De Amerikaanse jazzzangeres debuteert op Blue Note met een album over alles wat ze liever niet van zichzelf wilde weten.
Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Roeg Cohen
In Californië lieten Cavassa’s Italiaans-Amerikaanse ouders haar al op jonge leeftijd kennismaken met verschillende soorten muziek. Zo ontwikkelde ze haar eigen manier van zingen en een heel persoonlijke benadering van songs. Na een bachelor in muziek verhuisde ze naar New Orleans om daar in lokale clubs te spelen. In 2021 won ze de prestigieuze Sarah Vaughan International Jazz Vocal Competition. Op onconventionele wijze kwam ze vervolgens in contact met Joshua Redman, wat resulteerde in haar bijdrage aan zijn album Where Are We (2023) en een uitgebreide internationale tournee.
Met haar eerste soloalbum bewijst Gabrielle Cavassa dat ze meer is dan de veelbelovende stem op Joshua Redmans album uit 2023. Op Diavola (Duivel in het Italiaans, red.) confronteert ze zichzelf en haar luisteraars met jaloezie, verlangen en het ongemak van vrouw-zijn. Een gesprek over maskers, muzikanten en het meisje dat zong met gesloten ogen.
Samenwerking met Joshua Redman
Er wordt gezegd dat je een van de grootste zangtalenten in jazz bent. Wat vind je daarvan?
‘Op dit moment gebeuren er veel mooie dingen in de muziekwereld en er zijn ontzettend veel geweldige zangers. Ik ben vooral dankbaar dat ik nu, bij de release van mijn album, een interview als dit mag geven. Het is geweldig om over mijn album te kunnen praten en dat mensen naar mijn muziek luisteren.’
Je was te horen als gastartiest op het album van Joshua Redman. Hoe kwam dat zo?
‘Dat verliep nogal ongebruikelijk. De manager van Josh was op een bruiloft waar ik zong. Ze filmde een nummer en stuurde dat naar hem door. Waarschijnlijk waren ze op dat moment al bezig met plannen voor een album met een zangeres. Ze sprak me niet ter plekke aan, maar had wel mijn nummer gekregen. De volgende ochtend zag ik dat ze me meerdere keren had gebeld en graag wilde afspreken. Ze vroeg om al mijn materiaal en twee weken later belde Josh me zelf. We hadden een gesprek, waarna hij vroeg of ik wilde meewerken aan het album. We kenden elkaar daarvoor helemaal niet. Uiteindelijk raakten we bevriend en werkte ik niet alleen prettig samen met Josh, maar met de hele band.’
Heeft die samenwerking jouw blik op je carrière veranderd?
‘Absoluut. Ik ben altijd ambitieus geweest en vastbesloten om een carrière op te bouwen, maar ik wist niet hoe dat eruit zou zien. Door met Josh te werken zag ik van dichtbij hoe het eraan toegaat aan de top van de jazzwereld. Ik had als sideman niet de volledige verantwoordelijkheid en kon daardoor observeren en leren. Dat heeft mijn kijk op wat mogelijk is enorm veranderd. Het is echt een voorrecht voor een zanger om dat te mogen meemaken. Het heeft mijn leven veranderd.
Diavola: het masker dat de waarheid vertelt
Hoe ontstond het idee voor Diavola?
‘Om dingen te verwerken waar ik me ongemakkelijk bij voelde – ijdelheid, jaloezie, woede, geweld – heb ik het personage Diavola bedacht. Ik wilde die gevoelens niet zelf hebben. Het is ongemakkelijk om boos te zijn, zeker als vrouw voel je de druk om perfect te zijn. Die emoties verdwijnen niet zomaar, ook niet als je volwassen wordt. Diavola is eigenlijk een andere versie van mezelf. Dramatisch, emotioneel en absoluut Italiaans. Via haar kon ik die gevoelens onderzoeken en toelaten.’
Je brengt een evenwicht aan tussen eigen nummers en herinterpretaties. Hoe bepaal je welke bij je passen?
‘De standards die ik heb gekozen passen bij het perspectief van Diavola. Een masker dragen om de waarheid te vertellen. Sommige liefdesliedjes gaan over het verlangen naar liefde, maar er niet echt toegang toe hebben. Ze is een beetje een eenzaam personage. En Raindrops Keep Falling On My Head: mijn moeder gaf me ooit een muziekdoosje. Dat liedje bleef maar in mijn hoofd hangen, maar op het album heeft het een heel andere betekenis gekregen.’
De droom van een droomband komt uit
Hoe heb je al die geweldige muzikanten voor je album weten te strikken?
‘Blue Notes Don Was belde me ongeveer zes maanden nadat ik bij Blue Note had getekend. Hij vroeg: ‘Heb je al nagedacht over je eerste album?’ Natuurlijk had ik dat. Toen vroeg hij: ‘Als je iedereen mocht kiezen, wie zou je dan willen?’ Dat was een van de gekste vragen die ik ooit heb gekregen. Ik noemde meteen drummer Brian Blade en bassist Larry Grenadier. Met Brian had ik al gewerkt voor Joshua’s album, dus daar was al een band en echt vertrouwen. Josh bracht me vervolgens in contact met gitarist Jeff Parker, van wie ik groot fan ben. We zijn ruim een jaar voor de opnamen samen gaan werken. Zo konden we een paar optredens doen om de muzikaal chemie te verkennen.’
Hoe creëer je als zanger ruimte voor jezelf binnen zo’n sterk ensemble?
‘Juist doordat zij zulke geweldige muzikanten zijn. Ik heb mensen gekozen die ruimte voor mij creëren. Ik hoef niets te doen om mezelf erin te plaatsen — ze zijn zo gevoelig, zo bereidwillig en zo goed in staat om zich aan te passen aan mijn energie en keuzes. Daarom wilde ik met hen werken. Ze creëerden de ruimte voor mij. Het was makkelijk om in te stappen.’
Elke avond opnieuw in de huid van Diavola
Kruip je tijdens liveoptredens echt in de huid van Diavola?
‘Tot op zekere hoogte wel. Voor mij voelt optreden altijd als een transformatie. Overdag ben ik heel anders dan wanneer ik ’s avonds het podium op ga met hakken, make-up en een jurk. Dat helpt me om in die wereld te stappen. Joshua heeft me bovendien geleerd hoe bijzonder het is om avond na avond dezelfde muziek te spelen. Dat klinkt misschien repetitief, maar het tegenovergestelde is waar: het stelt je in staat om je in de muziek te verdiepen en zo krijgt de muziek iedere avond een andere betekenis. En ik vind het geweldig; het verveelt nooit. Omdat het elke avond kan zijn wat je maar wilt.
Na je studie bleef je eerst in Californië, om vervolgens naar New Orleans te verhuizen. Wat deed die stad met je als zangeres?
‘Ik begon tijdens mijn studie met optredens in San Francisco. Het was een heavy scene, en mijn doel was altijd om indruk te maken op de jongens in de band — we deden het voor elkaar. In die tijd sloot ik mijn ogen tijdens het zingen en ging ik op in mijn eigen wereld. Het publiek was niet echt van belang, en zij waren ook niet geïnteresseerd.
Toen ik naar New Orleans verhuisde, werd ik meteen geconfronteerd met een totaal ander paradigma: de muziek is er zo duidelijk voor het publiek. Mensen komen er om muziek te beleven en ze creëren een cultuur die echt voor de luisteraar is.
Als zanger realiseerde ik me daar pas echt hoe direct een stem mensen kan raken. Iedereen heeft een stem, dus het is het meest menselijke instrument dat er bestaat. Sindsdien ben ik me veel bewuster geworden van mijn rol op het podium, en ik waardeer die nieuwe invalshoek. Met Diavola voel ik hoever ik ben gekomen sinds dat meisje dat met gesloten ogen in een bar stond te zingen.’


