkt ze aan een internationale promotiecampagne.

Na haar debuutalbum Heaven Knows uit 2022 en de successen tijdens optredens in Duitsland en Nederland bereidt ze zich nu voor op een uitgebreide Europese tournee. Daarbij staat op 4 oktober ook een optreden gepland in de Amsterdamse Tolhuistuin. ‘Ik kan niet wachten.’

A Little Bit Of Me – Mica Millar (Golden Hour Music) uit op 5 juni 2026

Concertdata:

2 oktober 2026, Doornroosje, Nijmegen
3 oktober 2026, LantarenVenster, Rotterdam
4 oktober 2026, Tolhuistuin, Amsterdam

Het bericht De mentale kracht van Mica Millar verscheen eerst op Jazzism.

]]>