Menu Sluiten

Miles Davis, Gil Evans en de oorsprong van moderne jazzklassiekers

Van kelderjam tot orkestrale meesterwerken en de opkomst van Coltrane

De samenwerking tussen Miles Davis en Gil Evans behoort tot de meest invloedrijke in de jazzgeschiedenis. Wat begon in een overvol souterrain in New York groeide uit tot een reeks baanbrekende albums die de koers van de moderne jazz blijvend veranderden.

De kelder van Gil Evans: broedplaats van ideeën

Baritonsaxofonist Gerry Mulligan was een van de vaste bezoekers van de huurkelder. Hij ging er uiteindelijk zelf ook een poosje wonen, net als zanger Dave Lambert (met vrouw en kind), drummer Specs Goldberg en Charlie Parker. Het kwam vaak voor dat er wel acht of negen bezoekers de nacht door brachten. Volgens Lambert moesten de aanwezigen dan kruiselings gaan liggen, anders was er niet genoeg ruimte.

Anderen die de woonkelder van Gil Evans frequenteerden, waren jongeren als Dizzy Gillespie, Lee Konitz, Louis Russell, Barry Gailbraith en Miles Davis. De locatie was bovendien ideaal: het pand stond aan 55nd Street, niet ver van 52nd Street, waar het jazzleven volop bloeide. 

Je zou kunnen zeggen dat de gehuurde ruimte van Gil Evans functioneerde als een soort jazzsalon: een plek waar muzikanten eindeloos discussieerden over de muziek die ze wilden maken. Evans – ouder en ervaren als arrangeur, onder meer bij Claude Thornhill – was het rustpunt en de richtingaanwijzer. Volgens George Russell leek de sfeer op ‘an esoteric school and Gil was the school master’. Het leidde ook tot resultaten: de oprichting van het Miles Davis Nonet en plaatopnamen die later bekend zouden worden als Birth Of The Cool. Het adagium: ‘fast and light and no vibrato’.

Van nonet naar orkest: ‘Miles Ahead’

Het was de eerste intensieve samenwerking tussen Evans en Davis. Dat patroon herhaalde zich in 1957 met Miles Ahead, Davis’ tweede album voor Columbia Records. Waar Round About Midnight nog was opgenomen met zijn working band, koost hij hier voor een groot orkest. Een forse uitbreiding van het eerdere nonet. 

Evans had zich inmiddels verdiept in uiteenlopende muzikale werelden, wat resulteerde in een suite-achtig album met rijke structuren. Stukken als My Ship, Blues For Pablo en Lament kregen innovatieve arrangementen die Davis (dit keer op bugel) tot grote intensiteit dreven.

‘Porgy & Bess’: de trompet als stem

Miles Ahead werd juichend ontvangen en leidde in 1958 tot een vervolg met Porgy & Bess. Het idee kwam van Davis zelf, die de opera meerdere keren had gezien met zijn vrouw Frances in een van de rollen. Hij wilde de rol van ‘zanger’ vertolken op trompet en flugelhorn. De orkestbezetting was vergelijkbaar, maar Davis kreeg een centralere, meer uitgesproken rol. Nummers als Summertime en It Ain’t Necessarily So fungeerden als solovehikels voor Davis, met het orkest als koor. Het werd een hypnotiserend en majestueus album. Niet vlekkeloos gespeeld door fysieke problemen, maar des te expressiever. 

Het album had al de contouren van Davis’ latere wending naar modale muziek. Zoals hij zelf zei: ‘Toen Gil het arrangement van I Loves Porgy maakte, schreef hij slechts een toonladder voor mij. Geen akkoorden.’

‘Sketches of Spain’: ambitie en precisie

Eind 1959 kreeg de samenwerking tussen Davis en Evans een nieuw hoogtepunt met Sketches Of Spain, geïnspireerd door het Concierto De Aranjues van Joaquín Rodrigo. Evans bewerkte het middelste deel ingrijpend en componeerde aanvullend eigen materiaal, zoals The Pan Piper, Saeta en Solea.

De opnamen waren moeizaam, omdat Davis eerst griep had en geen noot kon uitbrengen. Al met al waren vijftien studiosessies van elk drie uur nodig. Daarna werkte producer Teo Macero nog een half jaar aan de montage. De plaat verscheen in 1960 en werd opnieuw als een meesterwerk ontvangen.

Latere samenwerking en onderwaardering

Hoewel de samenwerking voortduurde, bleef het bij minder samenhangende projecten. Quiet Nights (1962) was een allegaartje en tegen de wil van Davis door producer Macero samengesteld. Evans bleef echter achter de schermen actief, vaak zonder erkenning, bijvoorbeeld bij Filles de Kilimanjaro (1968) en mogelijk zelfs ook bij Kind Of Blue.

De rol van John Coltrane

The Complete Miles Davis Featuring John Coltrane (uit: oktober 1955)

Veel opnamen uit deze periode tonen ook de samenwerking met John Coltrane. Hij had een solide vooropleiding bij allerlei rhythm ‘n’ blues bands, maar wilde meer. Toen hij in 1955 bij Davis kwam, stond hij in kleine kring bekend als een veelbelovende maar zoekende saxofonist. Zijn spel uit die jaren laat dat duidelijk horen. Dan weer klinkt hij vol autoriteit, op andere momenten is zijn aanpak verkennend alsof hij wacht op een ingeving.

Op het album Round About Midnight is die groei goed te volgen. Aanvankelijk speelde Coltrane een functionele ondersteunende rol, maar geleidelijk eiste hij meer ruimte op. Tussen 1958 en 1961 groeide hij uit tot een dominante stem binnen de groep.

‘Milestones’ en ‘Kind Of Blue’

De feitelijke doorbraak kwam in 1958 met Milestones, een album dat nog altijd indruk maakt door het samenspel tussen Davis, Cannonball Adderley en Coltrane. Het betoverende contrast tussen de drie blazers: de lyrische en onvoorspelbaar fraserende trompet, de felle, bluesy altsax van Adderley en de tenorsaxofoon van Coltrane die hard op weg was de hardbop achter zich te laten.

Toch werd de plaat overschaduwd door Kind Of Blue (1959), dat uitgroeide tot misschien wel het beroemdste jazzalbum ooit. Daarop past alles, en staat als een huis. Quincy Jones wist wel waarom: ‘They had almost a hypnotic trance to them. You know what it is? It’s a junkie tempo.’

In april 1960 verliet Coltrane de band. Hij voelde zich beperkt en wilde zijn eigen weg volgen. Hij ging zeker niet met ruzie weg, want Davis begreep het. ‘People just outgrow each other, like I did with Bird’ schreef hij later in zijn autobiografie.

Er volgden nog sporadische reünies, zoals voor zijn gastoptreden op de plaat Someday My Prince Will Come. Maar een tijdperk was afgesloten De wegen van Davis en Coltrane gingen uiteen, en daarmee begon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van jazz.  

Dit is een bewerking voor online van het artikel Miles In Mono dat in Jazzism 7-2013 verscheen

Tekst: Coen de Jonge | Openingsbeeld: Charlie Parker en Miles Davis Parker in The Deuces, 1947 – Fotocredit: William P. Gottlieb Collection (Library of Congress)/Wikimedia-Commons

Lees ook:

1957 Miles Davis: Acenseur Pour L’Echafaud

Deel bericht

Laatste nieuws