Menu Sluiten

Filmrecensie: Music For Black Pigeons

Wat betekent het om muzikant te zijn? De sterren van Music For Black Pigeons kunnen die vraag niet met woorden beantwoorden. In plaats daarvan antwoorden ze door muziek te maken – in de studio, met de camera in de aanslag.  

Tekst: Freek Dijkstra

En wat betekent het om muziek te maken? Dat is ‘De Grote Vraag’ die de filmmakers Jorgen Leth en Andreas Koefoed stellen in hun film Music For Black Pigeons. Die is deze week te zien op het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA). Een bijna absurd complexe vraag, die de filmmakers proberen te beantwoorden door een van de belangrijkste jazzmusici van dit moment op de voet te volgen. Maar liefst veertien jaar werd het werk van de Deense gitarist Jakob Bro door de filmmakers vastgelegd.

Intieme beelden

De film biedt onwaarschijnlijk intieme en leuke beelden van Bro en zijn partners in crime, waarvan sommigen tijdens het maken van de film zijn overleden, zoals Paul Motian en Lee Konitz. Hoewel Bro het middelpunt is van het muzikale universum van Music For Black Pigeons, wordt ‘De Grote Vraag’ vooral voorgelegd aan zijn imposante lijst aan mede-musici.

‘De Grote Vraag’

Je hoort Leth, bekend van de jaren-zestig-cultfilm Det Perfekte Menneske (De perfecte mens, 1967), regelmatig in de knoop raken als hij de vraag probeert te verduidelijken aan jazzgiganten. Gitarist Bill Frisell en saxofonist Mark Turner kijken dan met een moeilijke blik de camera in. Grote jazzmusici blijken het ineens erg moeilijk te hebben met het beantwoorden van een hele basale vraag over hun roeping. Het hoogtepunt van deze woordenstrijd wordt gevormd door het interview met bassist Thomas Morgan. Waar Frisell en Turner nog een poging wagen de vraag te beantwoorden, kijkt Morgan stilzwijgend naar de camera met een uitdrukking die zegt ‘wat vraag je me nou?’. Er volgen bijna drie volledige minuten stilte waarin Morgan ‘De Vraag’ overdenkt, waarna Leth voorstelt om maar naar de volgende vraag te gaan.

Lee Konitz in de soepwinkel

Dan lijkt de film ook voor een andere, succesvollere aanpak te kiezen. Gedurende de film verdwijnt ‘De Grote Vraag’ naar de achtergrond. We zien vooral hoe de muzikanten met elkaar omgaan, en samen dagelijks de uitdaging van de muziek aangaan. De nieuwe focus van de film draait om wat de kleine, nietsvermoedende momenten van de musici kunnen vertellen over ‘De Grote Vraag’. Het zijn beelden waarvoor iedere jazzliefhebber de voeten van de filmmakers zou moeten kussen.

Zo zien we Lee Konitz een soepwinkel in New York binnenwandelen. Daar communiceert hij aanvankelijk alleen maar met het winkelpersoneel door tegen ze te fluiten. We zien de ochtendroutine van Thomas Morgan, die al gymnastiekend en scherend de show steelt. Filmmateriaal waarmee je op zichzelf al een boeiende film van anderhalf uur kunt maken.

L-R: Joey Barron, Thomas Morgan, Jakob Bro

Manfred Eicher

Andere zeldzame parels in de film zijn de beelden uit de studios. Zo zien we zeldzame beelden van de cameraschuwe ECM-baas Manfred Eicher aan het werk achter het mengpaneel. Leth en Koefoed kiezen ervoor om een close up van Eicher te maken als hij luistert naar de muziek, en je ziet hoe hij geraakt wordt. De filmmakers krijgen het voor elkaar ervoor te zorgen dat je bijna hoort wat Eicher hoort.

Ook hebben de filmmakers Bro’s gezichtsuitdrukking weten vast te leggen als hij voor het eerst zijn grote held Lee Konitz ontmoet. En ze hebben zowel het moment dat Bro zijn compositie To Stanko schrijft, als het moment dat hij het opneemt met Jorge Rossy en Arve Henriksen op camera weten te vangen. Stel je voor dat er dit soort beelden zouden bestaan van de momenten dat John Coltrane Naima schrijft en opneemt…

Levensgeluk

De film weet alles op poëtische wijze in beeld te brengen. Waar de musici bij de interviews nog een gigantisch leek vlak achter zich hebben, waarvan de grootte benadrukt hoe ze worstelen met het beantwoorden van De Grote Vraag, zien we vaak in close up hoe zij zich tot hun instrumenten verhouden. Hoe Mark Turner zijn saxofoon schoonmaakt, bijvoorbeeld. Of hoe Paul Motian zijn linkercymbaal toucheert – en welke tikken hij juist niét uitdeelt. De film neemt de vraag mee langs besneeuwde landschappen in Groenland en Denemarken, en langs de skyscrapers van New York en Tokio.

Eigenlijk komt de film pas tot een antwoord op de vraag wat muziek maken inhoudt, als ze het loodzware gewicht van ‘De Grote Vraag’ helemaal hebben verlaten. Op een gegeven moment zien we beelden van Bro thuis, waar hij muziek maakt voor zijn kind van nog geen jaar oud. De plezier van het kind verschilt eigenlijk niet zo veel met de plezier die de 87-jarige Lee Konitz heeft als hij met zijn mede-musici aan het dollen is, of als hij een zijn eentje loopt te dansen en te zingen in de kleedkamer vlak voor een optreden.

De film Music For Black Pigeons is nog driemaal te zien op het IDFA. Voor fans van Bro biedt de film uiteraard heel veel interessants. Zoals nog niet uitgegeven concertopnamen met Mark Turner en Andrew Cyrille. Maar door het open karakter van de film en de basale vraag die de documentaire stelt, is het ook voor mensen die Bro minder goed kennen een hele warme introductie in zijn werk. Iedere jazzliefhebber die niet de moeite neemt om de film te zien, berooft zichzelf van een stukje levensgeluk.

Speeldata:

Music for Black Pigeons Bioscoop Tuschinski Amsterdam – 17 november 21:15 – 23:07

Music for Black Pigeons Bioscoop Tuschinski Amsterdam – 18 november 14:30 – 16:05

Music for Black Pigeons Bioscoop Pathé de Munt Amsterdam – 20 november 10:00 – 11:35

Een link naar de trailer vind je hier

Deel bericht

Laatste nieuws