Menu Sluiten

Long read: Interview met George Coleman, jazz survivor

Hij is 91 jaar oud en staat nog steeds op het podium, speelt mee bij studiosessies en geeft les. Saxofonist George Coleman stond zijn mannetje met vele giganten, toch bleef hij altijd onderbelicht en een ‘musician’s musician’. Coleman: ‘De erkenning komt nu eindelijk in mijn nadagen.’

Tekst: Peter Schong | Openingsfoto: Jimmy Katz 

Still alive and kicking is een uitdrukking die als geen ander van toepassing is op George Coleman. Maar het overlijden van Sonny Rollins (95) dit voorjaar, de laatste der Mohikanen uit de beboptijd, maakte het gevoel van urgentie om Coleman te interviewen nu het nog kan, prangend.

Hoewel de geraniums soms lonken, is een rustige plek erachter hem nog niet gegund. De 91-jarige saxofonist maakte zijn opwachting op Emmet Cohens recente album Universal Truth en kondigde deze zomer nog gewoon nieuwe liveshows aan. ‘Ik hang er nog steeds goed bij, jongen’, vertelt hij monter aan de telefoon, terwijl op de achtergrond bigbandjazz klinkt. ‘Elke dag voel ik me gezegend. Ik geef nog steeds les aan bassisten, pianisten, noem maar op. De studenten komen overal vandaan: Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje. Ik nam mij een paar jaar geleden voor om met pensioen te gaan, maar ik kan niet stoppen. Elke keer als ik zeg dat ik het voor gezien houd, belt iemand me voor een les.’

Imponerende vitaliteit

Een beer van een vent is hij niet meer, zijn vitaliteit op zo een hoge leeftijd is evengoed imponerend. ‘Vroeger trainde ik veel in de sportschool. Ik liep hard langs de East River. Natuurlijk feestte ik ook veel, het nachtleven, drank, af en toe een snuifje coke. Maar ik deed altijd iets om dat te compenseren. Ik rustte goed uit en zodra ik uit de clubs kwam, ging ik weer sporten. God heeft me gezegend’, vervolgt Coleman. ‘Ik ben 91 en functioneer nog goed. Mijn vingers werken. Mijn geest is scherp. Geen dementie, geen kanker. Ik heb een pacemaker en wat bloeddrukproblemen, maar mijn hart is goed en sterk. En als ik met geweldige jonge spelers werk geeft me dat energie.’

‘Maar het is soms ook verdrietig, omdat zoveel van mijn generatiegenoten er niet meer zijn’, voegt hij toe. ‘Billy Higgins, Cedar Walton, Sam Jones… Onlangs overleed Ray Drummond, met wie ik 20 jaar speelde. Elke dag hoor ik weer dat iemand ons ontvallen is.’ Later in het vraaggesprek wordt Coleman onderbroken als zijn medicijnen worden gebracht. ‘Mensen zeggen weleens dat ik de 100 nog wel haal. Ik vraag het me af, maar zolang ik er nog ben, zal ik doorgaan. Met geen mogelijkheid zal ik gaan rentenieren. Wat zou ik dan moeten gaan doen? Ik ben wel klaar met het reizen, steeds maar weer het vliegtuig pakken en slapen in kille hotels. Een enkele keer misschien nog, als ik goed word betaald.’

George Coleman in 1965 | Foto: Francis Wolff - courtesy of Mosaic Imagaes

Arrangementen voor Ray Charles

De All Music Guide omschrijft Coleman als ‘one of the great career sidemen of all time’. De lijst met grootheden op zijn cv is ontzagwekkend. Coleman (1935) leerde zichzelf als tiener saxofoon spelen, eerst alt en later tenor, en behoorde tot een generatie talentvolle jazzmuzikanten uit Memphis. De stad die vooral bekend staat om soul en blues: Harold Mabern, Booker Little, Frank Strozier, Hank Crawford en Charles Lloyd waren leeftijdsgenoten. De inkt van zijn schooldiploma was nog niet droog of de autodidact Coleman schreef al arrangementen voor Ray Charles, en trad toe tot de band van zijn legendarische stadsgenoot B.B. King. In de jazzscene van Chicago werkte Coleman met Gene Ammons en Johnny Griffin. Zijn bijdragen op albums van Lee Morgan en Jimmy Smith trokken de aandacht van Max Roach. Coleman trad toe tot zijn groep en verhuisde in 1957 naar New York.

Telepathische connectie met Miles

In The Big Apple begon de periode die Coleman zijn naamsvermelding in de jazzgeschiedenisboeken opleverde. Miles Davis’ band viel eind 1962 uit elkaar en de grote trompettist moest haastig een nieuwe groep formeren. Coleman en contrabassist Ron Carter werden aangenomen, even later gevolgd door pianist Herbie Hancock en drummer Tony Williams. Het was de eerste versie van wat Davis’ tweede grote kwintet zou worden. Coleman speelde mee op Seven Steps To Heaven (1963) en het livealbum My Funny Valentine (1965), met Colemans gedenkwaardige solo op de titelsong.

Voor Coleman is het nog altijd zijn favoriete emplooi in een lange en rijke loopbaan. ‘Miles was bijzonder. Toen ik met hem begon te spelen, bereikte ik een nieuwe dimensie. Ik had al met geweldige muzikanten gespeeld, maar hij was de absolute top. Hij hield van wat ik deed, omdat we op dezelfde golflengte zaten. Het was bijna telepathisch. Hij speelde een frase en ik zat er direct bovenop. Zoals op So Near, So Far; die tegenmelodie die ik speel, bedacht ik ter plekke. Ik had niets uitgeschreven of gerepeteerd. Miles, en mensen over de hele wereld zeiden: “Man, wat een geweldige melodie”.’

Leren risico nemen

Colemans tijd bij Davis was leerzaam. ‘Ik leerde meer risico te nemen. Voor die tijd speelde ik harmonisch altijd heel zorgvuldig en correct. Met Miles begon ik wat verder buiten de lijntjes te kleuren, ik werd avontuurlijker.’ Toch was dat precies waar de schoen wrong. Coleman had geen klik met de andere bandleden van het Miles Davis Quintet. De jonge honden, de nog maar 17-jarige dynamiet-drummer Tony Williams voorop, vonden Coleman van de oude stempel en zijn spel te behoudend.
‘Veel jongens wilden destijds avant-garde jazz spelen. ‘We’re going to stretch out, we want to play some different stuff’, denkt Coleman terug. ‘Op een avond speelde ik dat ook. Herbie zette een nummer in, ik geloof dat het Walkin’ was. Miles speelde een solo en vervolgens Herbie, en toen was ik aan de beurt. Ik speelde iets dat ze nog nooit hadden gehoord. Ze zaten me altijd op de huid, ze waren het zat dat ik altijd bebop speelde, ik moest anders gaan spelen. Dus ik besloot dat ik ze eens zou laten horen dat ik ook die gekke muziek kon spelen.’

Miles was in shock. Hij zat aan de bar champagne te drinken, kwam naar het podium en zei: ‘What the F speelde jij nou?! Ik heb je dat nooit eerder horen spelen’. Ik antwoordde: ‘Wel Miles, die jongens zitten me achter de broek aan omdat ik iets jong en innovatiefs moet spelen. Ik wilde laten horen dat ik dat best kan.’ Miles viel van zijn stoel, en Ron, Tony en Herbie ook. Ze turnden om en riepen: “Hey, yeah man!”’

'A hell of a musician'

It fucked up Tony’s head’, schreef Davis over de gebeurtenis in zijn autobiografie. ‘George kon wel free spelen, maar dat wilde hij gewoon niet’, verdedigde hij Coleman, opvallend voor de Grote Vernieuwer die zelf ook geen hoge dunk had van free jazz. Miles noemde Coleman ‘a hell of a musician’, maar zag ook in dat de traditionele saxofonist een buitenbeentje was, die door de andere bandleden als een sta-in-de-weg werd gezien.
Na een jaar trok Coleman aan zijn stutten. ‘Ik werd vervangen door Sam Rivers, een uitgesproken avant-gardist, maar hij hield het slechts twee weken vol. En toen kwam Wayne Shorter.’

‘Een andere reden waarom ik vertrok was dat Miles vaak te laat was met betalen’, gaat Coleman verder. ‘Miles had veel geld nodig voor zijn levensstijl, hij vloog vaak naar Californië, hij gebruikte drugs. Daardoor zat ik vaak op zwart zaad. Het waren veel dingen bij elkaar. Miles was teleurgesteld, hij wilde dat ik bleef. We zouden op tournee naar Japan gaan en hij wilde mij erbij hebben. Ik zei dat ik niet goed overweg kon met de rest van de band. Miles begreep het.’

Opvallend is dat Coleman in hetzelfde jaar wel meespeelde op Herbie Hancocks doorbraak Maiden Voyage (1965), een conceptalbum over de oceaan. Colemans sound paste perfect bij de ruimtelijke sfeer die de pianist voor ogen had. ‘Die plaat is een jazzklassieker geworden. De afstand tussen ons verdween, want Herbie was zeer tevreden over Maiden Voyage. Jaren later zei hij ook tegen me dat ik fantastisch speelde op die plaat.’

George Coleman in 1980 | Foto: Joost Leijen

Vooruitgang geen synoniem voor verbetering

Vooruitgang was voor Coleman geen synoniem voor verbetering. Bij freejazz en fusion in de jaren 60 en 70 vond hij geen aansluiting. Nieuw heeft geen betekenis als inhoud ontbreekt, vond hij. Nog steeds heeft hij er niks mee.
‘Als je jazz leert spelen, leer je de vingerzetting op je horn, hoe je een goede klank speelt, akkoordenprogressies enzovoort. Vroeger, toen de avant-garde in zwang was, kwamen mensen weg met het spelen van troep. Ze kwamen weg met een slechte toon, ze konden niet spelen, geen akkoordenprogressies. Het was gewoon herrie. En iedereen zei: wat een geweldige muzikant, zoiets heb ik nog nooit gehoord. Wat een onzin.’

De tijdgeest probeerde Coleman in te halen, maar die liet hij passief-compromisloos links liggen. Trends kwamen en gingen, Coleman overleefde ze allemaal. In de vaart der volkeren werd zijn vakmanschap niet onder de voet gelopen. In plaats van te worden vermalen in de tandwielen van veranderende tijden, zat Coleman nooit verlegen om werk. Nina Simone, Lionel Hampton, Chet Baker, Charles Mingus, Elvin Jones, Horace Silver en Ahmad Jamal lieten zich graag met hem op hun platen vereeuwigen. ‘Chet zei: voor George Coleman hoef je nooit een stuk voor de tenor te schrijven, hij schudt altijd wel iets meesterlijks uit zijn mouw. Als je een frase speelt, speelt hij er zo een andere frase bij.’

Pas na 20 jaar het debuut als leider

Pas na een carrière van ruim 20 jaar maakte Coleman zijn debuut als leider, op het Nederlandse label Timeless. ‘Een van de redenen waarom ik niet eerder een plaat maakte was omdat niemand mij vroeg. En je kreeg er slecht voor betaald. Ik weet dat sommigen voor 200 of 300 dollar een plaat maakten, daar had ik geen zin in.’

Memorabel zijn Amsterdam After Dark (1978) en de in 2024 uitgebrachte liveregistratie Eastern Rebellion 6 van het kwartet van pianist Cedar Walton en met contrabassist Sam Jones en Billy Higgins op drums. Die zomeravond op het Italiaanse Umbria Jazz festival van 1976 staat er een allesbehalve behoudend spelende Coleman op het podium, maar een geweldenaar die alle registers opentrekt. Met zijn Coltrane-achtige lange, lyrische, hypnotische solo’s en fenomenale circulaire ademhalingstechniek geselt hij het toegestroomde publiek op het schilderachtige Piazza del Popolo in Orvieto en verschroeit hij de haren in je gehoorgangen.
Op Amsterdam After Dark en de Eastern Rebellion-reeks hield Colemans spel het midden tussen traditie en modern. Hij had dan wel weinig met de avant-garde, dat wilde niet zeggen dat hij er niets uit pikte dat hij kon gebruiken.

Speciale band met Nederland

Met Nederland heeft Coleman al een halve eeuw een speciale band. ‘Ik hou van Nederland. Ik heb met briljante mensen uit Nederland gespeeld. Vroeger had je Rob Langereis, Rob Agerbeek en natuurlijk Cees Slinger. Uitstekende muzikanten. En Cees Schrama van de radio in Hilversum. Gideon Tazelaar is een van mijn favorieten. Ik heb net op zijn plaat gespeeld. Gideon is ongelofelijk. Hij is nog maar een jaar of 30, maar hij speelt alsof hij al 300 of 1000 jaar oud is, omdat hij alles kan spelen.’ Coleman blijkt zowaar een paar woorden Nederlands te spreken. ‘Dank je. En dit leerde ik van de meiden: ik hou van jou. De Indonesische rijsttafel, heerlijke gerechten.’

Leren door luisteren en spelen met anderen

Coleman is een autodidact. Misschien is dat de reden waarom muzikanten zich laven aan zijn kennis en kunde die je op school niet leert. Van hem leer je te luisteren, harmonie en ‘feel’. ‘Ik ben nooit naar het conservatorium gegaan. Ik heb alles geleerd door te luisteren en te spelen met anderen. Toen ik net van de middelbare school kwam wist ik al veel van muziek, meer dan mensen zouden denken die wel aan een conservatorium hadden gestudeerd. Ik heb zelf ook nooit aan een conservatorium gedoceerd. Ik heb geen graad, dus ik zou niet eens aangenomen worden. Mijn muziekopleiding genoot ik in mijn kleine huisje in Memphis, Tennessee en in de vele jaren dat ik muzikant was.’

Dat Coleman een stevige reputatie geniet onder collega-muzikanten blijkt wel uit het feit dat David Sanborn, toen al beroemd, bij hem aanklopte om de kneepjes van het vak te leren.
‘David gaf me daarvoor erkenning, hij vertelde in People Magazine dat hij les van mij kreeg. Hij zei: “Ik speelde vooral mijn r&b-dingen, en toen ging ik naar George Coleman. Toen ik terugkwam bij mijn band, zei iedereen: je speelt anders, je harmonieën zijn beter geworden.” David antwoordde: “Dat komt doordat ik studeer bij George.” Toen David bij mij kwam, bereikte hij een ander niveau. Hij raakte meer betrokken bij jazz en minder bij commerciële muziek.’

Altijd een 'Musician's Musician' gebleven

Coleman is altijd een ‘musician’s musician’ gebleven. Gewaardeerd en veelgevraagd door collega’s als een professional die alle technieken beheerste en overal inzetbaar was. Maar precies die kwaliteit stond hem waarschijnlijk ook in de weg. Misschien is Coleman te dienstbaar, te weinig visionair en te individueel om een icoon te worden. Dat hij pas laat in zijn carrière debuteerde als leider zal zijn faam ook niet hebben bevorderd.
‘Wat ik nalaat als ik er niet meer ben? Een heleboel. Mensen zeggen vaak dat ik nooit erkenning kreeg. De media negeerden mij, mijn naam staat nooit in de jaarlijsten van DownBeat, maar de mensen met wie ik speelde wisten wat ik kon. Het bewijs staat op al die platen. Ik bleef lang ondergewaardeerd, maar lag daar nooit wakker van. Nu komen al die gebeurtenissen van vroeger weer boven en zegt iedereen: “60 jaar geleden klonk je geweldig”. Dan luister ik het en ben verbaasd hoe goed ik speelde.’

‘Dus ik krijg eindelijk erkenning. In 2015 kreeg ik de NEA Jazz Masters Award (de meest prestigieuze jazzprijs in de VS, red.), samen met Charles Lloyd, die ik vroeger in Memphis al les gaf. Mijn goede vriend en supporter Jimmy Heath zei: die prijs had je al 30 jaar geleden moeten krijgen.
‘Waarom het zo lang heeft geduurd? Ik wilde dat ik het wist, maar ik maak me er niet druk om, omdat de erkenning nu eindelijk komt in mijn nadagen. Het wordt nu gedocumenteerd. Als ik deze wereld verlaat zullen mensen zeggen: je moet 60, 70 jaar teruggaan en naar George Coleman luisteren. Dus voordat ik ga, zullen de mensen weten wie Big G was.’

Deel bericht

Laatste nieuws