De Nederlandse trompettist Gidon Nunes Vaz ging in februari op tournee met zangeres Cécile McLorin Salvant als onderdeel van de Danish Radio Big Band. Hij hield een logboek bij en deelt zijn belevenissen met Jazzism. Dit is het tweede deel.
Tekst: Gidon Nunes Vaz | Foto’s: Nicolas Koch Futtrup
Ik schrik wakker uit een diepe slaap door de swingende ringtone van mijn telefoon. Normaal gesproken brengt het tutti uit Frank Sinatra’s Luck Be A Lady me steevast in een goeie stemming, maar nu had ik liever Schuberts Sonata For Arpeggione door Mstislav Rostropovitsj als beltoon gehoord.
Het is 6.30 uur in de ochtend, de tourmanager belt: ‘Kun je over een half uur beneden in de lobby zijn? We gaan toch met de bus naar New York. Na mislukte pogingen om onze vlucht te herboeken gaan we nu proberen onze oorspronkelijke vlucht vanaf JFK te halen.’
Rondhangen in de lobby als dagloners zonder werk
Ik sta klaar. 7.00 uur: geen bus… 9.00 uur: nog geen bus… Die vlucht gaat niet meer lukken. We hangen rond in de lobby als dagloners zonder werk.
11.00 uur: busje komt zo? 12.30 uur: de bus is er! We stappen in en ploffen neer op onze plaatsen voor de komende zeven uur. Een zestal collega’s blijft achter omdat ze hebben uitgedokterd dat er vanavond nog plek is op een vlucht vanuit Atlanta voor enkele dolende zielen met ontembare heimwee.
Nadat we gisteravond hoorden dat ons optreden in Dizzy’s Club in Jazz at Lincoln Center was geannuleerd en onze vlucht ’s ochtends van Norfolk naar New York ook, hadden we een dag te besteden in Norfolk na ons laatste concert met Cécile McLorin Salvant eergisteren; daarover straks meer.
Langlaufen in Central Park
In New York langlaufen ze in Central Park, laat een collega mij zien op z’n telefoon. We fantaseren over het bereiken van Times Square, onze instrumenten uit te pakken en het nummer We Came To Play (van Ray Pitts, uit het Danish Radio Big Band-archief) te spelen met wintermutsen op. We zijn tenslotte een Viking-bigband uit het Noorden; een sneeuwstorm zou ons niet mogen afschrikken. Daarna door naar de Groenlandse hoofdstad Nuuk om alle diplomatieke plooien glad te strijken.
Helaas wordt de jazz niet meer ingezet als geopolitiek wondermiddel. Denk aan jazzambassadeurs als Thad Jones/Mel Lewis, Duke Ellington en Dave Brubeck, die met hun tournees zelfs tot in de haarvaten van de Sovjet-Unie reikten om Amerika’s waardevolste culturele bijdrage op de kaart te zetten.
We hopen dat ons nog een avond en een ochtend in New York zijn gegund, hoewel we afgepeigerd zijn van de laatste dagen. Toch is een paar uur in de Big Apple alsof je je vingers in het stopcontact steekt, waarna alle moeheid als sneeuw voor de zon verdwijnt.
Eergisteren
Na een lange busreis zijn we aangekomen in Norfolk voor het laatste concert. We lopen met zeebenen door het theater. Een half uur om te soundchecken, waarna we ons omkleden en opgaan. We barsten los. Ik zie in de zaal een doorsnee van Amerika. In de Afro-Amerikaanse toehoorders zie ik een andere houding tegenover jazz dan in Europa. Trots en waardering voor de erfenis van hun gemeenschap.
Zoals eerder kan ik niet anders dan Céciles duo-stuk noemen; ditmaal Cole Porters All Through The Night. De prachtige dalende chromatische melodie, die steeds heel even schuurt met het akkoord maar dan oplost; Cole Porter op z’n best. De afwisseling tussen lichtheid en ernst, majeur, mineur – wat hem zo typeert. Cécile vertolkt het meesterlijk.
Met een glas voortreffelijke rode wijn mijn tour aftoppen
Het concert is voorbij en de hevige sneeuwval heeft inmiddels ook hier ingezet. We vertrekken met busjes naar het hotel om een half uur later naar een luxueus visrestaurant te gaan. Cécile in haar wollen gekleurde trui en bergschoenen; de podiumkleding is na het concert weer verwisseld voor ruim zittend comfort, zelfs in een chic restaurant. We zitten in groepjes van zes verspreid over verschillende nisjes op zachte donkerleren banken. Een glas voortreffelijke rode wijn topt mijn tour af, als geheelonthouder, nu mijn verantwoordelijkheid zijn eindbestemming heeft bereikt.
De ontspanning wordt als een processie in een Italiaans bergdorp verwelkomd met beierende klokken. Ik trek me niets aan van de Branzino vis op het bord van Peter Fuglsang, die mij aanstaart. De ceviche van boterzachte zeebaars smaakt mij even goed als de verse tonijnsteak, waarna ik aangeschoten naar het hotel terugslenter. Tjokvol warmte, uitputting en jazz.
Misschien is een concert geven in New York als Europees orkest ook wel een beetje als uilen naar Athene dragen. Als er één ding is dat ik heb geleerd tijdens deze tour dan is het: ‘Jazz is not about late in the night. It’s about early in the morning!’
Twee dagen later
We zitten in de bus onderweg naar New York. Een zinderend licht beschijnt de witte vlaktes om ons heen. In Norfolk was de sneeuw gisteren in de loop van de middag al gesmolten. Maar hoe verder noordwaarts des te meer de kou het land in haar greep houdt. De buit van mijn verblijf in Norfolk: vijf gave jazz lp’s voor een grijpstuiver en een paar onovertrefbare cadeautjes voor mijn vriendin en haar kinderen.
Nu de concerten met Cécile in mijn gedachten zijn gesedimenteerd en ik af en toe een beeld of klank opvis, is het wachten op de skyline van Manhattan. Een majestueuze koningin op wier komst wij ons smachtend verheugen. De broedplaats voor zij die streven.


