Esbjörn Svensson toonde aan dat de definitie van jazz er minder toe doet dan de muziek zelf.
Tekst: Koen Graat
Toen de Zweedse pianist Esbjörn Svensson in 2008 op 44-jarige leeftijd omkwam bij een duikongeluk, verloor de jazz een van haar meest vernieuwende stemmen. Zijn trio e.s.t. (Esbjörn Svensson Trio) hield op te bestaan, maar de invloed van de groep is bijna twintig jaar later nog altijd overal hoorbaar. Niet alleen veranderde e.s.t. het geluid van de Europese jazz, het trio doorbrak ook het idee dat muzikale vernieuwing uitsluitend uit de Verenigde Staten kon komen.
Een popband in jazz
‘Mijn eerste herinnering aan e.s.t. is een showcase in Londen, in de kelder van Pizza Express’, vertelt Michelle Kuypers, programmeur van North Sea Jazz, waar het trio in 2001 debuteerde. ‘Ze gebruikten bewegende lichten, rookmachines en presenteerden zich als een popband. Eerst vond ik het wat overdreven, maar gaandeweg viel vooral dat bijzondere geluid op. Ze maakten eigentijdse muziek voor een eigentijds publiek.’
Op dat moment bestond e.s.t. al bijna tien jaar. Sinds bassist Dan Berglund zich in 1993 had aangesloten bij Svensson en drummer Magnus Öström, werkte het trio gestaag aan een eigen muzikale identiteit. Rond de eeuwwisseling brak de groep definitief door, met een benadering die haaks stond op veel traditionele jazzopvattingen.
Voorbij de jazztraditie
Svensson zag geen enkele reden waarom een jazzmuzikant zich niet net zo goed door Scandinavische folk, klassieke muziek of Radiohead zou laten inspireren als door Bill Evans. In een interview met de Britse journalist Stuart Nicholson noemde hij een groot deel van de Amerikaanse jazz uit de jaren 90 zelfs “dodelijk saai”: ‘Ik snap niet waarom ze de muziek spelen op een manier die we al zo vaak hebben gehoord.’
Daarmee stond hij verrassend dicht bij Miles Davis, die zijn hele carrière weigerde zichzelf te herhalen. ‘Deden we het de eerste keer niet goed dan?’, was Davis’ standaardantwoord op de vraag waarom hij nooit teruggreep op succesvolle stijlperioden uit zijn verleden. Voor beiden gold hetzelfde uitgangspunt: muziek moet vooruit, niet achteromkijken.
Europese jazz versus Amerika
Die opvatting leverde kritiek op, vooral uit de Verenigde Staten. Omdat swing en blues niet langer vanzelfsprekend het uitgangspunt vormden, vonden veel Amerikaanse puristen dat e.s.t. nauwelijks nog jazz speelde. Branford Marsalis verwoordde dat onverbloemd in een interview met de Volkskrant. Volgens hem kon een jazzmuzikant niet zonder de Amerikaanse muzikale traditie van blues, gospel en dansmuziek. Over Svensson was hij vernietigend: ‘Ondertussen klinkt zijn muziek nergens naar.’
Svensson zelf voelde zich ongemakkelijk bij het etiket “de antithese van de Amerikaanse jazz”. Zijn grote voorbeelden waren immers Miles Davis, Charlie Parker, Keith Jarrett en Pat Metheny. Alleen de conservatieve visie van Wynton Marsalis wees hij resoluut af. In JazzTimes stelde hij zelfs de vraag of het begrip jazz nog wel voldoende betekenis had, zolang er voortdurend ruzie werd gemaakt over wat er wel en niet onder viel.
Een nieuw geluid
Terwijl critici discussieerden over definities, groeide de populariteit van e.s.t. razendsnel. Albums als From Gagarin’s Point Of View, Good Morning Susie Soho en Seven Days Of Falling bereikten een publiek dat veel verder reikte dan de traditionele jazzliefhebber.
Het geheim zat niet in één muzikale vondst, maar in de combinatie. Het trio liet de klassieke structuur van thema-solo-thema los, experimenteerde met elektronica, bouwde composities op vanuit extreme dynamiek en dacht als een band in plaats van als begeleiders van een solist. Wolfert Brederode ziet juist daarin de kracht van e.s.t.. ‘Het extreme gebruik van dynamiek is misschien wel hun belangrijkste muzikale kenmerk. Van fluisterzacht naar overweldigend bombastisch. Dat hoor je eerder in klassieke muziek of progressieve rock dan in jazz.’ Ook de Amerikaanse jazzauteur Ted Gioia beschouwt e.s.t. als een keerpunt. In The History Of Jazz noemt hij de internationale doorbraak van Svensson een duidelijk signaal dat Europa niet langer afhankelijk was van New York om toonaangevende jazz voort te brengen.
De erfenis
Hoe groot de invloed van e.s.t. precies is, valt onmogelijk te meten. Toch lijkt de Europese jazz sinds de opkomst van het trio blijvend veranderd. Muzikanten voelen zich minder gebonden aan Amerikaanse voorbeelden en ontwikkelen steeds vaker een geheel eigen muzikale taal. Dat is hoorbaar bij groepen en artiesten als GoGo Penguin, Mathias Eick en Nik Bärtsch. Hun muziek verschilt sterk van die van e.s.t., maar de ruimte die zij kregen om buiten de traditionele jazzkaders te denken, werd mede door Svensson en zijn medemusici gecreëerd.
Volgens Michelle Kuypers ligt daarin de werkelijke betekenis van e.s.t.. ‘Hun muziek combineerde rock, elektronica, minimal music, volksmuziek en klassieke invloeden tot een heel eigen geheel. Vooral jonge Europese musici hebben daar veel inspiratie uit gehaald. Niet alleen vanwege de muziek zelf, maar ook omdat e.s.t. liet zien dat je je niet hoeft te laten beperken door bestaande opvattingen over jazz.’
Misschien is dat wel de belangrijkste nalatenschap van Esbjörn Svensson. Niet dat hij de jazz opnieuw definieerde, maar dat hij aantoonde dat die definitie er uiteindelijk veel minder toe doet dan de muziek zelf.
Dit is een bewerking voor online van het artikel De indrukwekkende nalatenschap van e.s.t. dat in Jazzism 3-2018 verscheen


