Roy was overal, zijn nalatenschap nu ook
Op 10 juli maakt het befaamde The RH Factor een comeback tijdens NSJ. Speciaal voor de 50ste editie van het festival is het iconische gezelschap van Roy Hargrove opnieuw samengebracht. Daarmee eert NSJ de bijzondere band die de in 2018 overleden trompettist met het festival had.
Wie Roy Hargrove ooit op North Sea Jazz meemaakte, zag hem zelden maar één keer. Hij speelde zijn eigen concert, dook onaangekondigd op bij collega’s, luisterde achter het podium naar andere bands en eindigde de nacht steevast in een jamsessie. Voor Hargrove bestond er geen verschil tussen het hoofdprogramma en een kleinere zaal. Muziek was een gesprek waaraan hij altijd deelnam.
Het maakt de terugkeer van Roy Hargrove’s The RH Factor op de 50ste editie van North Sea Jazz meer dan een nostalgische reünie. Een aantal belangrijke voormalige leden – Bobby Sparks (toetsen), Renee Neufville (zang/toetsen), Keith Anderson (sax), Reggie Washington (bas) en Willie Jones III (drums) – nam het initiatief vol enthousiasme ter hand.
De trompettist als naamgever is zelf niet te vervangen, maar deze groep muzikanten brengt zijn muziek terug. Want met The RH Factor liet Hargrove begin deze eeuw horen dat jazz, hiphop, neo-soul, r&b en funk niet tegenover elkaar stonden, maar elkaars natuurlijke bondgenoten waren. Hard Groove (2003) en Distractions (2006) bewijzen dat lang voordat genregrenzen begonnen te vervagen, Hargrove ze al negeerde.
Geen droomdebuut op NSJ
Zijn band met North Sea Jazz begon in 1987. Hargrove was zeventien, net ontdekt door Wynton Marsalis, toen festivaloprichter Paul Acket hem programmeerde naast altsaxofonist Frank Morgan en het trio van Rein de Graaff. Een droomdebuut werd het allerminst.
Morgan was bezig aan een moeizame comeback na jaren van verslaving. Hij intimideerde Hargrove voortdurend tijdens het optreden. Pianist De Graaff herinnerde zich later hoe de jonge trompettist na een eigen nummer letterlijk stond te trillen in de coulissen. Hij moest worden overgehaald om opnieuw het podium op te gaan.
Onmiskenbaar talentvol
Juist die anekdote is veelzeggend. De zelfverzekerde muzikant die later met onder meer Herbie Hancock, Michael Brecker en D’Angelo speelde, begon als een verlegen tiener die zich tussen de grootheden staande probeerde te houden. Zijn talent was onmiskenbaar, maar zijn reputatie moest nog worden opgebouwd. Dat deed hij rap. Twee Grammy Awards – 1998 en 2002 – later gold Hargrove als een van de meest dynamische en veelzijdige trompettist en bugelspeler van zijn generatie.
Toch ligt zijn grootste betekenis niet daar, als prijswinnaar. Hargrove begreep dat jazz alleen relevant blijft als het openstaat voor nieuwe invloeden. Terwijl de discussies doorgingen over wat wel en geen jazz was, werkte hij met de Soulquarians, speelde hij op r&b- en hiphopplaten en richtte hij in 2003 The RH Factor op. Albums als Hard Groove (2003) bewezen dat improvisatie en groove elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken. Veel van de huidige muziek vol stijlvermenging tussen jazz en urban muziek, is schatplichtig aan die gedachte.
Altijd en overal spelen
Op North Sea Jazz was die open houding steeds zichtbaar. Hargrove beperkte zich nooit tot zijn eigen optreden. Hij liep rond over het festivalterrein, moedigde collega’s aan, stapte onverwacht het podium op en verdween na afloop richting de jamsessies in het Bel Air Hotel, het Hilton of Bird. Saxofonist Hans Dulfer omschreef hem ooit als ‘de ultieme jamsession-man’. Dat was geen romantisch beeld, maar een beschrijving van zijn werkethiek. Hargrove wilde spelen, altijd en overal.
Zijn optreden tijdens Curaçao North Sea Jazz in 2010 liet die mentaliteit misschien nog wel beter zien. Terwijl publiekstrekkers als Lionel Richie en John Legend de grote buitenpodia vulden, stond Hargrove in een kleinere tent waar zijn subtiele spel voortdurend werd overstemd door de muziek van de naastgelegen podia. Tot overmaat van ramp liep een groot deel van het publiek halverwege weg. Veel artiesten zouden zich daardoor laten ontmoedigen. Hargrove niet. Hij speelde zijn set alsof de zaal nog steeds vol zat. Zonder zichtbare ergernis, zonder concessies. Voor hem bepaalde de kwaliteit van het publiek nooit de kwaliteit van de muziek.
Laatste optreden
Zijn laatste North Sea Jazz-optreden, in juli 2018, krijgt achteraf een bijna pijnlijke betekenis. Niemand wist dat hij ernstig ziek was. Liefhebbers merkten wel dat zijn spel minder vanzelfsprekend klonk dan voorheen, maar Hargrove stond er nog altijd met dezelfde intensiteit en karakteristieke zonnebril. Vier maanden later overleed hij aan de gevolgen van een nierziekte. Hij werd slechts 49 jaar.
In ruim dertig jaar stond hij liefst 23 keer op North Sea Jazz. Met zijn akoestische kwintet, met The RH Factor, met Crisol, met bigbands, strijkorkesten en als gastsolist bij talloze anderen. Dat zegt misschien meer over zijn nalatenschap dan welke prijs ook. Hargrove was nergens exclusief thuis omdat hij zich overal thuis voelde.
Reünie RH Factor
Dat is precies waarom de reünie van Roy Hargrove’s The RH Factor meer is dan een eerbetoon aan een geliefde trompettist. Ze herinnert aan een muzikant die liet zien dat traditie en vernieuwing geen tegenpolen zijn. Dat jazz niet hoeft te kiezen tussen swing en hiphop, tussen hardbop en soul, tussen verleden en toekomst. Roy Hargrove speelde niet alleen de muziek van zijn tijd. Hij liep er vaak al een paar jaar op vooruit.
Tekst: Redactie Jazzism met input van Jazzism artikelen uit 2012-2018 en 2021 | Foto’s: Joke Schot, Hans Tak en Gerard van Duykeren


