Het Metropole Orkest viert zijn tachtigste verjaardag met een jubileumalbum Arakatak en concerten met topartiesten. Een terugblik en vooral een kijk op de toekomst.
Tekst: Angelique van Os | Foto’s: Reinout Bos – archief Metropole Orkest
Het Metropole Orkest werd in 1945 opgericht door Dolf van der Linden toen het Nederlandse volk behoeft had aan hoop en vertier. Sindsdien heeft het orkest zich ontwikkeld tot een internationaal gerespecteerd ensemble dat jazz, pop, filmmuziek en elektronische muziek naadloos samensmeedt. Met een Grammy voor Sylva (samen met Snarky Puppy), samenwerkingen met Jacob Collier, Gregory Porter en Louis Cole, en nu het ambitieuze jubileumalbum Arakatak, is het orkest allesbehalve een museum. Hoe houd je na tachtig jaar de nieuwsgierigheid levend? Artistiek leider Robert Soomer en hoornist Pieter Hunfeld (en voorheen hoofd marketing) blikken terug, en vooral vooruit.
Jullie luidden de verjaardag in met het nieuwe album Arakatak en een bijbehorend concert in de Hallen. Wie bedacht het idee om ‘live sit-in experience concerten’ te organiseren, waarbij je als publiek met koptelefoons tussen het orkest zit?
Pieter Hunfeld: ‘Snarky Puppy introduceerde dat format bij het album Family Dinner-Vol.1, en daarna namen we samen in 2015 Sylva op in deze setting. Je wilt je trouwe publiek een beleving bieden die je zelden meemaakt. Tegelijkertijd is er de behoefte om meer inkomsten te genereren. Met deze creatieve combinatie van live-opnamen, videoregistratie en concert besparen we ook nog kosten.’
Met ’Arakatak’ benadrukt het Metropole Orkest zijn oorspronkelijke missie: lichte muziek naar een hoger niveau tillen en voortdurend nieuwe muzikale wegen verkennen. Wat was de artistieke gedachte daarachter?
Robert Soomer: ‘Het Metropole Orkest is zowel qua samenstelling als qua klank uniek. Sinds het begin heeft het creëren van eigen werk een belangrijke rol gespeeld. Chef-dirigenten Van der Linden, Rogier van Otterloo, Dick Bakker, Vince Mendoza en nu Jules Buckley, hebben met hun composities en arrangementen hun eigen klankkleur aan het orkest toegevoegd. Daardoor is de sound met de tijd is meegegaan. Met Arakatak wilden we een project doen met componisten die hedendaagse stukken presenteren die recht doen aan waar het orkest voor staat. Dirigent en componist Miho Hazama, die dit project leidde, put inspiratie uit werk van Mendoza. Zo wordt heden en verleden samengevoegd. En er is ruimte gecreëerd voor onze eigen secties en solisten om te schitteren.’
Hunfeld: ‘Als componisten van dit kaliber schrijven voor het orkest zonder gasten, merk je dat ze ruimte krijgen dan anders. Of het nu Mark Guiliana (drummer- red.) of Shai Maestro (pianist-red.) is, ieder stuk heeft zijn eigen karakter en belicht een ander aspect van het orkest. Van funky en uitbundig tot dromerig en introvert. Bij elkaar opgeteld krijg je het kameleonkarakter van het orkest, en dat komt prachtig naar voren op Arakatak.’
Naast de samenwerking met de buitenlandse componisten zijn er ook bijdragen van Tineke Postma en Morris Kliphuis. Hoe belangrijk is het om Nederlands talent te blijven integreren?
Hunfeld: ‘Ik denk dat nationaliteit irrelevant zou moeten zijn, alleen kwaliteit telt. En de kwaliteit van de Nederlandse jazzscene is heel hoog. In het verleden, vooral onder Dick Bakker, waren grote Nederlandse artiesten kind aan huis bij het orkest. Sommigen speelden zelfs in het orkest, zoals Piet Noordijk en Bart van Lier. Het vanzelfsprekend, want de Nederlands jazzscene voedt ons artistiek net zo goed als de internationale.’
Hoe is het orkest de afgelopen tachtig jaar erin geslaagd lichte muziek naar een hoger niveau te tillen?
Soomer: ‘Door altijd het beste resultaat willen, in elk detail, van de musici tot de arrangeurs. We nemen geen genoegen met hoe het nu is. Stappen zetten, relaties opbouwen en ons voor langere tijd verbinden aan artiesten, zoals we dat doen met Snarky Puppy, Cory Wong, Gregory Porter en Louis Cole. Daardoor kun je verdieping brengen in elkaars muzikale ontwikkeling.’
Hunfeld: ‘Wat ik fascinerend vind is dat het orkest vroeger van alles speelde: jazz, pop, Nederlandstalig en dansmuziek. Dat was toen heel belangrijk voor de omroepen. Het orkest heeft altijd meebewogen met de muzikale ontwikkeling. Op een bepaald moment kwamen er twee ritmesecties omdat pop belangrijker werd. Nu is elektronische muziek een vast onderdeel. We blijven nieuwsgierig en volgen de nieuwe stromingen. Een groot verschil met een klassiek orkest, dat meer een museale functie heeft. Die hebben we ook, voor de canon van jazz en lichte muziek, maar het orkest is daarin meegegroeid.’
Na de verzelfstandiging in 2012 is er veel veranderd. Hoe heeft dat de artistieke koers bepaald?
Hunfeld: ‘Enorm. Daarvoor was het orkest een facilitair bedrijf van de omroepen, we speelden wat er nodig was. En de omroepen hadden daar artistiek gezien ook aardig wat inspraak in. Nadat de subsidie gehalveerd was, hebben we onszelf met vier pijlers op de kaart gezet: pop, jazz en filmmuziek en als curator voor nieuwe ontwikkelingen. Daarmee genereren we commerciële inkomsten en creëren we kansen voor de jongere generatie. De autonomie van het orkest is enorm vergroot, en daarmee ook de rol van de chef-dirigent.
Het Metropole Orkest heeft met hun repertoire voor nationaal erfgoed hebben gezorgd, met stukken zoals Soldaat van Oranje, Turks Fruit en Dingadong. Hoe zien jullie dat?
Soomer: ‘We zorgen niet alleen voor nationaal erfgoed, maar ook internationaal. Zoals de Grammy met Snarky Puppy en de samenwerkingen met Jacob Collier.’
Hunfeld: ‘De Grammy voor Sylva kregen we voor Best Large Jazz Ensemble, een belangrijke categorie. Het heeft internationaal veel deuren voor ons geopend. Via Snarky Puppy kwamen we bij Becca Stevens. En Quincy Jones introduceerde ons aan Jacob Collier. Zo versterkt het elkaar.’
Wat zijn de ambities voor de komende vijf jaar?
Soomer: ‘Naast gastartiesten willen we ons meer richten op eigen repertoire met hedendaagse componisten, follow-ups van Arakatak. Er komt een tweede instrumentaal album en een vocale plaat. En het zou fantastisch zijn als we ooit met Stevie Wonder kunnen werken. Maar grote droom is om op Glastonbury te staan met het orkest. Wie weet.’
Kijk hier voor alle concerten van het Metropole Orkest.
Onder andere met Al Di Meola, Cory Wong, Gregory Porter, Snarky Puppy, Cécile McLorin Salvant en Hiromi
Lees ook:
Albumrecensie: ‘Arakatak’ – Metropole Orkest
Snarky Puppy en Metropole Orkest: ‘Somni’ met fusion verweven
Vince Mendoza & Metropole Orkest


