Billy Cobham speelde op de baanbrekende fusionalbums van Miles Davis. De drummer, vermaard om zijn gespierde rockenergie, kijkt terug op zijn samenwerking met de innovatieve trompettist. ‘Miles vertelde nooit wat we moesten spelen’
TEKST: PETER SCHONG | FOTO’S: MILES DAVIS OFFICIAL
‘Technisch gezien heb ik aan de sessies deelgenomen, maar eerlijk gezegd kan ik je niet zeggen óf ik op, of wáár ik speel op Bitches Brew. Miles gaf mij het album en zei: ‘Je speelt erop, je klinkt geweldig’. Ik zette het op en luisterde, en dacht: ‘Ik hoor mezelf, maar ik weet niet waar.’ Volgens de originele platenhoes was ik er niet bij, maar uit het latere cd-boekje bleek dat ik er wel bij was. Ik speelde ook op On the Corner, Circle In The Round, Live-Evil, en natuurlijk A Tribute To Jack Johnson. Vooral Jack Johnson. Dat is mijn favoriet.
De grijze gebieden van de repetities
Daar zit een verhaal achter. Wat we speelden op A Tribute To Jack Johnson had eigenlijk niet gespeeld moeten worden. We hadden de avond ervoor een repetitie. Miles’ repetities waren grijze gebieden. Hij vertelde nooit iemand wat ze moesten spelen, helemaal niks. Hij zei hooguit: ‘Dat is een lekkere groove, onthoud het, die moeten we spelen.’ Meer niet. Vervolgens vergat ik het natuurlijk en speelde iets anders, maar dan zei Miles: ‘Dat is niet wat je gisteren speelde, maar dit bevalt me ook.’ Er was vrijheid, omdat Miles respect had voor ons. Hij wist dat hij ons respect terugkreeg door gewoon in zijn schaduw te zijn, en een simpel ‘ja’ of een knikje als aanwijzing te krijgen. Dat was genoeg, hij had weinig woorden nodig. Wat van belang was wat je speelde. Hij zei nooit: ‘Nee, dit werkt niet.’ Daarom wisten we dat we goed zaten.’
Tip van Jack DeJohnette
‘Ik ontmoette Miles voor het eerst in 1969 tijdens een repetitie. Jack DeJohnette tipte me te komen, want hij zou vertrekken om bij Keith Jarretts nieuwe band te gaan drummen. We speelden allemaal op die avond in de Village Gate. Ik zat boven met het Junior Mance Trio, en beneden speelde Miles’ nieuwe band met Chick Corea (toetsen), Dave Holland (bas), Jack DeJohnette (drums) en natuurlijk Wayne Shorter (saxofoon). Ze deden twee sets en tussendoor kwam Jack naar boven. Ik kende hem toen niet eens, ook nog nooit ontmoet volgens mij. Hij zegt: ‘Hé Billy, zou je geïnteresseerd zijn om met Miles te werken?’ Ik wierp hem een ongelovige blik toe en antwoordde gekscherend: ‘Ja, waarom niet?’ En Jack zei: ‘Oké, ik ga hem over je vertellen en hij komt even kijken.’
‘Ik zag alleen een bril’
En inderdaad, Miles kwam naar boven toen wij speelden. De zaal was bomvol, mensen zaten te eten, het was een dinner show. Iemand zei: ‘Kijk eens omhoog.’ Ik zag Miles niet, ik zag alleen een bril. Twee grote, vierkante brillenglazen. Ik dacht: ‘Oké, hij is hier. We doen gewoon wat we altijd doen. Hij trekt zijn broek één pijp tegelijk aan, net als iedereen.’ Natuurlijk was ik vereerd, maar niet meer dan dat. Het was alledaags. In New York kwam je dit soort cats elke dag tegen.
Miles belde en mijn toenmalige vriendin nam op, het boterde eerst niet omdat zij hem niet meteen begreep. Toen ik thuiskwam was ze boos en zei: ‘Je vrienden moeten duidelijker zijn over wat ze willen.’ Ik vroeg wie er had gebeld. ‘Een of andere kerel die fluisterde en mompelde.’
Normale gang van zaken
Ik belde terug en het enige dat Miles tegen me zei was (imiteert Miles’ karakteristieke hese stem): ‘Dinsdagochtend, Columbia Records, 53rd Street, 10 uur.’ En toen hing hij op. Het was maandagavond, het was al donker, geen kans om nog te repeteren. Zo begon het.’
‘Dat was de normale gang van zaken bij Miles. Zoals toen Wayne Shorter ziek was en niet kon spelen. Miles had op de radio aangekondigd dat tenorsaxofonist Joe Henderson ‘s avonds met hem zou spelen in de Village Vanguard. Joe wist van niks. Hij arriveerde in New York voor iets anders en iemand zei tegen hem: ‘Ik kom vanavond naar je kijken in de Vanguard.’ Joe reageerde: ‘Wat? Waar?’ ‘Miles was net op de radio, je speelt vanavond met hem in de Village Vanguard.’ Joe kwam aan het eind van de eerste set binnen en Miles zei tegen hem: ‘Je bent te laat.’ Dit gebeurde aan de lopende band.’
Onzeker over mijn spel
Ik twijfelde niet toen Miles me uitnodigde bij zijn band te komen. Ik zei “nee”. Ik zag mezelf niet met hem op tournee gaan. Ik vond niet dat ik er klaar voor was. Ik voelde me onzeker over mijn spel. Ik kwam uit een andere richting dan de andere gasten. Ik had ook een sociaal probleem, de entourage paste niet bij me. Dus ik zei nee. Ik zei tegen Miles: “Wat ik graag zou willen, is mezelf opwerken tot een positie waarin ik gewoon met je kan komen spelen. Ik wil geen geld. Ik ben er nog niet klaar voor.” Die gelegenheid deed zich echter nooit voor, Miles vroeg me nooit meer voor zijn band.’
Live in Sendai, Japan
‘Ik deed bijna uitsluitend studiowerk met Miles. Slechts één keer speelde ik live met hem, en dat was op een heel bijzondere plek: Sendai in Japan. Dat is waar in 2011 de tsunami toesloeg en leidde tot de kernramp in Fukushima. Het was in 1983 of ’84 met het Gil Evans Orchestra. Het was echt een trip, man, heel speciaal. Miles was in Japan op tournee met zijn band met Al Foster, Bill Evans, John Scofield en Mike Stern, en ik zat in de bigband van Gil Evans. We waren als een leger, een soort Delta Force. Het had ongelooflijk kunnen zijn, weet je, met Hiram Bullock en iedereen daar. Maar de onderhandelingen met Miles liepen stuk en we tourden uiteindelijk alleen. Maar één keer, in Sendai, was Miles het voorprogramma. Wauw, een grote zegen.
Alles heeft verband met elkaar
Ik heb toen veel foto’s gemaakt en ik wil er een serie over maken, om dat te verbinden met de vreemde dingen die gebeurden in Sendai, de tsunami. Op een YouTube-video werd zonder mijn medeweten mijn compositie Heather van het album Crosswinds gebruikt bij beelden van de tsunami van 2011. Ze gebruiken Michael Breckers solo, die heel onheilspellend klinkt. Het past precies. Ik besefte dat alles verband heeft met elkaar, en het begon met mij en Miles in ’84, door een goddelijke voorzienigheid.’


