De paradox van keuze is op dag 2 van North Sea Jazz optimaal. De lijst van vooraf geselecteerde artiesten is simpelweg te lang. Een verslag van een afwisselende dag met diverse hoogtepunten.
Tekst: Angelique van Os, Peter Schong | Foto’s: Marcel Boshuizen, Arno Lucas
Tijdens de jubileumeditie zijn er allerlei extra’s, zoals een gratis fotosessie waar je je kunt laten portretteren als headliner op het bekende North Sea-affiche en een interactieve expo op het Central Square van sponsor Nationale Nederlanden. Bovenin Ahoy worden drie fotografen van het eerste uur in het zonnetje gezet door directeur Irene Peters: Rico D’Rozario, Paul Bergen en Andreas Terlaak. Het geeft een mooi historisch overzicht van het festival, waarbij Terlaak ook een prachtige print presenteert van de huidige Artist in Residence, Cécile McLorin Salvant.
Incognito
Cheikh Lô
Als je vergeten was dat Afrika de moeder van het ritme is, dan helpt Cheikh Lô je er wel aan herinneren. Zijn strak gedrilde band met drie percussionisten, een drummer, twee gitaristen, een bassist, een toetsenist en een fluitist, is dressed to kill. Deze muziek is als een stoommiachine vol raders en tandwielen die allemaal in elkaar grijpen. De temperatuur in de slechts half gevulde Congo stijgt tot grote hoogte en dat ligt niet alleeen aan het weer. (PS)
New Jazz Underground
Buiten op het Congo Square heeft de New Jazz Underground moeite om boven Cheikh Lô en het geroezemoes op het terras uit te komen. De zon is dodelijk en elk plekje in de schaduw is bezet. Het trio bestaande uit Juilliard-studenten Abdias Armenteros (sax), Sebastian Rios (contrabassist) en TJ Reddick (drums) timmert aan de weg in New York, maar hun recente album Hoodies is wat gladjes. Live op het piepkleine podiumpje komen ze beter uit de verf. De vrijblijvendheid is nergens meer te bekennen. Armenteros trapt meteen af met een stomende saxsolo, Rios domineert als een virtuoze solist die zich nadrukkelijk op de voorgrond, of letterlijk in het middelpunt plaatst met een sound die zo dik is dat je er pannenkoeken van kunt bakken. Het trio laveert tussen oude en nieuwe stijlen, maar verkent geen nieuw terrein. Dat deert niet, de bedachte conservatoriumideetjes worden gemist als kiespijn. Met hun vurige optreden krijgt New Jazz Underground de handen op elkaar van de mensen die het de moeite waard vonden om de zinderende zon ervoor te trotseren. Dit is gewoon ouderwets hard swingende jazz zonder fratsen. Verrassend goed. (PS)
Ed Verhoef 4tet
Aan het begin van de middag is het nog te doen in de broeierige Yenisei-zaal, waar de Nederlandse gitarist Ed Verhoeff het programma opent met zijn avontuurlijke kwartet (Yoràn Vroom (d), Mark Haanstra (b) en Marcus Olgers (p)). Het viertal speelt repertoire van Verhoeffs recente album, Dear Fathers; een persoonlijk verhaal over het vaderschap. Rijke melodieën, pulserende ritmen en toegankelijke improvisaties vormen aansprekende composities, waarbij het viertal elkaar sterk aanvult. Vroom en Haanstra vormen de strakke motor waar Verhoeff en Olgers zich met fraaie motieven en melodieën omheen bewegen. Ook zoeken ze de ruimte op, zoals in een fraaie interlude van Olgers die beeldende lijnen speelt. Verhoeffs sound doet sterk aan Pat Metheny denken: uitgesponnen, verfijnd en de ruimte benuttend. (AvO)
Nils Petter Molvær
Een concert waar we naar uitkeken is dat van een van de vernieuwers van de moderne Europese jazz: Nils Petter Molvær. Speciaal voor het jubileum voert hij zijn debuutalbum Khmer (1998) nog eens live uit. Evenals op de plaat, horen we ook gitarist Eivind Aarset, maar verder zien we andere Noorse groten zoals onder andere Jan Bang (live sampling), Rune Arnesen (d) en Audun Erlien (b). De mix van mystieke soundscapes, lyrische trompetlijnen, spacey gitaarlicks en opzwepende drums vormen een dynamisch geheel, waarbij de typische open Noorse sound behouden blijft. En dat is opvallend, want Mølvaer speelt met twee drummers: Per Lindvall en Rune Arnesen. Ze vormen één stem en spelen héél gecontroleerd, zowel sferisch als strak stuwend. Het siert de trompettist ook dat hij de hele zaal in vervoering brengt met fragiel intiem spel in de ballads On Stream en Phum, omlijst door warme akkoorden van Eivind. De meer uptempo stukken klinken vrij en repetitief, zonder te verzanden in langdradigheid. De architectonische textuur staat als een stevige fundering. En reken maar dat de Noren ook gas geven en wanneer dat gebeurt, dan is overduidelijk hoe intens deze muziek en formatie is. Want de herkenbare signatuur van Molvær en zijn special effects klinken nog net zo fris als bijna 30 jaar geleden. Het klinkt zelfs beter, want met zoveel meer ervaring en betere techniek is dit een hele bijzondere, bijna psychedelische trip. (AvO)
Amaro Freitas Trio
Voor de Madeira staat een lange rij om Paul Acket Award-winnaar Amaro Freitas te kunnen zien. De Braziliaanse pianist maakte twee jaar geleden al indruk met een geheel eigen signatuur. Enerzijds integreert hij zijn fijngevoelige lyrische spel met loops van oerwoudgeluiden uit de Amazone (waar hij de inheemse bevolking van Sateré-Mawé bezocht). Anderzijds ademt zijn virtuoze ritmische spel een sterke drive, waar hij ondanks de soms duizelingwekkende hoge tempi en wisselingen veel emotie in weet te leggen. Daarnaast is het samenspel met bassist Sidiel Vieira en drummer Rodrigo Braz een streling voor de oren. Weergaloos. (AvO)
Marcus Miller Presents We Want Miles
‘Tutu was zo nieuw, sommige mensen vonden het geweldig, anderen haatten het. Dat was precies de bedoeling: een Miles Davis-plaat moet niet te makkelijk zijn’, zegt Marcus Miller ’s middags tijdens een paneldiscussie over de legendarische trompettist Miles Davis, die 26 mei jl. 100 jaar zou zijn geworden. Van Davis’ album uit 1986, in feite Millers geesteskind, wordt tijdens diens eerbetoon in de Nile overigens niets gespeeld. De bassist heeft de originele bandleden – gitarist Mike Stern, saxofonist Bill Evans en percussionist Mino Cinélu – opgetrommeld om stukken van Davis’ comeback album We Want Miles uit 1981 te spelen. De toen nog groene muzikanten waren destijds zenuwachtig dat er vlak voor de liveshows onduidelijk was welke muziek ze moesten spelen. Dat was precies Miles’ modus operandi: niet te veel voorbereiden, maximale spontaniteit. 45 Jaar later op North Sea Jazz heeft de band daarentegen strak gerepeteerd, en dat maakt het eerbetoon aanvankelijk wat obligaat. Miller adviseerde in 1981 Stern om niet terughoudend te spelen. Die goede raad nam de gitarist ter harte, want het zijn vooral zijn daverende solo’s en kleuringen (te weten op Fat Time, overigens Miles’ bijnaam voor Stern), en de superieure hamer-en-pluk baspartijen van Miller, die de muziek vleugels geven. Trompettist Russell Gunn heeft grote schoenen te vullen. Hij doet dat met verve, maar het is natuurlijk een onmogelijke opgave; Miles Davis wordt vaak geïmiteerd, toch haal je de echte er altijd uit. En dat is het punt van het eerbetoon: Miles was one of a kind (of blue). Ondanks de tropische temperaturen is de groep pas in de tweede helft warmgelopen, met een schitterende medley van In A Silent Way en Bitches Brew, waarop Miller de basklarinet bespeelt. Met het prachtige Jean-Pierre laat Miller de gigantische Nile de delicate melodie zingen, een magisch slotakkoord. (PS)
Thundercat
Thundercats show in de Maas begint met een spervuur-drumsolo van Justin Brown, getooid met een soort discobol-helm. Thundercat hanteert een gouden glitterbas. De wat nerdy ogende toetsenist Dannis Ham moet niks hebben van de buitenissige verkleedpartij en valt uit de toon met zijn eenvoudige Bretonse visserstrui. Het zijn meteen ook de enige frivoliteiten die Thundercat zichzelf toestaat. Dit optreden vergt uiterste concentratie, want het is een krachtmeting. Met een halsbrekende snelheid bewegen Thundercats twintig vingers zich over de hals van zijn basgitaar. Zonder dat de snarenfietserij afleidt van de muziek. Waar zijn laatste album Distracted wat formulaïscher werd, valt Thundercat terug op het experiment uit zijn vroegere fase. Live staat of valt Thundercat met een goede geluidskwaliteit. Maar op North Sea Jazz is die messcherp. Zijn ronkende bas klinkt zo massief, dat je die bijna uit de lucht kunt figuurzagen. (PS)
Flea and the Honora Band
Wie de Maas binnenloopt zou bij het zien van het silhouet bijna denken dat Miles Davis op het podium staat. Maar het is Flea, gestoken in een colbertje, de bassist van de Red Hot Chili Peppers die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden als jazztrompettist en een fraaie verstilde solo speelt. Dan begint hij heen en weer over het podium te springen en dansen. Zo kennen we Flea weer. Hij heeft de band meegenomen die ook speelde op zijn veelgeprezen recente soloalbum Honora: gitarist Jeff Parker, drummer Deantoni Parks, saxofonist Josh Johnson en contrabassist Anna Butterss. Sinds de opnamen heeft Flea zijn trompettechniek verder verfijnd. Hij is zelfverzekerder en speelt prachtige invoelende en breekbare solo’s, zoals op de standard Wichita Lineman. Je kunt dan een speld horen vallen in de Maas. De verstilde stukken worden afgewisseld met dreinende, kinetische jams. Het optreden van Flea and the Honora Band is een van de meest atmosferische op North Sea Jazz 2026. Het is een snelkookpan van voortdurend mysterie, avontuur en spanning. Het lijkt echter niet aan iedereen besteed; waar je bij aanvang bijna de Maas niet meer binnenkwam vanwege de drukte, stroomt de zaal langzaam leeg. Misschien hoopte het publiek toch op de Peppers-hits Under The Bridge of Californication? (PS)
Pat Metheny en Tyn Wybenga
Topgitarist Pat Metheny blaast zijn klassieke album Bright Size Life 50 jaar na dato nieuw leven in met de speciale bezetting van Tyn Wybenga’s Brainteaser Orchestra. Het orkest onder leiding van Wybenga is geen onbekende naam, bestaande uit de nieuwe lichting van gevestigde musici uit de Nederlandse jazz, zoals Teis Semey (g), Kika Sprangers (s), Jamie Peet (d) en Alessandro Fongaro (b) en de bijna volledige bezetting van het avontuurlijke North Sea String Quartet, die zondag spelen. Wybenga kreeg van de grootmeester zelf carte blanche om het album live opnieuw uit te vinden. De enig voorwaarde was: Go Crazy! Wybenga heeft zichzelf overtroffen. De rijke arrangementen zijn juweeltjes, waarbij voldoende ruimte blijft voor individuele features en het collectief een sterk geheel vormt. De strijkers klinken als een warme fluwelen deken. En de blazers hebben pittige uptempo passages om te spelen, die ze naadloos uitvoeren. Soms ontstemt het wat, maar dat mag de pret niet drukken. En Metheny zelf? Die glundert van oor tot oor en vlamt, zoals we van hem gewend zijn, op de juiste momenten. (AvO)
Selah Sue and The Gallands
Laatste programmaonderdeel in de Congo-tent is de krachtige souljazz van power lady Selah Sue. Ze ziet er prachtig uit in een zwart broekpak met lange franjes en geeft vol energie ze een stevige performance. Dit keer werkt ze met het vader-zoon duo The Gallands. De dynamische drummer Stéphane werkte met grootheden als Toots Thielemans, Mark Turner en Joe Lovano en is oprichter van Aka Moon. Zoon Elvin verzorgt de toetspartijen. Aangevuld met bassiste Louise van den Heuvel en achtergrondzangeressen Stephanie Rugurika en Judith Okon staat er fijne basis voor de aanstekelijke songs van Sue. Het is mooi om te zien hoe de zangeres de interactie opzoekt met haar bandleden. Ze daagt ze uit en vormt in prachtig rood licht een bijna James Bond-achtig intermezzo op met de backing vocalisten die met haar op de voorgrond treden. Sue is lekker beweeglijk, rauw en zacht tegelijk. Mooi is ook de eigentijdse vertolking van The Beatles-klassieker Blackbird, waarmee Selah Sue een drie-eenheid vormt met Rugurika en Okon en aandacht vraagt voor racisme, in het bijzonder tegen vrouwen van kleur. Even later verrast ze door zelfs te rappen en sluit ze krachtig en hees af, omdat ze alles heeft gegeven.
Christian McBride | Kenny Barron | Julian Lage
x
Talking Jazz met Benjamin Herman
Meer concertfoto's
NSJ verslag van vrijdag 10 juli 2026
NSJ verslag van zondag 12 juli 2026 (in progress)


