Menu Sluiten

Oscar Peterson: overschat en onderschat

Was Oscar Peterson de grootste jazzpianist aller tijden, of niet meer dan een vingervlugge technicus zonder diepgang? Bijna twintig jaar na zijn dood botsen de opinies nog altijd stevig. Maar zijn diskwalificatie verdient in elk geval enige nuancering.

Tekst: Bert Vuijsje | Foto’s: Mosaic Records. L-R: Ed Thigpen, Oscar Peterson, Ray Brown

In september 1949 maakte pianist Oscar Peterson een bliksemstart in de Amerikaanse jazzscene. In zijn geboorteplaats Montreal, Canada (15 augustus 1925) had hij als veertienjarig wonderkind al een talentenconcours gewonnen en hij had daar vanaf 1945 ook platen gemaakt. Maar dat was niets vergeleken met de ontvangst die Peterson ten deel viel toen impresario Norman Granz hem als onverwachte gastsolist presenteerde tijdens een Jazz At The Philharmonic-concert in Carnegie Hall, New York.

Daar speelde hij in duo-bezetting met bassist Ray Brown, tot 1965 waren ze onafscheidelijke partners. Daarna zouden ze nog geregeld samen optreden en opnamen maken. Het succes van Oscar Peterson, met zijn platen en met zijn concerten (vanaf 1952 ook vele malen in Nederland, waaronder vijftien keer op North Sea) bleef vrijwel tot zijn dood in 2007 onverminderd. Zelfs toen hij na een beroerte in 1993 een flink deel van zijn fysieke vermogens had verloren.

Aanbidders en puristen

Toch heerste in jazzkringen geen eenstemmigheid over Petersons kwaliteiten. Aan de ene kant waren er de aanbidders die hem zagen als de grootste jazzpianist aller tijden. Een Canadese vriend zei tijdens Petersons latere jaren: ‘Een éénhandige Oscar, is beter dan zo ongeveer iedereen die twee handen heeft.’

Daar tegenover stonden de puristen die hem afschilderden als een pianist die met al zijn vingervlugheid niet verder kwam dan oppervlakkig technisch vertoon. Het kritische Amerikaanse blad The Jazz Review zette hem weg met de woorden: ‘De meesten van ons hebben zich verveeld door de eentonigheid van zijn mechanische aanstellerij, maar het is moeilijk om de zinloosheid ervan in woorden uit te drukken.’

Nuancering op twee punten

Die laatste diskwalificatie verdient in elk geval op twee punten nuancering. De Oscar Peterson van de overmaat aan noten maakte als begeleider geregeld plaats voor de meester van de beperking. Op platen met musici als Ben Webster, Coleman Hawkins en Harry Edison, en zeker ook op de befaamde Ella & Louis-opnamen uit 1956-1957, liet hij horen hoe je met een minimum aan noten een maximum aan sfeer kunt scheppen.

En dan is er de kwestie van de ritmiek. The Will To Swing heet de Peterson-biografie van Gene Lees, en daarmee is geen woord te veel gezegd. Oscar Peterson swingt vrijwel altijd als geen ander. Ray Brown sprak daarover in 1997 verhelderende woorden, die ook verklaren hoe hun samenwerking vele jaren zo hecht kon blijven: ‘Oscar and I stayed together because our sense of time was compatible, and we still play the same kind of time. Nobody plays time with Oscar Peterson better than I do. We hear the beat in the same place.’

L-R: Ray Brown, Ed Thigpen, Oscar Peterson

Nieuw trio

Na zijn Amerikaanse start als duo met Ray Brown voegde Peterson in 1951 een gitarist aan de groep toe, min of meer naar het voorbeeld van het succesvolle Nat ‘King’ Cole-trio. Gitarist Barney Kessel maakte in 1953 plaats voor Herb Ellis, die bleef tot 1959, toen Oscar Peterson onverwacht overstapte naar een nieuwe bezetting: nog steeds met Ray Brown, maar nu met Ed Thigpen op drums.

Thema albums

Het Amerikaanse verzamelaarslabel Mosaic Records heeft de 8 cd-box The Classic Oscar Peterson Trio Studio Sessions With Ray Brown And Ed Thigpen uitgebracht, met opnamen uit de periode 1959-1965. Producer Norman Granz had het idee om Peterson thema-albums te laten maken, te beginnen met A Jazz Portrait Of Frank Sinatra, onder meer gevolgd door de muziek van Porgy And Bess, West Side Story en de enigszins obscure musical Fiorello!

De Sinatra-plaat biedt louter hoogtepunten uit het American Songbook, maar deze twaalf tracks van meestal korter dan drie minuten klinken vooral als snelle routine. Geen wonder als je weet dat de muziek op één dag werd opgenomen, nota bene nadat het trio eerder diezelfde dag ook al een lp met saxofonist Sonny Stitt had vastgelegd. Iets soortgelijks geldt voor menige andere sessie. Op de dag van Porgy And Bess nam het trio bijvoorbeeld nog acht andere titels op, soms hoorbaar opgelucht dat het verplichte werk erop zat.

Gevarieerd repertoire

Een selectie van dat overgeschoten materiaal uit juli-augustus 1959 vulde destijds de lp The Jazz Soul Of Oscar Peterson en hier horen we het trio op zijn best. Het repertoire is gevarieerd en uitdagend. Drie standaardsongs (Liza, Close Your Eyes en My Heart Stood Still), twee Dizzy Gillespie-composities (Woody’n You en Con Alma) en The Maidens Of Cadiz, een thema van de 19de-eeuwse Franse componist Léo Delibes, dat behalve door Miles Davis met Gil Evans zelden door jazzmusici was vertolkt. Inspiratie en plezier zijn ruimschoots aanwezig in deze zes tracks van vier tot bijna acht minuten. 

The Classic Oscar Peterson Trio Studio Sessions With Ray Brown And Ed Thigpen (8 cd-box) (Mosaic Records) 

Meer Oscar Peterson: Profiel: Oscar Peterson

Deel bericht

Laatste nieuws