Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ voor de Jazz liefhebber Thu, 29 Oct 2026 23:50:22 +0000 nl-NL hourly 1 https://wordpress.org/?v=7.1.4 https://www.jazzism.nl/wp-content/uploads/2018/12/Jazzism_rood_f.png Interviews Archieven - Jazzism https://www.jazzism.nl/category/interviews/ 32 32 Bugge Wesseltoft over Rymden: ‘Er is veel wederzijds respect’ https://www.jazzism.nl/interviews/bugge-wesseltoft-over-rymden-er-is-veel-wederzijds-respect/ Fri, 30 Oct 2026 11:00:45 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=35734 ‘Today May Be Tomorrow’ is de poëtische titel van het nieuwe, vierde album van powertrio Rymden. Een plaat die insteekt op de onzekere periode waarin…

Het bericht Bugge Wesseltoft over Rymden: ‘Er is veel wederzijds respect’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

‘Today May Be Tomorrow’ is de poëtische titel van het nieuwe, vierde album van powertrio Rymden. Een plaat die insteekt op de onzekere periode waarin we leven en ingaat op de rekbaarheid van tijd. Jazzism sprak oprichter Bugge Wesseltoft (1964) over het album en de muzikale verdieping van de band.

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Fredrik Hjerling

Het Noors/Zweedse Rymden, bestaande uit Bugge Wesseltoft (p), Dan Berglund (b) en Magnus Öström (d), stelt diverse vragen centraal op hun nieuwe plaat, Today May Be Tomorrow: vandaag kan morgen al in zich dragen, terwijl gisteren in gewijzigde vorm kan terugkeren. En, een nog dringender vraag die onmiskenbaar hoort bij de wereld waarin we nu leven: zal er een morgen zijn? De onderwerpen klinken mogelijk wat zwaar, maar dat geldt niet voor de uitwerking van de muziek, die verschillende gemoedstoestanden en sferen ademt. Oprichter en toetsenist Bugge Wesseltoft praat vanuit zijn thuishaven Oslo over de signatuur van Rymden, legt uit hoe het conceptuele album tot stand kwam, en wat de gedachtegang erachter is.

Ruimte

‘Rymden betekent in het Noors ruimte, en dat kun je op verschillende manieren opvatten. Het kan letterlijk verwijzen naar een soort ruimte of bijvoorbeeld naar het universum en de symboliek daarvan. Als musici “bereizen” wij die ruimte steeds in andere vormen en gaan op ontdekking uit. Het is onze signatuur geworden en Today May Be Tomorrow vervult daarin een nieuw hoofdstuk.’

Onzekere tijd

‘We hebben allen meerdere stukken geschreven voor deze plaat waarin met name Magnus gelaagdheid en diverse betekenissen geeft aan zijn composities, zoals het titelstuk van de plaat. Voor zover ik weet reflecteert hij op de tijd waarin we leven en daarin staat onzekerheid centraal. De wereld ondergaat enorme veranderingen en voor ons westerlingen zal hierin de grootste uitdaging zitten. Wij hebben zoveel schade aangericht, het is niet gek dat dingen grootschalig misgaan. Dat houdt je ook als muzikant bezig.’

‘Maar muziek moet ook een glimp van hoop bieden. Persoonlijk vind ik dat muziek niet te politiek beladen moet zijn en we niet te veel emoties moeten benadrukken. Het publiek moet ruimte krijgen om hun eigen interpretaties en gevoelens eraan te kunnen geven. Wij proberen goede, organische muziek te maken die in balans is.’

L-R: Magnus Öström, Bugge Wesseltoft, Dan Berglund

Uniform geluid

‘Het is fijn om te horen dat je vindt dat dit album overkomt als één gelijkwaardige stem, een uniform geluid. Toen ik Rymden begon had ik in eerste instantie de droom om muziek te creëren vanaf het podium. Zoals ik dat in andere groepen ook veelal deed, om het daarna op te nemen in de studio. Bij dit trio werkt dat echter anders, misschien om dat we als vijftigers pas bij elkaar zijn gekomen en ieder onze eigen werkwijze hebben. Dat maakt het soms wel gecompliceerd vanwege onze verschillende ideeën en wensen. Maar er is veel wederzijds respect. Het zorgt er misschien juist voor dat Rymden een coole sound heeft.’

‘We schrijven los van elkaar onze eigen stukken vanuit de gedachte dat het past bij het trio. Vervolgens nemen we dat materiaal op in de studio. Magnus schrijft vrij complexe muziek, met een kop en een staart, bestaande uit diverse lagen. Dan en ik hebben een wat meer open mind. Ik wil graag dat de anderen ruimte krijgen – en nemen – om een zo goed mogelijk stuk te creëren voor het trio.’

Gelijkwaardig

‘Rymden heeft geen bandleider, want ik wil graag dat iedereen gelijkwaardig is. Voordat ik met Rymden begon in 2019, had ik nooit in een “echt” pianotrio gespeeld. Er zijn zoveel waanzinnige pianotrio’s; ik wist dat als ik iets wilde opzetten, het eigenzinnig moest zijn. De combinatie met Don en Magnus is per definitie al avontuurlijk en uitdagend, en zij staan open voor een mix van progressieve akoestische elementen, afgewisseld met elektronica en effecten. Dat geeft karakter aan de muziek.’

Jubileum

‘Inzoomend op het repertoire valt inderdaad op dat Valiant Revisited, geschreven door Dan, teruggrijpt op onze eerdere samenwerking uit 2014 met dj Henrik Schwarz. Omdat dit trio niet meer bestaat en we het nummer niet meer konden spelen, heb ik Dan gevraagd om een nieuwe versie te schrijven met Magnus in het achterhoofd. Hij heeft er een verfrissende draai aangegeven, waardoor de song zich verder ontwikkelt.’

‘Het is grappig hoe dat soms werkt, want ik zie het ook met mijn eigen stukken. Dit jaar vier ik mijn 30-jarig jubileum, wat ook geldt voor mijn label, Jazzland Recordings. Ook mijn eerste eigen plaat, New Conception Of Jazz, verscheen in 1996. Ik geef nu een aantal concerten met dat oude materiaal, dat ik ruim twintig jaar niet heb gespeeld. Het raakt me dat de songs niet gedateerd voelen, eerder tijdloos.’

L-R: Dan Berglund, Bugge Wesseltoft, Magnus Öström

‘Slaapliedjes’

‘EM, Nightfall en Here And Now zijn nieuwe stukken van mijn hand die op Today May Be Tomorrow staan. De basis van deze songs kwam tot me tijdens mijn slaap. Bij Nightfall werd ik ’s nachts steeds wakker met thema’s in mijn hoofd. Normaal gesproken zing ik dat in op mijn iPhone en voeg ik aantekeningen toe, maar ik wilde mijn vrouw niet wakker maken. Dus ik moest heel zachtjes neuriën.’

‘Soms hoor ik hele symfonieën in mijn hoofd tijdens mijn slaap. Ik zou willen dat ik een directe verbinding heb tussen mijn hersenen en mijn vingers, die deze muziek gelijk kan transformeren naar bladmuziek. Bizar hè, dat grote componisten als Bach en Mozart dit vroeger zo uit hun mouw schudden en uitschreven. Misschien kunnen we in de toekomst AI koppelen aan zo’n situatie, dat zou te gek zijn.’

‘Ik heb eindeloos veel ideetjes op mijn telefoon staan. Na een tijdje luister ik de opnamen terug en ga ik aan de slag met de ideeën die ik het sterkst vind. Dit doe ik maandelijks met zo’n dertig tot zestig ideeën. Here And Now komt ook uit zo’n voorraad. Ik heb het al eind jaren 90 geschreven, maar ik had er nooit wat meegedaan. Ik kwam het weer tegen en de melodie bleef hangen, dus ik moest er echt iets mee doen deze keer.’

Oude relatie

‘In hoeverre we als groep veranderd zijn gedurende onze Rymden-periode? Het is als in een oude relatie: we zijn gewend aan elkaars sterke en minder sterke kanten. We geven om elkaar en het touren weerspiegelt ons privéleven. We hebben het leuk samen, spelen voor publiek dat ons waardeert en onze platen koopt. We zijn enorm dankbaar dat mensen blijven komen, zelfs in onzekere tijden.’ 

Today May Be Tomorrow – Rymden (Jazzland Recordings) uit op 25 september 2026

Concerten:

10 november 2026, TivoliVredenburg, Utrecht

Meer Rymden:

Piano-dag op Gent Jazz met RYMDEN en Yann Tiersen

Recensie Rymden

Het bericht Bugge Wesseltoft over Rymden: ‘Er is veel wederzijds respect’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Sunflower ziet liefde als essentie van jazz https://www.jazzism.nl/interviews/sunflower-ziet-liefde-als-essentie-van-jazzmuziek/ Thu, 22 Oct 2026 06:00:24 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=35565 Het nieuwe geesteskind van drummer Joost Lijbaart is Sunflower. Deze band vormt hij samen met Amelie Spinks en River Adomeit. Een gesprek over hun debuutalbum…

Het bericht Sunflower ziet liefde als essentie van jazz verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Het nieuwe geesteskind van drummer Joost Lijbaart is Sunflower. Deze band vormt hij samen met Amelie Spinks en River Adomeit. Een gesprek over hun debuutalbum ‘Love Letters’.

Tekst: Mischa Andriessen | Foto’s: JC Villarroel

Sunflower is een nieuwe groep rond Amelie Spinks (gitaar/bas/zang), River Adomeit (bas/spoken word) en Joost Lijbaart (drums). Hun debuut Love Letters is een album met tien opmerkelijk persoonlijke, zelfs intieme songs en een verrassend geluid. Veeleer Americana dan jazz. Puur en ontdaan van overbodige ornamenten, maar vooral diep doorvoeld, liefdevol en warm. Jazzism sprak Joost Lijbaart over deze bijzondere plaat.

‘I feel tempted to let this conversation go off track and start talking about poetry, travel, or the latest Indian cookbook I bought -but I’m too much of a coward.’ (Uit: Growing Up In The Seventies)

‘If I was a woman I would seek sunlight, darkness, boundaries to break through […] I would never ask for permission! I would not wait until it is my turn!...ready to meet what I don’t know.’ (Uit: If I Was A Woman)

Deze twee tekstfragmenten gaan beide over grenzen verleggen, een ander zijn, iets anders doen. Ik heb het gevoel dat 'Love Letters' niet alleen een heel persoonlijk, maar ook een gedurfd album is.

Joost Lijbaart: ‘Ja, dat klopt, ik loop al zo’n twintig jaar met het idee rond, maar pas nu ik op het conservatorium Amelie en River heb ontmoet, heb ik het aangedurfd. Ik had het album niet eerder kunnen maken en ook niet met andere musici.’

Twintig jaar is lang. Waar kwam het idee vandaan? En wat hield je eerder tegen?

‘Een belangrijke invloed was het album Mama Rosa van Brian Blade, ook een drummer natuurlijk. Hij is een van de beste drummers ter wereld en speelde toen nog met Wayne Shorter bijvoorbeeld. Ik was er erg door getroffen dat iemand als hij zich zo durfde te presenteren. Als zanger/gitarist met persoonlijke, kwetsbare liedjes waarbij het geen moment om virtuositeit gaat.
Wat me dan tegenhield? Van alles. Aan de ene kant hoort het misschien bij ouder worden dat je beetje bij beetje je schroom afwerpt. En misschien ook schaamteloos durft te zijn. Veel popsterren zijn schaamteloos, die doen gewoon, het maakt ze niets uit hoe anderen daar tegenaan kijken. Maar het gaat ook om het negeren van allerlei gedachten die van verschillende kanten in je hoofd gekropen zijn. Over wat kan en wat niet kan. Wat mag, en wat niet. Ik heb veel nagedacht over wat voor mij de essentie van muziek is. Ik ben uitgekomen bij sound en groove. Dat is voor deze plaat zeer bepalend. Ik heb een andere drumkit aangeschaft vanwege het geluid en ik speel bijvoorbeeld veel minder dan gebruikelijk percussie.’

Je spel is opvallend sober, inderdaad helemaal gefocust op de pulse.

‘Amelie en River spelen allebei bas en ze hebben allebei een heel fijne timing. Dat maakt het bijzonder om met ze te spelen. Maar het gaat om meer, natuurlijk. Ze hebben allebei ook een pure, open houding. Ik zei net dat ik op zoek naar de essentie van muziek voor mij bij sound en groove uitkwam, maar het gaat om wat ik uitdrukken wil en het gaat om grote woorden: liefde, liefde. De plaat heet natuurlijk niet voor niets Love Letters. Ik laat hier in meerdere teksten een kwetsbare kant van mezelf zien. Dat heb ik nu aangedurfd. David Bowie zegt in zijn Advice To Young Artists dat je als maker de zee moet inlopen tot het punt waar je niet meer kunt staan. Daar begint het, daar wordt het interessant, maar je hebt daar vertrouwen voor nodig. Je moet dat samen willen aangaan.’

L-R: Amelie Spinks, Joost Lijbaart, River Adomeit

Dat gedurfde én persoonlijke komt in twee nummers heel nadrukkelijk tot uiting. Om te beginnen in ‘If I Was A Woman’.

‘Ja, dat is inderdaad een persoonlijke tekst. We zaten een keer met zijn drieën in de auto en toen kwam er in ons gesprek iets boven dat ik helemaal vergeten was. Namelijk dat ik op de middelbare school door sommige jongens weleens “de lesbienne” genoemd werd omdat ik zoveel en graag met meisjes omging. Het vrouwelijke interesseert me heel sterk. Ik heb me de laatste jaren ook meer verdiept in het schrijven van teksten. Veel poëzie gelezen, vooral van Engelstalige vrouwelijke auteurs. Uit dat opschrijven van persoonlijke gedachten, gevoelens en ervaringen zijn meerdere teksten ontstaan waarvan er een paar op dit album staan. If I Was A Woman is daar een van. Ik liet hem eerst aan mijn vrouw lezen en ze vond hem heel ontroerend en gewaagd vanwege het kwetsbare erin. Ik draag de tekst op de plaat niet zelf voor, dat doet Alexander Oliver. Hij is verbonden aan De Nationale Opera Academie. Hij is nu 82 en zal – en daar ben ik zeer blij mee – bij twee optredens meedoen. Dan draagt hij ook de tekst van Eight Hands On A Black Cat voor.’

Dat is toevallig het andere nummer waar ik het over wilde hebben. Ook dat is een heel persoonlijke tekst.

‘Die tekst komt voort uit een heel indringende ervaring. Onze kat die al heel lang in ons gezin was, moest geëuthanaseerd worden. Heel naar. We waren met zijn vieren – mijn vrouw, mijn zoon, mijn dochter en ik – bij elkaar en hielden met zijn allen de kat vast. De arts deed het allemaal heel zorgzaam en netjes, maar ik voelde zo’n immense woede.’

Woede? Waarom?

‘Om alles wat er in de wereld gaande was, al die oorlogen en zinloze pijn en… en tegelijk was er die ervaring dat het leven zo dichtbij is, om kleine dingen draait, wij daar met zijn vieren, die liefde. Die liefde ook van de kat, die onvoorwaardelijke liefde die je van een dier krijgt. Dat verdwijnt dan op zo’n moment en tegelijkertijd is het overal. Dat heb ik in die tekst proberen uit te drukken. Al die grote gebeurtenissen; oorlogen, ellende, en daarnaast de intimiteit van dat moment.’

Je voelt de liefde. Daar, maar ook in de andere nummers.

‘Daar ben ik heel blij om dat je dat zegt, want liefde en vertrouwen, dat is toch de essentie van dit album. En ik voel die liefde ook voor River en Amelie. Ik heb ze nu een paar maanden niet gezien en ik mis ze. Zo dadelijk, direct na dit interview gaan we repeteren voor de aankomende concerten. En daarna een etentje bij mij thuis om de release van de plaat te vieren. Daar kijk ik ontzettend naar uit.’

Love Letters – Sunflower (Buzz Records) uit op 23 oktober 2026

Concerten:

Van 31 oktober 2026 tot en met 11 juni 2027 overal in Nederland. Check alle data hier

Het bericht Sunflower ziet liefde als essentie van jazz verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Russell Gunn: Het Egyptische Dodenboek als levenswijsheid https://www.jazzism.nl/interviews/russell-gunn-het-egyptische-dodenboek-als-levenswijsheid/ Fri, 16 Oct 2026 10:00:55 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=35401 Voor trompettist Russell Gunn (1971) is ‘Het Egyptische Dodenboek’ geen gids voor het leven na de dood, maar een inspiratiebron voor dít leven. ‘Mijn nieuwe…

Het bericht Russell Gunn: Het Egyptische Dodenboek als levenswijsheid verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Voor trompettist Russell Gunn (1971) is ‘Het Egyptische Dodenboek’ geen gids voor het leven na de dood, maar een inspiratiebron voor dít leven. ‘Mijn nieuwe plaat draait om het bewustzijn van je eigenwaarde en het loslaten van het minderwaardigheidscomplex dat zwarte Amerikanen is aangeleerd.’

Tekst: Peter Schong | Foto’s: Sven ‘Kosi’ Kosakowski

Twee maanden geleden speelde je op het North Sea Jazz Festival bij de ‘We Want Miles!’ tribute. In mijn recensie stond: als je de rol van Miles Davis moet spelen, heb je grote schoenen te vullen. Voelde je druk?

Russell Gunn: ‘Helemaal niet. Ik wist dat ik dit kon. Ik speel al lang met Marcus Miller en een deel van dit repertoire staat al jaren op ons programma. Deze muziek ligt me goed, dus ik voelde geen bijzondere druk. Ik heb in het verleden ook een Miles Davis-tributealbum opgenomen, ik had derhalve al veel ervaring met zijn muziek.’

Je probeerde Davis ook niet te kopiëren. Je bleef jezelf.

‘Dat was bewust. Natuurlijk verwees ik in mijn spel naar Miles: bepaalde fraseringen, zijn benadering van melodieën en zijn manier van denken waren mijn vertrekpunt. Daarna vertolkte ik het in mijn eigen muzikale taal. Het was nooit de bedoeling om Miles te imiteren.’

Jij en Miles komen allebei uit East Saint Louis. Zorgt dat voor een bijzondere band met hem?

‘Ik denk niet dat ik zijn muziek beter begrijp omdat ik uit dezelfde plaats kom. Het komt vooral doordat ik zijn spel jarenlang intensief heb bestudeerd. Veel musici richten zich vooral op Miles vanaf de tweede helft van de jaren 60, omdat zijn muziek toen chromatischer werd en voor veel improvisatoren toegankelijker is. Ik heb juist veel aandacht besteed aan zijn spel in de jaren 40 en 50, die veel meer draait om harmonieën én zijn klank. Die klank ontstaat niet door dezelfde noten te spelen, maar door ademhaling en frasering. Het is vergelijkbaar met taal: hoe iemand spreekt bepaalt voor een groot deel zijn identiteit.’

Voor het nieuwe album ‘Afrikan-Amerikan Book Of The Dead’ heb je je laten inspireren door het oude Egypte, met name door ‘Het Egyptische Dodenboek’. Kun je uitleggen wat dat is?

‘Het Dodenboek is een gids vol spreuken en instructies die de overledene naar het hiernamaals begeleiden. Mijn album, The Afrikan-Amerikan Book Of The Dead, draait het concept om. Het gaat juist over hoe je nú gelukkig kunt leven.’

Kun je een voorbeeld geven?

‘Het draait om het bewustzijn van je eigenwaarde en het loslaten van het minderwaardigheidscomplex dat veel Afrikaanse Amerikanen is aangeleerd. Het is onzin dat jouw eigenwaarde minder zou zijn dan die van andere bevolkingsgroepen. Je moet weten dat je voorouders buitengewone mensen waren, die een enorme bijdrage hebben geleverd aan de wereldgeschiedenis. Als je dat beseft, hoef je niet te wachten op een beter leven na de dood; je kunt nu al leven vanuit eigenwaarde en trots. Zodra je de lagen van desinformatie afpelt en zelf onderzoek doet, ontdek je hoe waardevol je geschiedenis werkelijk is.’

Ook voor eerdere platen deed je ideeën op bij het oude Egypte. Wat spreekt je zo aan?

‘Ik zie historische verbanden tussen het oude Egypte en de geschiedenis van de zwarte bevolking in Amerika. Over Egypte is veel documentatie, maar de verbinding tussen die werelden krijgt veel minder aandacht. Daar gaat dit album over.’

Hoe zie je die parallel?

‘Cultureel zie ik veel overeenkomsten in religie, gebruiken en symboliek. Een veelgenoemd voorbeeld zijn de cocaïnemummies: Egyptische mummies waarin cocaïnesporen zijn aangetroffen, terwijl die plant uit Zuid-Amerika komt. In oude Egyptische geschriften staat dat er koninklijke personen begraven liggen in Teotihuacán in Mexico, met de centrale Weg der Doden tussen Zonne- en de Maanpiramide. Dat suggereert dat er contacten tussen de continenten waren. Een stuk op het album heet Cahokia Pyramids, die staan vlakbij East Saint Louis. Ik zie opvallende overeenkomsten met Gizeh. Dat is volgens mij geen toeval.’

Ik kende de Maya’s en de Inca’s, maar niet zulke bouwwerken in de Verenigde Staten.

‘Dat verbaast me niet. Dit soort onderwerpen maakt nauwelijks deel uit van het reguliere geschiedenisonderwijs in Amerika. Dan zou er een heel ander verhaal verteld moeten worden. Dat zou betekenen dat iemand niet de waarheid heeft verteld. Niets van wat ik vertel is een mysterie, het zijn feiten die gewoon beschikbaar zijn. Ik heb jarenlang boeken, kaarten en andere bronnen bestudeerd. Dan gaan je ogen open. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om die inzichten met anderen te delen.’

Is het album politiek?

‘Nee, politiek is het laatste waar ik me mee wil bezighouden. Als Afrikaanse Amerikaan kun je het politieke spel simpelweg niet winnen. Mijn doel is mensen kennis aan te reiken. Pas wanneer mensen de feiten kennen, kunnen er eventueel politieke veranderingen ontstaan. Dat is iets anders dan zelf een politiek statement maken.’

Ik kan me indenken dat het in deze tijd van polarisatie door sommigen als politiek wordt opgevat.

‘Historisch gezien geldt altijd dat wanneer een achtergestelde bevolkingsgroep zichzelf probeert te onderwijzen, dat al snel wordt gezien als politieke agressie tegen degenen die de bestaande machtsverhoudingen willen behouden. Mijn bedoeling is niet om iemand aan te vallen; ik wil alleen aandacht vragen voor dit onderwerp.’

Het album verschijnt half oktober. Ga je ermee touren?

‘We hopen in het voorjaar en de zomer van 2027 door de Verenigde Staten én Europa te touren. Ik heb de afgelopen jaren veel met andere projecten gereisd, maar kijk ernaar uit om weer met mijn eigen band op pad te gaan.’

Afrikan-Amerikan Book Of The Dead: The Book Of Going Forth By Any Means Necessary – Russell Gunn & Blackhawk (Vanglorious Arts) uit op 16 oktober 2026

Het bericht Russell Gunn: Het Egyptische Dodenboek als levenswijsheid verscheen eerst op Jazzism.

]]>
De echte kracht van Ancient Infinity Orchestra https://www.jazzism.nl/interviews/de-echte-kracht-van-ancient-infinity-orchestra/ Fri, 02 Oct 2026 10:00:22 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=35204 Schrijven voor en spelen in een grote band als Ancient Infinity Orchestra is even overweldigend als het klinkt, volgens bandleider Ozzy Moysey. Onlangs verscheen hun…

Het bericht De echte kracht van Ancient Infinity Orchestra verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Schrijven voor en spelen in een grote band als Ancient Infinity Orchestra is even overweldigend als het klinkt, volgens bandleider Ozzy Moysey. Onlangs verscheen hun nieuwe album ‘It’s Always About Liberation’.

Tekst: Dick Hovenga | Foto’s: Yvonne Schmedemann

Met hun nieuwe album It’s Always About Liberation brengt Ancient Infinity Orchestra, het muzikaal collectief uit het Britse Leeds, binnen een jaar het vervolg uit op de onvolprezen voorganger It’s Always About Love. Dat het niet alleen om een wederom muzikaal rijk album gaat dat met een grote groep muzikanten gemaakt werd maar om veel meer, voelden we al aan toen we de band als opener zagen spelen in de Elbphilharmonie in Hamburg op een speciale avond volledig gewijd aan hun platenlabel Gondwana Records.

Na het concert spraken we met muzikaal architect Ozzy Moysey van Ancient Infinity Orchestra. Het gesprek werd een paar weken later online voortgezet, samen met fluitist en basklarinettist Joel Stedman, precies op het moment dat het nieuwe album werd aangekondigd.

Setlist afstemmen op de zaal

We gaan eerst nog even terug naar die bewuste memorabele avond in Hamburg. ‘Uiteindelijk speelden we toch weer een heel andere set dan we in ons hoofd hadden toen we uit Leeds vertrokken’, zo vertelt Moysey na het optreden. ‘We hadden met Matt (Matthew Halsall, hun platenlabelbaas) afgesproken dat de nadruk op ons laatste album zou liggen, maar toen we aan het soundchecken waren voelden we een andere set bovenkomen en die hebben we dus gespeeld. Daar zat nog maar één stuk van ons laatste album tussen (lacht). Eerlijk gezegd is dat niets anders dan we normaal gesproken ook doen. We voelen altijd de zaal aan en onze stemming tijdens de soundcheck en stellen daar onze setlist op af.’

‘Zo moesten we vanavond gewoon Iran spelen, een nieuw stuk dat ik schreef na aanleiding van alle verhalen die ik van mijn Iraanse vriendin hoorde. Heel actueel nu die protesten er zijn (we spreken elkaar in de periode dat er grote protesten waren, voordat Israël en de VS de oorlog begonnen, DH). We hadden het stuk eigenlijk nog maar één keer met elkaar gespeeld en het publiek kreeg gelijk de vuurdoop. Ik merkte dat het stuk een snaar raakte. Juist omdat het gaat over mensen zoals jij en ik, en daar ben ik erg trots op.’

Overdaad aan muziek

‘Zoals ik je eerder vertelde hebben we de afgelopen jaren ontzettend veel muziek gemaakt en geschreven en daar putten we tijdens onze concerten volop uit. Vanwege die overdaad aan muziek hadden we heel veel stukken om op te nemen in de studio. De stukken van It’s Always About Love werden dus gelijk opgenomen met die van It’s Always About Liberation. Na de opnamen pikte Matt er gelijk een aantal uit om als eerste op plaat uit te brengen. Wij stelden van veel van de andere stukken gelijk een ander album samen. Twee albums die je als spiegel van elkaar kunt zien. De één klinkt opener, de ander wat meer introspectief, misschien zelfs wat donkerder’, zo vertelt Moysey verder. ‘Toen we na jaren oefenen en spelen in 2023 ons debuutalbum River Of Light uitbrachten, is de stroom aan stukken die ik schreef eigenlijk niet opgedroogd.’

‘Alles aan het spelen en opnemen met deze grote band is zo enorm inspiratievol. De kick van het werken met zoveel muzikanten en zoveel instrumenten, vaak met een bijzondere akoestische klankkleur, is zo bijzonder dat je alle avontuur in je stukken kunt stoppen. En de vele muzikanten in de band voelen dat net zo. Voor de opnamen van de beide albums werkten we met soms wel 30 geïnspireerde muzikanten en dat voelde even overweldigend als het klinkt. En ik wilde de muzikanten ook nog op een aantal stukken als koor horen zingen – alsof het qua instrumentatie al niet groots genoeg klonk.’

Eerbetoon aan de heilige kracht van geluid

‘Ik wilde het album laten klinken als een eerbetoon aan de heilige kracht van geluid. Samen luisteren bepaalt hoe we met elkaar omgaan, hoe we een gedeelde ruimte bewonen, en die muziek bevestigt de kracht van geluid om aanwezigheid, verantwoordelijkheid en verbinding te brengen. Dat klinkt misschien wat hoogdravend, maar ik geloof echt in de kracht van het samenzijn in een gemeenschap en de energie die dat kan geven als we verbindingen zoeken en empathie voor elkaar hebben. Mijn hoofd heeft altijd vol muziek gezeten. Muziek die vanuit alle hoeken van de wereld komt, soms dichtbij, dan weer veel verder weg.’

‘Zoals je weet heeft spiritual jazz ook altijd traditionele muziek uit het Verre Oosten omarmt, ik heb die van het Midden-Oosten daar ook aan toegevoegd. Het is en blijft heel spannend om muziek te schrijven en die in je hoofd te horen als muziek voor een grote band. En die vervolgens dan ook zo te repeteren en op te nemen. Het is een weldaad alle muzikanten bij elkaar die stukken te horen spelen en die volle sound die je bij het schrijven hebt gedroomd tot volle bloei te horen komen. Het blijft een wonderlijk proces om daarin de leiding te pakken en zo’n grote groep mensen de juiste richting op te duwen.’

Grote samenstelling versus beperkte bezetting

‘Deze band bestaat al veel langer, ruim tien jaar, dus lang voordat we River Of Light uitbrachten’, legt Moysey uit. ‘Dat album was al een beknopte keuze uit vele uren muziek die we in de loop der jaren hadden opgenomen. De jaren voordat we Matthew tegenkwamen en hij geïnteresseerd bleek om van ons een album uit te brengen. Dat was het begin van iets ontzettend moois, waar we heel trots op zijn.’

‘Eigenlijk jammer dat we met onze band altijd maar in een beperkte bezetting kunnen spelen’, haakt Stedman in. ‘Meestal kunnen we maar met acht, tien en soms twaalf muzikanten op tournee, omdat het anders te duur wordt. Voor de clubs en zalen natuurlijk, maar ook omdat we zelf nog wat aan het optreden willen overhouden. Juist in die grote samenstelling komt de echte kracht van onze muziek over. Dan hebben we ook de mogelijkheid om alle instrumenten die in het bandgeluid zo belangrijk zijn optimaal aan het publiek voor te stellen.’

It’s Always About Liberation – Ancient Infinity Orchestra (Gondwana Records) uit op 24 juli 2026

Concerten:

21 februari 2027, Kings Place, Londen (UK)

 

Meer Ancient Infinity Orchestra:

Recensie River Of Light

Het bericht De echte kracht van Ancient Infinity Orchestra verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Gretchen Parlato omarmt de wijsheid van het leven https://www.jazzism.nl/interviews/gretchen-parlato-omarmt-de-wijsheid-van-het-leven/ Thu, 24 Sep 2026 08:00:40 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=35102 Op haar nieuwe album ‘The Wise Ones’ toont vocalist Gretchen Parlato de zwoele wedergeboorte van haar vroege werk. Ze weerspiegelt daarmee zowel continuïteit als verandering.…

Het bericht Gretchen Parlato omarmt de wijsheid van het leven verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Op haar nieuwe album ‘The Wise Ones’ toont vocalist Gretchen Parlato de zwoele wedergeboorte van haar vroege werk. Ze weerspiegelt daarmee zowel continuïteit als verandering.

Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Mike Quain

De unieke sound en kenmerkende, ritmische zangstijl van Gretchen Parlato hebben grote impact gehad op de hedendaagse vocale jazz. En wie haar oudere werk waardeert, zal zeker geïnteresseerd zijn in haar nieuwe plaat, The Wise Ones. Het album ademt een vergelijkbare sfeer als haar vroege succesalbums In A Dream (2009) en The Lost And Found (2011). En dat is niet vreemd, want Parlato werkt met oude bekenden Robert Glasper, Gerald Clayton, Mark Guiliana, Becca Stevens en Alan Hampton, die medebepalend zijn voor de arrangementen en de sound. Jazzism spreekt de zangeres vanuit haar woonplaats Los Angeles.

Op ‘The Wise Ones’ breng je een eerbetoon aan wie je was in je jonge jaren en omarm je wie bent geworden. Dat doe je in goed gezelschap; is het nu anders om met Glasper, Clayton, Hampton en Guiliana te werken en in hoeverre zijn zij de wijzen?

‘Ik ben muzikaal met ze opgegroeid en ik voel me vereerd om met hen te spelen. Ja, wie zijn de wijzen? Dat zou zeker op hen kunnen slaan, maar het is een gedachte die verwijst naar fases uit het leven. En naar het overpeinzen van alle verschillende versies van onszelf. Het concept, de energie en de sfeer gaan terug naar mijn oudere werk. Met deze geweldige musici, die zich enorm hebben ontwikkeld, heb ik dit perspectief kunnen vertalen naar hoe ik ben veranderd en in het leven sta.’

Er zijn er ook nieuwe samenwerkingen op ‘The Wise Ones’ te horen, zoals met Josh Mease, Amber Navran en Max Bryk. De songs zijn een mix van oud en nieuw: sommige stukken, zoals ‘In My Bed’, ‘Landslide’ (Josh Mease) zijn lang geleden geschreven, evenals de covers ‘If It’s Magic’ en ‘Mad World’. Ook staan er nieuwe songs op zoals ‘Capricorn’, ‘Rainbow’, de albumtitel, ‘Never Come Down’ en ‘Block The Sun’. Deels coproducties, deels voor jou geschreven. In hoeverre was het ingewikkeld om met zoveel schrijvers en arrangeurs te werken of was het eerder verfrissend?

‘Met Mark, Robert en Alan kan ik lezen en schrijven; het gaat moeiteloos. Zij weten precies wat bij mij past. Het schrijfproces met Amber en Max was heel inspirerend en verfrissend. Zij stuurden harmonieën en de basisstructuur van The Wise Ones en Already Gone, en ik schreef daar melodieën en teksten op. Hun bijdragen duwden het album een ietwat andere richting op. Als we de titel in acht nemen, dan valt het mooi samen, want ze zijn vijftien jaar jonger dan ik. Artistiek gezien is het geweldig om samen te werken met mensen die in een ander tijdperk zijn opgegroeid door hun open blik.’

In hoeverre is je muzikale verhaal en je kijk daarop in de afgelopen twintig jaar veranderd?

‘Muzikaal gezien hoop ik natuurlijk dat ik ben gegroeid, maar de mindset, het concept en de methode om kunst te creëren is hetzelfde gebleven. Op In A Dream reflecteerde ik op mijn persoonlijke leven. Dat deed ik ook op Flor, wat gaat over het moederschap en mijn zoon. Nu verwijs ik naar de verschillende facetten van ouder worden, naar volwassenheid, waarden en wijsheid. Ik ben in januari vijftig geworden. Daar wilde ik bij stilstaan. Het leven vieren met de gedachte dat als ik nu op de helft van een mensenleven zou zijn, hoe kijk ik daarop terug en tegelijkertijd vooruit? Ik voel me zelfverzekerd; ik ben op een leeftijd waarop ik mijn tijd meer zelf wil indelen. Daarbij zoek ik naar evenwicht met een open houding en probeer ik gezond te leven.’

Op het album staan ook twee klassieke popsongs, ‘If It’s Magic’ (Stevie Wonder) en ‘Mad World’ (Tears for Fears), waar je een volledig eigen draai aan geeft. Een kwaliteit die je ook al sinds het begin van je carrière hebt uitgebouwd. Hoe pak je zulke songs aan?

‘Dit zijn nummers uit mijn jeugd en tienerjaren, ik smelt als ik dat hoor. De aanpak is hetzelfde als een standard waarbij ik kijk naar alle elementen: vorm, structuur en melodie. Vervolgens houd ik de herkenbaarheid intact en voeg daar mijn eigen verhaal aan toe. Daarnaast ben ik enorm verwend met geweldige musici die ik niets hoef uit te leggen.’

Ritme is niet alleen een typisch kenmerk voor jouw stem, ook warme akkoorden en harmonieën en de wisselingen daarvan, zoals te horen is in bijvoorbeeld ‘Capricorn’, ‘Rainbow’, ‘Landslide’ en ‘In My Bed’. Is dit iets waar je bewust mee bezig bent tijdens het schrijfproces of gebeurt dat organisch, al doende?

‘Nou, de harmonie en akkoorden van de stukken die je noemt zijn door Alan en Robert geschreven. Daar heb ik geen aandeel in. Ik heb het geluk om met deze fantastische muzikanten te werken die hun eigen signatuur hebben en dit doorvoeren in mijn werk. Die skills heb ik zelf helaas niet zo ontwikkeld, ondanks dat ik weet wat ik mooi vind. Daarom is het enorm fijn om met zulke goede co-writers te werken, zij geven mij een lift.’

Naast de schrijvers en instrumentalisten horen we ook vocale gasten, zoals Becca Stevens, waarmee je veelvuldig samenwerkte in de groep Tillery. Verder zingt en speelt Meshell Ndegeocello mee, evenals Josh Meash en de al genoemde Amber Navran en Alan Hampton. In hoeverre zijn jullie een inspiratie voor elkaar?

Foto: Lauren Desberg

‘Becca is mijn zuster. Ik houd van haar met heel mijn hart. Zingen met haar levert altijd kippenvel op. Het is het beste gevoel in de wereld. Toen ik haar mijn repeterende vocal over de baslijn van Mad World stuurde, ging ze daar volledig in op vanuit haar thuisstudio. Amber is ook zo lief en ze heeft een bijzonder stemgeluid. Ze schrijft prachtige, hartverwarmend songs, helemaal omdat ze op het punt staat om te bevallen. Wat een timing om The Wise Ones met haar te kunnen zingen, met de eerste tekstregel in acht houdend: “Someday this might be long ago”. Ik hoop dat ze de herinnering aan dat moment later zal koesteren. Josh ken ik vanuit mijn periode in New York. Ik ben altijd geroerd door zijn stem en spel en zing graag stukken van hem. Meshell is een levende legende; ik ben zo dankbaar dat ze me kent en waardeert. Ze werkt veel samen met Alan en Mark, dus het was heel tof dat we Never Come Down in deze setting konden opnemen.’

Hoe ga je dit repertoire live brengen, zonder al deze gasten, maar met Alan Hampton, Taylor Eigsti en Jonathan Barber?

‘We zijn dat al spelende aan het onderzoeken en misschien moet ik het gaan bijsturen. Taylor vult de laagjes met toetsen, terwijl Alan switcht van elektrische naar akoestische bas, en gitaar en zang kan toevoegen. En ik zal naast de drums van Jonathan ook wat percussie brengen. Het is een uitdaging om een geproduceerd studioalbum te vertalen naar een live setting, maar we gaan ons best doen. Ook daarin worden we ouder en wijzer.’

The Wise Ones – Gretchen Parlato (Edition Records) uit op 28 augustus  2026

Concerten:

11 oktober 2026 – De Valkaart, Oostkamp (B)

15 oktober 2026 – Bimhuis, Amsterdam

Het bericht Gretchen Parlato omarmt de wijsheid van het leven verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Esther Van Hees: ‘Ik hecht veel waarde aan een goeie tekst’ https://www.jazzism.nl/interviews/esther-van-hees-ik-hecht-veel-waarde-aan-een-goeie-tekst/ Fri, 18 Sep 2026 10:00:42 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=34897 Tekst: Arjan Klaver | Foto’s: Hester Doove, Joke Schot Esther Van Hees staat aan de vooravond van de release van haar nieuwe album ‘Nazomer’. Met Nederlandstalige…

Het bericht Esther Van Hees: ‘Ik hecht veel waarde aan een goeie tekst’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Tekst: Arjan Klaver | Foto’s: Hester Doove, Joke Schot

Esther Van Hees staat aan de vooravond van de release van haar nieuwe album 'Nazomer'. Met Nederlandstalige liederen brengt de Belgische zangeres een ode aan het luisterlied.

Van Hees heeft zich inmiddels stevig gevestigd in de Nederlandse jazzscene. Haar warme, subtiele stem werd door kenners vergeleken met die van Norah Jones, Jazzism hoorde er een vleugje Eva Cassidy in. Vorig jaar won ze met haar duo Blue Sands een Edison Jazz in de categorie Nationaal Vocaal. De jury prees de verbeeldingskracht en virtuositeit van het duo. Op Nazomer laat Van Hees de jazzstandards en eigen composities achter zich. Ze brengt Nederlandstalige luisterliederen uit de wereld van de kleinkunst en het Nederlandstalige luisterlied, opnieuw gearrangeerd door Jeroen Vierdag en Bert van den Brink. 

Plastic viooltje

Vanuit Amsterdam vertelt de 35-jarige zangeres over de weg die haar hier bracht. Die begon met de viool. ‘Mijn ouders kozen dat instrument voor mij toen ik drie was. Mijn zus en ik kregen twee keer per week les volgens de Suzuki-methode, waarbij je muziek op het gehoor leert. Na een tijdje oefenen op een plastic viooltje kreeg ik een echt instrument.’ Op haar veertiende gooide ze het roer om. ‘Ik wilde mijn stem laten horen, niet mijn viool. Ik zong alles wat ik mooi vond: Disney, musicals, folk van Kadril, Clouseau. Via een cd van Judy Garland ontdekte ik de jazzstandards en leerde die uit mijn hoofd.’

Toeval of niet

Een jaar later werd Van Hees in Mol ontdekt door bigbanddirigent Werner Luypaers. ‘Ik speelde als straatmuzikant en hij vroeg me als solist bij de New Sound Bigband. Tegelijkertijd begon ik aan de jazzafdeling van de muziekschool in Mol. Drie jaar lang kreeg ik daar veel oefening en podiumervaring. Jazz werd mijn route naar het conservatorium.’ Ook de Belgische en Nederlandse jazzscene vormden haar muzikale wereld. ‘Ik ben blij dat ik Toots Thielemans nog meerdere keren live heb kunnen zien. Bert van den Brink, die nog veel met hem gewerkt heeft, vertelt vaak leuke anekdotes over zijn tijd in de band van Toots.’ 

Zingen als leidraad

Na haar achttiende schoof ze in de collegebanken van het conservatorium in Tilburg en volgde daarna een masteropleiding in Amsterdam. Ze heeft een keer gezegd dat zingen de leidraad is van haar leven en de vorm van expressie waarin zij zich altijd veilig heeft gevoeld om haar emoties helemaal toe te laten. Het heeft haar geen windeieren gelegd. Ze deelde het podium al met onder anderen Anton Goudsmit, Hermine Deurloo, Eric Vloeimans, Yuri Honing en Bart Wirtz. Ook stond ze op North Sea Jazz en maakte ze een plaat met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, samen met collega’s Anna Serierse en Fay Claassen.

Kleinkunst

Van jongs af aan luisterde en zong Esther Van Hees graag Nederlandstalig repertoire van zangers als Wim De Craene, Wim Sonneveld, Ramses Shaffy en Della Bosiers. Aangemoedigd door haar zus Judith koos Esther in 2015 bij een ‘artist in residence programma’ bij JazzCase met Jeroen van Vliet en Joris Roelofs voor een setlist van enkel kleinkunst. ‘Ik studeerde jazz en had daardoor in mijn hoofd zitten: dat is wat ik doe. Maar ik zing net zo graag in het Nederlands. Het voelde als een logische keuze. Nazomer is inmiddels mijn derde Nederlandstalige plaat. Ik zing heel graag in mijn eigen taal en de link met de jazz is nooit ver te zoeken. Voor mij voelt de muziek van Ramses Shaffy, Ruud Bos en Paul van Vliet als een Nederlands songbook.

Selectie repertoire

Voor Nazomer begon Van Hees al in 2022 met het verzamelen van geschikt repertoire. Samen met kleinkunstkenner en archivaris Frank Jochemsen van het Nederlands Jazz Archief stelde ze uiteindelijk een shortlist van zo’n vijftig nummers samen. Daaruit moesten twaalf songs worden geselecteerd. ‘De uiteindelijke selectie is breed. Liedjes van verschillende Nederlandse artiesten en tekstschrijvers worden met elkaar verbonden door de nieuwe arrangementen en eigen benadering. Een terugkerende naam in het repertoire is tekstschrijver Friso Wiegersma, bekend van onder meer Het Dorp, dat Wim Sonneveld beroemd maakte.’ Ook componist Ruud Bos komt vaker langs.

Paul van Vliet

Wiegersma schreef verschillende teksten die op het kersverse album zijn terug te vinden. Daarnaast bevat de plaat Nederlandse bewerkingen van buitenlandse chansons. Zo is er een Nederlandse versie van Et Moi Dans Mon Coin van Aznavour, hertaald door wijlen Lennaert Nijgh. Ook zingt Van Hees De Noorderzon Scheen, bekend geworden door Conny van den Bos. ‘Een van mijn persoonlijke favorieten is op dit moment Ik Rij Soms Door De Stad van Paul van Vliet. Morgen kan mijn favoriet weer veranderen. Maar op dit moment springt dit nummer er voor mij uit. Ook Het Lachen van Ruud Bos en Friso Wiegersma had vanaf het begin een bijzondere positie. Dat nummer is altijd op de lijst blijven staan. Die moest er sowieso op.’

Goede sound

Wie naar de muziek van Van Hees luistert, merkt dat melancholie een belangrijke rol speelt. Ze heeft een voorkeur voor goeie teksten, mineur en liederen waarin emoties centraal staan. ‘Of het nu een tekst is in het Engels of in het Nederlands. Ik denk dat heel veel mensen zich aansluiten bij muziek die iets droevigs heeft.’ Dat betekent niet dat de nieuwe geluidsdrager een sombere plaat is. Juist de combinatie van zware onderwerpen en een toegankelijke productie was voor Van Hees belangrijk. ‘Ik wilde met deze plaat dat je er echt voor kunt gaan zitten en luisteren, maar dat je hem ook op de achtergrond kunt aanzetten.’ Die balans werd volgens haar vooral bereikt door de arrangementen van bassist en producer Jeroen Vierdag en de uiteindelijke mix en mastering door Udo Pannekeet. Vierdag produceerde het album en arrangeerde het grootste deel van de nummers. ‘Ik wilde een luisterplaat die tegelijkertijd gewoon lekker op de achtergrond kan klinken vanwege de goeie sound.’

Topmusici

Voor het album verzamelde Van Hees een groep ervaren Nederlandse jazzmusici. Naast Vierdag zijn pianist en toetsenist Bert van den Brink, drummer Marcel Serierse en gitarist Tim Langedijk betrokken. Voor de duo-arrangementen en Speelgoedmannetje werd beroep gedaan op Van den Brink. De opnames vonden plaats in de Power Sound Studio in Amsterdam. Ondanks de omvang van het project werd de plaat opmerkelijk snel opgenomen. Van Hees zong de nummers live in de studio met de band mee. ‘Dat was van tevoren nog even spannend maar uiteindelijk bleek twee dagen voldoende.’

Theater

Met Nazomer wil Van Hees niet alleen een nieuwe plaat presenteren. Ze wil het repertoire ook naar het theater brengen. Voor het cultuurseizoen 2027-2028 wordt daarom gewerkt aan een avondvullend kleinkunstprogramma. Daarbij kiest ze in eerste instantie voor een kleinere bezetting. Van Hees heeft inmiddels een contract getekend bij impresariaat George Visser. Omdat ze binnen de kleinkunstwereld nog geen gevestigde naam is, begint ze met een duo. ‘Ik ga beginnen met een show met pianobegeleiding in de hoop een grotere tour te boeken. Al bieden we de volledige bandbezetting zeker ook aan.’ De combinatie van jazz en kleinkunst ligt voor Van Hees echter heel natuurlijk. Ze ziet geen reden om zichzelf tot één genre te beperken. ‘Blue Sands en andere jazzprojecten, zoals mijn samenwerking met het Atlantic Jazz Lab Orchestra gaan ook gewoon door.’

Andere taal

Na de releaseconcerten moet het repertoire verder groeien op het podium. Voor Van Hees betekent het Nederlandstalige album dan ook geen afscheid van de jazz. Integendeel. ‘Het verschil tussen een luisterlied in het Nederlands en een jazzstandard in het Engels is uiteindelijk vooral de taal.’ De jazz blijft dus de basis, maar met Nazomer laat de charmante Belgische zien hoeveel ruimte daarbinnen bestaat voor andere verhalen, andere teksten en een andere taal. ‘Ik wil zeker verder in het Nederlands. Maar ik ben niet gebonden aan één ding.’ Daarmee lijkt alweer haar negende album vooral een nieuwe richting te markeren. ‘Niet ver weg van de jazz, maar er juist dwars doorheen.’

Nazomer – Esther Van Hees (Teles Music i.s.m. Integral) uit op 18 september 2026

Concerten:

23 september 2026, Beeld & Geluid, Hilversum

24 september 2026, Schouwburg Rex, Mol (B)

25 september 2026, RElaX (Foyer Schouwburg Rex), Mol (B)

27 september 2026, Concerto Recordstore, Amsterdam

Het bericht Esther Van Hees: ‘Ik hecht veel waarde aan een goeie tekst’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Brian Jackson: terug in de schijnwerpers https://www.jazzism.nl/interviews/brian-jackson-terug-in-de-schijnwerpers/ Fri, 11 Sep 2026 10:00:00 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=34716 Met het album ‘Now More Than Ever’ blaast Brian Jackson de tijdloze songs die hij met Gil Scott-Heron schreef nieuw leven in. Een gesprek over…

Het bericht Brian Jackson: terug in de schijnwerpers verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Met het album ‘Now More Than Ever’ blaast Brian Jackson de tijdloze songs die hij met Gil Scott-Heron schreef nieuw leven in. Een gesprek over muziek, New York en opnieuw beginnen.

Tekst: Dick Hovenga | Foto’s: Robbie Busch

Met het vlak voor de zomer verschenen Now More Than Ever staat de 73-jarige multi-instrumentalist en songwriter Brian Jackson weer volop in de belangstelling. Centraal op het album staan de songs die hij in de jaren zeventig schreef met zijn toenmalige muzikale partner Gil Scott-Heron. De nummers verschenen destijds op een handvol albums die inmiddels een belangrijke plaats in de muziekgeschiedenis innemen. De samenwerking met het fameuze producersduo Masters at Work bleek de start van een van de meest opvallende albums van dit jaar. In de rijkgevulde drie lp- en twee cd-versies komen vrijwel alle songs voorbij die Scott-Heron en Jackson samen legendarisch maakten.

Muzikaal onafhankelijk blijven

Via Zoom spreken we Jackson over het album. Al snel dient zich een verrassing aan. De man die zo nauw verbonden is met New York blijkt daar al lange tijd niet meer te wonen. ‘Eigenlijk ben ik al best lang weg uit New York’, bekent Jackson. ‘Ik ben in Brooklyn geboren en heb daar ook lange tijd gewoond. Maar eind jaren 70, begin jaren 80 merkte ik al dat een toekomst voor mij in de muziek moeilijk zou worden. Net als Gil wilde ik muzikaal onafhankelijk blijven, maar dat bleek financieel lastig. Daarbij was ik minder bekend, omdat de albums die ik met Gil maakte onder zijn naam werden uitgebracht.’

Toen Jackson begin jaren 80 een baan bij de IT-afdeling van de stad New York kon krijgen, besloot hij die kans te grijpen. ‘Ik moest een gezin onderhouden en wonen in New York werd steeds duurder. Het bleek de juiste stap om daarnaast nog heel veel met muziek bezig te kunnen zijn. Want daar kunnen we duidelijk over zijn: ik ben eerst muzikant, daarna IT’er’, zegt hij lachend.

Relaxed in Frankrijk leven

Na zijn werkzame leven bij de stad New York verhuisden Jackson en zijn vrouw naar Portland. Het leven was er goedkoper en rustiger, maar uiteindelijk begon er iets anders te knagen. ‘Ik ontdekte dat ik het leven in Amerika in zijn geheel zat was. Je went min of meer aan de discriminatie die er heerst, hoe vreemd dat ook klinkt. Je weet dat het er is en waarschijnlijk altijd zal zijn, maar met de komst van social media is het alleen maar zichtbaarder en erger geworden.’ Uiteindelijk gaven ook het toenemende wapenbezit en de constante dreiging van geweld de doorslag. ‘Vooral de angst voor geweld op scholen doet je als ouder verschrikkelijk veel pijn. Mijn vrouw komt uit Frankrijk en uiteindelijk besloten we daarheen te verhuizen.’

Die beslissing pakte goed uit. ‘We hadden het niet beter kunnen doen, want twee maanden later werd Trump opnieuw tot president gekozen. De gevolgen zijn bekend. Niet alleen voor Afro-Amerikanen werd het leven een stuk slechter, maar voor iedereen. Ondertussen ben ik goed gewend in Frankrijk en de mensen om ons heen ook aan ons. Ik voel me hier heel relaxt, veel relaxter dan ik me in lange tijd heb gevoeld. Onze kinderen wonen gedeeltelijk nog wel in Amerika, dus ik hoor nog steeds alle verhalen, maar mijn vrouw en ik hebben het hier echt ontzettend naar onze zin. Zelfs op onze leeftijd bleek het de juiste stap.’

Razendsnelle ontwikkelingen in de muziekbusiness

Dat Jackson gedurende een groot deel van zijn leven buiten de schijnwerpers stond, betekende overigens niet dat hij de muziek ooit losliet. Integendeel. ‘Maar de muziekbusiness is de afgelopen decennia enorm veranderd’, zegt Jackson wanneer het gesprek op het ontstaan van Now More Than Ever komt. ‘Het plan om onze songs opnieuw onder de aandacht te brengen, spookte al langer door mijn hoofd. Maar na de dood van Gil kreeg het meer urgentie. Ik had het gevoel dat de tijden heel snel veranderden en dat onze muziek langzaam vergeten raakte.’

Jackson legde zijn plannen in de jaren daarna bij verschillende platenmaatschappijen neer, maar vond weinig gehoor. ‘Tegenwoordig lijkt alles te draaien om volgers op social media en snel verkoopbare muziek. Ontwikkelingen in de muziekbusiness gingen razendsnel, muziek met minder urgentie wordt gigantisch gemarket. Ik kreeg het gevoel dat mensen me misschien niet meer kenden. En misschien ook het werk niet kenden dat Gil en ik samen hadden gemaakt. Onze muziek werd destijds door dj’s altijd goed ontvangen. En ik leerde in die jaren ook veel dj’s kennen uit New York. Zoals ook Kenny ‘Dope’ Gonzalez van onder meer het houseduo Masters at Work samen met ‘Little Louie’ Vega.’

Samenwerking met Masters at Work

Gonzalez hoorde van het moeizame verloop van Jacksons plannen en nam contact op. Daarna begon hij meteen zaken te organiseren. Met Vega had hij al heel lang geen muziek meer gemaakt, maar hij nodigde hem uit om de basis onder dit project te leggen. ‘Met de interesse van het label BBE konden we het uiteindelijk van de grond tillen.’ De samenwerking met Masters at Work voelde voor Jackson als een natuurlijke ontmoeting tussen verschillende generaties. ‘Het was geweldig om met hen in de studio te zitten en ze onze songs te horen bewerken. Uiteindelijk komen we allemaal voort uit die interessante mix van muzikale stijlen die New York zo heeft gevormd.’

Opnieuw urgent en eigentijds

Hoewel Gonzales en Vega tot een jongere generatie behoren, herkent Jackson veel van dezelfde invloeden. ‘Net als Gil en ik putten zij uit jazz en soul, maar ook uit de grote invloed van Latijns-Amerikaanse stijlen. Vooral de Puerto Ricaanse invloed, die via het label Fania naar buiten kwam, was enorm belangrijk. Met Nuyorican Soul hebben zij natuurlijk zelf al een prachtig muzikaal monument voor die stroming opgericht. Ik merkte dat dat album zeker van invloed was toen ze aan de tracks van Gil en mij begonnen.’

Zo brengt Now More Than Ever verschillende tijden samen. De songs die Brian Jackson en Gil Scott-Heron in de jaren 70 schreven, klinken in handen van Masters at Work opnieuw urgent en eigentijds. Voor Jackson is het bovendien een bevestiging dat zijn muzikale geschiedenis nooit verdwenen is geweest. Hij mag dan jarenlang buiten de spotlights hebben gestaan, de muziek is altijd gebleven.

Now More Than Ever – Brian Jackson (BBE) uit op 29 mei 2026

Concerten:

26 september 2026, New Morning, Parijs (F)

11 oktober 2026, Royal Albert Hall, Londen (U.K.) (samen met Yasiin Bey)

Meer Brian Jackson: Recensie Brian Jackson

Het bericht Brian Jackson: terug in de schijnwerpers verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Teus Nobel: ‘Je moet vrije geesten geen handboeien omdoen’ https://www.jazzism.nl/interviews/teus-nobel-je-moet-vrije-geesten-geen-handboeien-omdoen/ Tue, 08 Sep 2026 11:20:00 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=34832 Trompettist Teus Nobel laat op Child’s Play de controle en technische perfectie los voor een persoonlijk album vol avontuur en rauwe emotie. Tekst: Annie van…

Het bericht Teus Nobel: ‘Je moet vrije geesten geen handboeien omdoen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Trompettist Teus Nobel laat op Child's Play de controle en technische perfectie los voor een persoonlijk album vol avontuur en rauwe emotie.

Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Filip Meutermans

Via zijn Chet Baker-tribute After Hours bereikte trompettist Teus Nobel een publiek dat niet per se vertrouwd was met jazz. Met zijn trio speelde hij zo’n zeventig concerten door het land, vaak voor uitverkochte zalen. Terwijl die tournee succesvol voortduurde, speelde zich achter de schermen een ingrijpend drama af. Bij zijn vrouw Marleen werd kanker geconstateerd. Terwijl het gezin met twee jonge kinderen leefde tussen hoop en vrees, ontstond langzaam de muziek voor Child’s Play.

Het nieuwe album is geïnspireerd op het spel van zijn zoons, maar draagt tegelijkertijd de emoties van een uitzonderlijk zware periode in zich. Bij het project verschijnt ook een documentaire Human First, die het gezin Nobel volgt tijdens de ziekte van Marleen en het ontstaan van de muziek. Met Child’s Play laat Nobel bovendien nadrukkelijk een andere kant van zichzelf horen. De gepolijste schoonheid van After Hours maakt plaats voor avontuur, chaos, vrije improvisatie en rauwe emotie. 

Begin 2023 bracht je met de Liberty Group het album ‘Human First’ uit. Was je toen al op zoek naar een andere muzikale richting?

‘Achteraf gezien is daar inderdaad het zaadje voor Child’s Play geplant. Met de Liberty Group waren bepaalde patronen behoorlijk ingesleten. De bezetting met piano bepaalde veel harmonisch, waardoor er voor mij als trompettist minder ruimte overbleef om onverwachte dingen te doen. Ik wilde een andere klank en vooral meer vrijheid.’ 

‘Een gitarist kan gemakkelijker schakelen tussen een melodische en begeleidende rol. Toen Teis Semey bij het tweede deel van die plaat kwam spelen, gebeurde er iets. Hij is een flamboyante persoonlijkheid die rauw en heel vrij speelt. Hij leest een compositie en denkt soms: leuk, maar ik ga iets anders doen. Vervolgens heeft hij binnen een seconde een alternatief bedacht. Dat triggert mij enorm. Ik voelde steeds sterker dat ik uit mijn eerdere manier van werken wilde losbreken.’

Toch verscheen eerst ‘After Hours’, je succesvolle eerbetoon aan Chet Baker. Hoe neem je het publiek dat je daarmee hebt bereikt mee naar ‘Child’s Play’?

‘Leidend is voor mij dat ik dit project heel graag wilde doen. Voor liefhebbers van After Hours kan Child’s Play een behoorlijke stap zijn, hoewel het lyrische er nog steeds in zit. Tijdens die tournee merkte ik dat het publiek het prettig vond als ik context geef bij de muziek. Daarmee probeer ik mensen te helpen hun analytische vermogen even los te laten en gewoon te voelen. Als ik vertel dat een nummer gaat over de impact van slecht nieuws en dat je wereld plotseling op zijn kop staat, geef ik de luisteraar een kader.’ 

‘“Ik begrijp het niet, en ik word er zenuwachtig van”, is een van de meest gehoorde bezwaren tegen jazz. Met wat achtergrondinformatie wordt het gemakkelijker om naar te luisteren.’

Je speelt op het album met Teis Semey, bassist Jasper Høiby en drummer Niek de Bruijn. Wat is jouw rol binnen deze band?

‘Mijn eerste reflex is vaak om alles onder controle te willen houden. Ik vroeg Niek om voor het fundament te zorgen en ons bij de les te houden, omdat Teis, Jasper en ik alle kanten kunnen opgaan. Maar het grappige was dat Niek ook ineens ontzettend vrij bleek te kunnen spelen. Hij kan de boel bij elkaar houden en tegelijkertijd volledig losgaan.’

Wanneer merkte je dat het vasthouden aan controle de muziek juist in de weg kon zitten?

‘Het werd heel duidelijk op de tweede dag in de studio. We speelden het titelnummer en ik had dat stuk eigenlijk te ver gearrangeerd. Terwijl ik juist drie muzikanten had uitgenodigd die uitstekend vrij kunnen spelen. Na zes of zeven takes zag ik iedereen steeds moeilijker naar de bladmuziek kijken. De energie in de studio begon dicht te slaan. Toen heb ik gezegd: “Weten jullie inmiddels welke motieven ik een beetje in mijn hoofd heb? Gooi die bladmuziek dan maar weg. Laten we gewoon spelen.” Wat er daarna gebeurde, was geweldig. We verkenden spontaan de mogelijkheden en soms was er totaal geen verband meer met het oorspronkelijke stuk. Toen zette Teis ineens een motief in waarop iedereen reageerde en zo ontstond uiteindelijk ook het slot. Voor mij was het duidelijk: dit ís Child’s Play, dit moet de kern van de plaat worden.’

‘Van die improvisatiesessie zonder traditionele structuur heb ik uiteindelijk een groot deel op de plaat gezet. Ik wilde juist dat magische moment delen.’

L-R: Teus Nobel, Teis Semey, Jasper Høiby, Niek de Bruijn

Een risicovolle benadering als je bedenkt dat jij veel geld en tijd in zo’n productie hebt gestoken.

‘Absoluut. Je stopt ongeveer vijftienduizend euro van je eigen geld in zo’n plaat en je hebt maar drie dagen om iets op te nemen. Dan ontstaat al snel het gevoel dat er aan het einde een keurig product moet liggen. Vooral daarom ben ik trots dat ik op dat moment heb durven loslaten. We stonden onder tijdsdruk en ik had kunnen zeggen: jongens, we moeten verder. Maar ik dacht instinctief: laten we gewoon spelen. Iedereen werd weer enthousiast en we hadden het gevoel dat we dit de hele dag konden doen. Die directe ervaring wilde ik op de plaat krijgen.’

Je wilde met dit album oude patronen doorbreken en ruimte maken voor een nieuwe manier van componeren.

‘Ik had nadrukkelijk de ambitie om minder op papier te zetten. Vanuit mijn klassieke opleiding wil je alles duidelijk opschrijven om het makkelijker te maken, maar in feite beperk je de anderen. Hoe meer je voorschrijft, hoe minder ruimte er overblijft voor de inbreng van je medemusici. Want waarom heb ik Jasper, Teis en Niek gevraagd? Niet omdat ze goede partijlezers zijn of omdat ze getrouw uitvoeren wat ik heb geschreven. Ik heb hen gevraagd omdat ze zelf op zoek gaan.’

‘Teis is bij uitstek zo’n muzikant die voortdurend nieuwe dingen probeert op zijn gitaar. Als hij voelt dat iets niet werkt, springt hij op iets anders. Hij is een zoekende geest. En als je als zoekende geest alleen maar zou vinden, zou het niet spannend zijn.’

De muziek voor het album ontstond in een periode waarin jouw vrouw ernstig ziek was. In hoeverre kon je dat gegeven in muziek omzetten?

‘Tijdens de zwaarste periode eigenlijk nauwelijks. Toen Marleen chemotherapie kreeg en heel ziek was, ging ik volledig in een pragmatische modus. Er was geen ruimte voor creativiteit. Pas daarna moest het op een gegeven moment een geluid krijgen. Afwisselend ontstond dat bewust, maar dingen vielen ook spontaan op hun plaats.’

‘Het eerste nummer van de plaat, This Is What It Is, begint bijvoorbeeld met een soort ijselijke kreet van mijn trompet. Dat is voor mij de realisatie: dit is nu de nieuwe werkelijkheid. Daarna wordt de muziek heel desolaat. We hebben er ook geluiden van onze zoons doorheen gemixt, terwijl zij gewoon lekker spelen en lachen. Maar door de manier waarop die klanken in de muziek terechtkomen, krijgen ze iets onheilspellends. Je hoort tegelijkertijd paniek en het leven. Daarom heet het nummer ook This Is What It Is. Dit is precies wat het is.’

‘Divine By Design’ is een sterk persoonlijk nummer geworden.

‘Die titel verwijst naar onze kinderen. Zij zijn uit onze liefde ontstaan en komen ter wereld met een eigen karakter. Het was oorspronkelijk vooral een repeterend slaapliedje met een mooie melodie. Op een bepaald moment werd het bijna een requiem vanwege de donkere associatie die ik erbij kreeg door Marleens ziekte. Gelukkig kon het nummer uiteindelijk weer gewoon een slaapliedje zijn.’

De emotie spat op sommige momenten van jouw spel af.

‘Ja dat klopt. Bij het titelnummer speel ik soms zo hard en hoog dat de pure trompettechniek me eigenlijk een beetje in de steek laat. Maar de emotie moest eruit. Dit moest rauw en ongepolijst zijn. Ritmisch lijken we soms volledig langs elkaar heen te spelen. Maar als je de chaos van spelende kinderen in een huiskamer voorstelt, waar iets vijf minuten lang het belangrijkste ter wereld is en vervolgens weer wordt ingeruild voor iets anders, krijgt die muziek betekenis.’

‘Misschien zullen sommige mensen die After Hours prachtig vonden minder goed aan deze plaat kunnen wennen. Maar als ik de muziek gepolijster had gemaakt om het voor iedereen toegankelijker te maken, was het niet de plaat geworden die ik wilde maken. Uiteindelijk is dat voor mij het belangrijkste: dit is wat ik op dit moment wilde vertellen.’

Child’s Play – Teus Nobel (Teus Nobel Music) uit op 4 september 2026

Concerten Teus Nobel Child’s Play: 

9 september 2026 – Lindenberg, Nijmegen

10 september 2026 – Bimhuis, Amsterdam

12 september 2026 – LantarenVenster, Rotterdam

18 september 2026 – Paradox, Tilburg

19 september 2026 –  Singer, Rijkevorsel (B)

20 september 2026 – Rue de la Gare, Emmen

Voor meer speeldata ga naar teusnobel-music.nl

Het bericht Teus Nobel: ‘Je moet vrije geesten geen handboeien omdoen’ verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Sullivan Fortner blijft zoeken naar het onverwachte https://www.jazzism.nl/interviews/sullivan-fortner-blijft-zoeken-naar-het-onverwachte/ Fri, 28 Aug 2026 10:05:43 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=34611 Op het album ‘Leave That In There’ laat de Amerikaanse pianist compositie, improvisatie en experiment samenvloeien in een hechte muzikale suite. Tekst: Annie van der…

Het bericht Sullivan Fortner blijft zoeken naar het onverwachte verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Op het album 'Leave That In There' laat de Amerikaanse pianist compositie, improvisatie en experiment samenvloeien in een hechte muzikale suite.

Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Youri Lenquete

Sullivan Fortner is veel op tournee. Als vaste begeleider van zangeres Cécile McLorin Salvant en als sideman in verschillende bezettingen reist hij over de wereld. Op de ochtend van ons gesprek is Fortner precies 24 uur thuis in New York. Terwijl hij koffiezet, vertelt de pianist over zijn nieuwe album Leave That In There. Daarna wacht Newport Jazz Festival, waar hij met zijn eigen trio speelt, gevolgd door zijn eerste tournee als bandleider door Japan. Het geeft Fortners tempo weer in het leven, maar zijn nieuwe album vraagt juist om iets anders: aandacht, geduld en herhaald luisteren.

Leave That In There is geen plaat die zich onmiddellijk prijsgeeft. De muziek is gelaagd en associatief, met composities die in elkaar overlopen en telkens nieuwe details onthullen. Ook live klinkt de muziek inmiddels anders. ‘We speelden pas een jaar samen toen we deze opname maakten. Nu zijn we bijna drie jaar verder en is de muziek natuurlijk verder ontwikkeld. Wat we eerder dit jaar in Amsterdam speelden, was alweer een bewerking van wat je op het album hoort.’

Ideeën verzamelen

Het album is diepgeworteld in Fortners achtergrond en de muzikale geschiedenis van Louisiana en New Orleans. Toch begint hij niet met een vooraf bedacht verhaal wanneer hij componeert. ‘Voor mij ontvouwt het verhaal zich gaandeweg. In een ideale wereld zou er een verhaallijn zijn waar ik naartoe schrijf. Maar meestal schrijf ik gewoon wat en verzin ik dingen. Tijdens het spelen komt er iets op dat een bepaald gevoel geeft, en misschien past dat.’

Die intuïtieve manier van werken leerde hij mede van zijn voormalige docent Fred Hersch. ‘Ik vroeg hem eens naar compositie en hij zei: pak een eierwekker, zet die op vijftien minuten, kies een toonsoort en ga aan de slag. Veel van de nummers die hij als goede composities beschouwt, zijn in een korte tijd geschreven.’

Fortner nam die methode over. Hij zet een timer, improviseert en neemt zichzelf op. Vervolgens luistert hij terug en verzamelt hij de elementen die hem aanspreken. ‘Ik ben in geen enkel opzicht een componist’, zegt hij met een klaterende lach. ‘Ik benader het heel losjes, bijna als een dagboek. Vanmorgen nog ging ik zitten, zette mijn recorder aan en speelde drie stukken van vijf minuten. Misschien komt daar iets uit, misschien ook niet. Er is geen druk.’

Sullivan Fortner Trio. L-R: Kayvon Gordon, Sullivan Fortner, Tyrone Allen II

Eén grote compositie

Die losse ideeën kunnen uiteindelijk een onverwacht geheel vormen. In de studio speelt de band een nummer één keer, alsof het om een optreden gaat. Fortner gebruikt bewerkingstechnieken van Pro Tools of Melody daarna niet om fouten te corrigeren. ‘We gebruiken de studiohulpmiddelen juist voor het arrangeren of voor improvisatie. Soms denk je normaal gesproken: dat stukje halen we eruit. Maar dan zeggen we juist: laten we het erin houden, het knippen, herhalen en er iets nieuws van maken.’

Zo ontstond ook Sugar Cane, dat voortkwam uit een ongebruikte take van Number 3. ‘Ik nam het intro uit een ongebruikte take, zette die in een loop en daaruit ontstond een heel nieuw stuk. Ik vind het leuk om bestaand materiaal te hergebruiken, op een bepaalde manier lijkt het op klassieke muziek.’ Ook de korte intermezzo’s op het album zijn vaak opgebouwd uit fragmenten van andere composities. Een paar maten worden uit hun oorspronkelijke context gehaald, herhaald of veranderd en krijgen zo een nieuw leven. Daarom zijn alle nummers met elkaar verbonden als één grote compositie, in plaats van twaalf of veertien losse nummers die niets met elkaar te maken hebben.’

Ritmische systemen

In Sugar Cane klinkt een sterk ritmische laag door die associaties oproept met Earth, Wind & Fire. Fortner beschouwt die vergelijking als een compliment. ‘Dat is enorm. Als je wordt vergeleken met mensen naar wie je opkijkt, geeft dat een goed gevoel.’ Hij hoort zelf vooral de verbinding met Afrikaanse en Afro-Cubaanse ritmes. ‘Veel van die ritmische systemen en vormen van spiritualiteit zijn geworteld in de Afrikaanse diaspora. Kayvon (Gordon, drummer) speelde met sommige van die batá-ritmes in Sugar Cane en daar zit zeker een verband.’

Voor Fortner zijn die wortels echter niet iets wat hij bewust aan zijn muziek toevoegt. ‘De Afrikaanse ritmische en culturele wortels maken deel uit van het DNA van jazz. Omdat ik in New Orleans ben opgegroeid en zelf deel uitmaak van die verbinding, zit het in alles wat ik speel: free jazz, traditionele muziek, gospel, alles daartussenin. Mijn moeder zegt altijd: be yourself, do what you do.’

L-R: Kayvon Gordon, Sullivan Fortner en Tyrone Allen II

Experiment zonder vangnet

De korte stukken op Leave That In There laten ook een andere kant van Fortner horen. Hij gebruikt verschillende instrumenten en elektronische effecten, vaak zonder vooraf precies te weten waar hij uitkomt. ‘Het was niet allemaal gepland. Bepaalde instrumenten halen verschillende persoonlijkheden in mij naar boven.’

Als kind begon hij op orgel en dat instrument roept nog altijd een gevoel van nostalgie op, vooral door zijn band met de kerk. Andere instrumenten waren volledig nieuw terrein. ‘De Prophet-synthesizer had ik tot die sessie nog nooit bespeeld. In het verlengde van mijn eerdere album Solo Game wilde ik dingen proberen die ik nog niet eerder had gedaan. Gewoon kijken wat er gebeurt.’

En als het niet werkt? ‘Bij muziek werkt het óf wel, óf niet. Ik heb geleerd om de momenten waarop het niet werkt net zo goed te accepteren als de momenten waarop het wel werkt. Daar leer je van.’

Van sideman naar leider

De grootste verandering op Leave That In There heeft misschien wel te maken met het trio zelf. Met bassist Tyrone Allen en drummer Kayvon Gordon vond Fortner een groep die hem niet alleen muzikaal, maar ook persoonlijk veranderde. ‘In het jaar voordat we opnamen, hebben zij me geleerd om meer vertrouwen te hebben in mijn eigen ideeën. Ik was wel de leider, maar ik gedroeg me soms alsof ik de begeleidingsmuzikant was. Dan dacht ik: wat jullie ook goed vinden klinken, dat doen we. Maar iedereen kijkt naar jou. Jij bent de leider.’

Voor het eerst was Fortner bovendien de oudste muzikant in de band. ‘Ze zijn zo’n negen jaar jonger dan ik. Ik was altijd de jongste in een band, maar nu kwamen zij naar mij voor advies en richting. Ik vroeg dan: wat denken jullie? En zij zeiden: nee man, we komen naar jou als leider.’ Het betekende een fundamentele verandering. ‘Dit trio heeft veranderd hoe ik naar mezelf kijk: als muzikant, pianist en leider.’ Die chemie is volgens hem ook de reden waarom Leave That In There alleen met deze bezetting gemaakt kon worden. De musici leren alles op het gehoor; Fortner geeft geen bladmuziek. ‘Je kunt ze midden in een optreden iets leren en ze begrijpen het meteen. Dat zegt veel over hoeveel zij hebben geïnvesteerd, niet alleen in de muziek, maar ook in het geluid van deze groep.’

Sullivan Fortner Trio

Altijd blijven streven

Ondanks zijn drukke agenda en de erkenning die hij inmiddels krijgt, voelt Fortner zich nog lang niet gearriveerd. Het trio won in 2024 de DownBeat Critics Poll in de categorie Rising Star Jazz Group, maar hij relativeert die onderscheiding direct. ‘Nee, ik voel mij absoluut niet gearriveerd. Voor mij heb ik het einde pas bereikt als ik dood ben. Ik moet blijven doorgaan, blijven streven en mijn uiterste best doen om beter te worden. Als we dat niet doen, kunnen we net zo goed dood zijn.’

Ook de nervositeit voor optredens is nooit verdwenen. ‘Nervositeit betekent voor mij dat het je iets kan schelen. Je geeft om wat je presenteert en hoe het wordt ontvangen. Het creëert een bepaalde focus en energie.’

Met Leave That In There lijkt Sullivan Fortner precies die spanning te omarmen: tussen compositie en improvisatie, controle en toeval, traditie en experiment. Het resultaat is een album dat niet alles in één keer vertelt, maar steeds opnieuw uitnodigt om verder te luisteren. Precies zoals Fortner zelf blijft doen: spelen, ontdekken en altijd verder zoeken.

Leave That In There – Sullivan Fortner (Artwork Records) uit op 28 augustus 2026

Concerten Sullivan Fortner Trio: 

29 oktober 2026 – De Manege – Namen 

30 oktober 2026 – Muziekcentrum De Bijloke – Gent

15 april 2027 – BIMHUIS – Amsterdam

Het bericht Sullivan Fortner blijft zoeken naar het onverwachte verscheen eerst op Jazzism.

]]>
Long read: Interview met George Coleman, jazz survivor https://www.jazzism.nl/interviews/george-coleman-jazz-survivor/ Thu, 20 Aug 2026 08:00:26 +0000 https://www.jazzism.nl/?p=34378 Hij is 91 jaar oud en staat nog steeds op het podium, speelt mee bij studiosessies en geeft les. Saxofonist George Coleman stond zijn mannetje…

Het bericht Long read: Interview met George Coleman, jazz survivor verscheen eerst op Jazzism.

]]>

Hij is 91 jaar oud en staat nog steeds op het podium, speelt mee bij studiosessies en geeft les. Saxofonist George Coleman stond zijn mannetje met vele giganten, toch bleef hij altijd onderbelicht en een ‘musician’s musician’. Coleman: ‘De erkenning komt nu eindelijk in mijn nadagen.’

Tekst: Peter Schong | Openingsfoto: Jimmy Katz 

Still alive and kicking is een uitdrukking die als geen ander van toepassing is op George Coleman. Maar het overlijden van Sonny Rollins (95) dit voorjaar, de laatste der Mohikanen uit de beboptijd, maakte het gevoel van urgentie om Coleman te interviewen nu het nog kan, prangend.

Hoewel de geraniums soms lonken, is een rustige plek erachter hem nog niet gegund. De 91-jarige saxofonist maakte zijn opwachting op Emmet Cohens recente album Universal Truth en kondigde deze zomer nog gewoon nieuwe liveshows aan. ‘Ik hang er nog steeds goed bij, jongen’, vertelt hij monter aan de telefoon, terwijl op de achtergrond bigbandjazz klinkt. ‘Elke dag voel ik me gezegend. Ik geef nog steeds les aan bassisten, pianisten, noem maar op. De studenten komen overal vandaan: Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje. Ik nam mij een paar jaar geleden voor om met pensioen te gaan, maar ik kan niet stoppen. Elke keer als ik zeg dat ik het voor gezien houd, belt iemand me voor een les.’

Imponerende vitaliteit

Een beer van een vent is hij niet meer, zijn vitaliteit op zo een hoge leeftijd is evengoed imponerend. ‘Vroeger trainde ik veel in de sportschool. Ik liep hard langs de East River. Natuurlijk feestte ik ook veel, het nachtleven, drank, af en toe een snuifje coke. Maar ik deed altijd iets om dat te compenseren. Ik rustte goed uit en zodra ik uit de clubs kwam, ging ik weer sporten. God heeft me gezegend’, vervolgt Coleman. ‘Ik ben 91 en functioneer nog goed. Mijn vingers werken. Mijn geest is scherp. Geen dementie, geen kanker. Ik heb een pacemaker en wat bloeddrukproblemen, maar mijn hart is goed en sterk. En als ik met geweldige jonge spelers werk geeft me dat energie.’

‘Maar het is soms ook verdrietig, omdat zoveel van mijn generatiegenoten er niet meer zijn’, voegt hij toe. ‘Billy Higgins, Cedar Walton, Sam Jones… Onlangs overleed Ray Drummond, met wie ik 20 jaar speelde. Elke dag hoor ik weer dat iemand ons ontvallen is.’ Later in het vraaggesprek wordt Coleman onderbroken als zijn medicijnen worden gebracht. ‘Mensen zeggen weleens dat ik de 100 nog wel haal. Ik vraag het me af, maar zolang ik er nog ben, zal ik doorgaan. Met geen mogelijkheid zal ik gaan rentenieren. Wat zou ik dan moeten gaan doen? Ik ben wel klaar met het reizen, steeds maar weer het vliegtuig pakken en slapen in kille hotels. Een enkele keer misschien nog, als ik goed word betaald.’

George Coleman in 1965 | Foto: Francis Wolff - courtesy of Mosaic Imagaes

Arrangementen voor Ray Charles

De All Music Guide omschrijft Coleman als ‘one of the great career sidemen of all time’. De lijst met grootheden op zijn cv is ontzagwekkend. Coleman (1935) leerde zichzelf als tiener saxofoon spelen, eerst alt en later tenor, en behoorde tot een generatie talentvolle jazzmuzikanten uit Memphis. De stad die vooral bekend staat om soul en blues. Harold Mabern, Booker Little, Frank Strozier, Hank Crawford en Charles Lloyd waren leeftijdsgenoten. De inkt van zijn schooldiploma was nog niet droog of de autodidact Coleman schreef al arrangementen voor Ray Charles, en trad toe tot de band van zijn legendarische stadsgenoot B.B. King. In de jazzscene van Chicago werkte Coleman met Gene Ammons en Johnny Griffin. Zijn bijdragen op albums van Lee Morgan en Jimmy Smith trokken de aandacht van Max Roach. Coleman trad toe tot zijn groep en verhuisde in 1957 naar New York.

Telepathische connectie met Miles

In The Big Apple begon de periode die Coleman zijn naamsvermelding in de jazzgeschiedenisboeken opleverde. Miles Davis’ band viel eind 1962 uit elkaar en de grote trompettist moest haastig een nieuwe groep formeren. Coleman en contrabassist Ron Carter werden aangenomen, even later gevolgd door pianist Herbie Hancock en drummer Tony Williams. Het was de eerste versie van wat Davis’ tweede grote kwintet zou worden. Coleman speelde mee op Seven Steps To Heaven (1963) en het livealbum My Funny Valentine (1965), met Colemans gedenkwaardige solo op de titelsong.

Voor Coleman is het nog altijd zijn favoriete emplooi in een lange en rijke loopbaan. ‘Miles was bijzonder. Toen ik met hem begon te spelen, bereikte ik een nieuwe dimensie. Ik had al met geweldige muzikanten gespeeld, maar hij was de absolute top. Hij hield van wat ik deed, omdat we op dezelfde golflengte zaten. Het was bijna telepathisch. Hij speelde een frase en ik zat er direct bovenop. Zoals op So Near, So Far; die tegenmelodie die ik speel, bedacht ik ter plekke. Ik had niets uitgeschreven of gerepeteerd. Miles, en mensen over de hele wereld zeiden: “Man, wat een geweldige melodie”.’

Leren risico nemen

Colemans tijd bij Davis was leerzaam. ‘Ik leerde meer risico te nemen. Voor die tijd speelde ik harmonisch altijd heel zorgvuldig en correct. Met Miles begon ik wat verder buiten de lijntjes te kleuren, ik werd avontuurlijker.’ Toch was dat precies waar de schoen wrong. Coleman had geen klik met de andere bandleden van het Miles Davis Quintet. De jonge honden, de nog maar 17-jarige dynamiet-drummer Tony Williams voorop, vonden Coleman van de oude stempel en zijn spel te behoudend.
‘Veel jongens wilden destijds avant-garde jazz spelen. ‘We’re going to stretch out, we want to play some different stuff’, denkt Coleman terug. ‘Op een avond speelde ik dat ook. Herbie zette een nummer in, ik geloof dat het Walkin’ was. Miles speelde een solo en vervolgens Herbie, en toen was ik aan de beurt. Ik speelde iets dat ze nog nooit hadden gehoord. Ze zaten me altijd op de huid, ze waren het zat dat ik altijd bebop speelde, ik moest anders gaan spelen. Dus ik besloot dat ik ze eens zou laten horen dat ik ook die gekke muziek kon spelen.’

Miles was in shock. Hij zat aan de bar champagne te drinken, kwam naar het podium en zei: ‘What the F speelde jij nou?! Ik heb je dat nooit eerder horen spelen’. Ik antwoordde: ‘Wel Miles, die jongens zitten me achter de broek aan omdat ik iets jong en innovatiefs moet spelen. Ik wilde laten horen dat ik dat best kan.’ Miles viel van zijn stoel, en Ron, Tony en Herbie ook. Ze turnden om en riepen: “Hey, yeah man!”’

'A hell of a musician'

‘It fucked up Tony’s head’, schreef Davis over de gebeurtenis in zijn autobiografie. ‘George kon wel free spelen, maar dat wilde hij gewoon niet’, verdedigde hij Coleman, opvallend voor de Grote Vernieuwer die zelf ook geen hoge dunk had van free jazz. Miles noemde Coleman ‘a hell of a musician’, maar zag ook in dat de traditionele saxofonist een buitenbeentje was, die door de andere bandleden als een sta-in-de-weg werd gezien.
Na een jaar trok Coleman aan zijn stutten. ‘Ik werd vervangen door Sam Rivers, een uitgesproken avant-gardist, maar hij hield het slechts twee weken vol. En toen kwam Wayne Shorter.’

‘Een andere reden waarom ik vertrok was dat Miles vaak te laat was met betalen’, gaat Coleman verder. ‘Miles had veel geld nodig voor zijn levensstijl, hij vloog vaak naar Californië, hij gebruikte drugs. Daardoor zat ik vaak op zwart zaad. Het waren veel dingen bij elkaar. Miles was teleurgesteld, hij wilde dat ik bleef. We zouden op tournee naar Japan gaan en hij wilde mij erbij hebben. Ik zei dat ik niet goed overweg kon met de rest van de band. Miles begreep het.’

Opvallend is dat Coleman in hetzelfde jaar wel meespeelde op Herbie Hancocks doorbraak Maiden Voyage (1965), een conceptalbum over de oceaan. Colemans sound paste perfect bij de ruimtelijke sfeer die de pianist voor ogen had. ‘Die plaat is een jazzklassieker geworden. De afstand tussen ons verdween, want Herbie was zeer tevreden over Maiden Voyage. Jaren later zei hij ook tegen me dat ik fantastisch speelde op die plaat.’

George Coleman in 1980 | Foto: Joost Leijen

Vooruitgang geen synoniem voor verbetering

Vooruitgang was voor Coleman geen synoniem voor verbetering. Bij freejazz en fusion in de jaren 60 en 70 vond hij geen aansluiting. Nieuw heeft geen betekenis als inhoud ontbreekt, vond hij. Nog steeds heeft hij er niks mee.
‘Als je jazz leert spelen, leer je de vingerzetting op je horn, hoe je een goede klank speelt, akkoordenprogressies enzovoort. Vroeger, toen de avant-garde in zwang was, kwamen mensen weg met het spelen van troep. Ze kwamen weg met een slechte toon, ze konden niet spelen, geen akkoordenprogressies. Het was gewoon herrie. En iedereen zei: wat een geweldige muzikant, zoiets heb ik nog nooit gehoord. Wat een onzin.’

De tijdgeest probeerde Coleman in te halen, maar die liet hij passief-compromisloos links liggen. Trends kwamen en gingen, Coleman overleefde ze allemaal. In de vaart der volkeren werd zijn vakmanschap niet onder de voet gelopen. In plaats van te worden vermalen in de tandwielen van veranderende tijden, zat Coleman nooit verlegen om werk. Nina Simone, Lionel Hampton, Chet Baker, Charles Mingus, Elvin Jones, Horace Silver en Ahmad Jamal lieten zich graag met hem op hun platen vereeuwigen. ‘Chet zei: voor George Coleman hoef je nooit een stuk voor de tenor te schrijven, hij schudt altijd wel iets meesterlijks uit zijn mouw. Als je een frase speelt, speelt hij er zo een andere frase bij.’

Pas na 20 jaar het debuut als leider

Pas na een carrière van ruim 20 jaar maakte Coleman zijn debuut als leider, op het Nederlandse label Timeless. ‘Een van de redenen waarom ik niet eerder een plaat maakte was omdat niemand mij vroeg. En je kreeg er slecht voor betaald. Ik weet dat sommigen voor 200 of 300 dollar een plaat maakten, daar had ik geen zin in.’

Memorabel zijn Amsterdam After Dark (1978) en de in 2024 uitgebrachte liveregistratie Eastern Rebellion 6 van het kwartet van pianist Cedar Walton en met contrabassist Sam Jones en Billy Higgins op drums. Die zomeravond op het Italiaanse Umbria Jazz festival van 1976 staat er een allesbehalve behoudend spelende Coleman op het podium, maar een geweldenaar die alle registers opentrekt. Met zijn Coltrane-achtige lange, lyrische, hypnotische solo’s en fenomenale circulaire ademhalingstechniek geselt hij het toegestroomde publiek op het schilderachtige Piazza del Popolo in Orvieto en verschroeit hij de haren in je gehoorgangen.
Op Amsterdam After Dark en de Eastern Rebellion-reeks hield Colemans spel het midden tussen traditie en modern. Hij had dan wel weinig met de avant-garde, dat wilde niet zeggen dat hij er niets uit pikte dat hij kon gebruiken.

Speciale band met Nederland

Met Nederland heeft Coleman al een halve eeuw een speciale band. ‘Ik hou van Nederland. Ik heb met briljante mensen uit Nederland gespeeld. Vroeger had je Rob Langereis, Rob Agerbeek en natuurlijk Cees Slinger. Uitstekende muzikanten. En Cees Schrama van de radio in Hilversum. Gideon Tazelaar is een van mijn favorieten. Ik heb net op zijn plaat gespeeld. Gideon is ongelofelijk. Hij is nog maar een jaar of 30, maar hij speelt alsof hij al 300 of 1000 jaar oud is, omdat hij alles kan spelen.’ Coleman blijkt zowaar een paar woorden Nederlands te spreken. ‘Dank je. En dit leerde ik van de meiden: ik hou van jou. De Indonesische rijsttafel, heerlijke gerechten.’

Leren door luisteren en spelen met anderen

Coleman is een autodidact. Misschien is dat de reden waarom muzikanten zich laven aan zijn kennis en kunde die je op school niet leert. Van hem leer je te luisteren, harmonie en ‘feel’. ‘Ik ben nooit naar het conservatorium gegaan. Ik heb alles geleerd door te luisteren en te spelen met anderen. Toen ik net van de middelbare school kwam wist ik al veel van muziek, meer dan mensen zouden denken die wel aan een conservatorium hadden gestudeerd. Ik heb zelf ook nooit aan een conservatorium gedoceerd. Ik heb geen graad, dus ik zou niet eens aangenomen worden. Mijn muziekopleiding genoot ik in mijn kleine huisje in Memphis, Tennessee en in de vele jaren dat ik muzikant was.’

Dat Coleman een stevige reputatie geniet onder collega-muzikanten blijkt wel uit het feit dat David Sanborn, toen al beroemd, bij hem aanklopte om de kneepjes van het vak te leren.
‘David gaf me daarvoor erkenning, hij vertelde in People Magazine dat hij les van mij kreeg. Hij zei: “Ik speelde vooral mijn r&b-dingen, en toen ging ik naar George Coleman. Toen ik terugkwam bij mijn band, zei iedereen: je speelt anders, je harmonieën zijn beter geworden.” David antwoordde: “Dat komt doordat ik studeer bij George.” Toen David bij mij kwam, bereikte hij een ander niveau. Hij raakte meer betrokken bij jazz en minder bij commerciële muziek.’

Altijd een 'Musician's Musician' gebleven

Coleman is altijd een ‘musician’s musician’ gebleven. Gewaardeerd en veelgevraagd door collega’s als een professional die alle technieken beheerste en overal inzetbaar was. Maar precies die kwaliteit stond hem waarschijnlijk ook in de weg. Misschien is Coleman te dienstbaar, te weinig visionair, en was zijn sound wellicht niet eigenzinnig genoeg om een icoon te worden. Dat hij pas laat in zijn carrière debuteerde als leider zal zijn faam ook niet hebben bevorderd.
‘Wat ik nalaat als ik er niet meer ben? Een heleboel. Mensen zeggen vaak dat ik nooit erkenning kreeg. De media negeerden mij, mijn naam staat nooit in de jaarlijsten van DownBeat, maar de mensen met wie ik speelde wisten wat ik kon. Het bewijs staat op al die platen. Ik bleef lang ondergewaardeerd, maar lag daar nooit wakker van. Nu komen al die gebeurtenissen van vroeger weer boven en zegt iedereen: “60 jaar geleden klonk je geweldig”. Dan luister ik het en ben verbaasd hoe goed ik speelde.’

‘Dus ik krijg eindelijk erkenning. In 2015 kreeg ik de NEA Jazz Masters Award (de meest prestigieuze jazzprijs in de VS, red.), samen met Charles Lloyd, die ik vroeger in Memphis al les gaf. Mijn goede vriend en supporter Jimmy Heath zei: die prijs had je al 30 jaar geleden moeten krijgen.
‘Waarom het zo lang heeft geduurd? Ik wilde dat ik het wist, maar ik maak me er niet druk om, omdat de erkenning nu eindelijk komt in mijn nadagen. Het wordt nu gedocumenteerd. Als ik deze wereld verlaat zullen mensen zeggen: je moet 60, 70 jaar teruggaan en naar George Coleman luisteren. Dus voordat ik ga, zullen de mensen weten wie Big G was.’

Het bericht Long read: Interview met George Coleman, jazz survivor verscheen eerst op Jazzism.

]]>