Op het album 'Leave That In There' laat de Amerikaanse pianist compositie, improvisatie en experiment samenvloeien in een hechte muzikale suite.
Tekst: Annie van der Velde | Foto’s: Youri Lenquete
Sullivan Fortner is veel op tournee. Als vaste begeleider van zangeres Cécile McLorin Salvant en als sideman in verschillende bezettingen reist hij over de wereld. Op de ochtend van ons gesprek is Fortner precies 24 uur thuis in New York. Terwijl hij koffiezet, vertelt de pianist over zijn nieuwe album Leave That In There. Daarna wacht Newport Jazz Festival, waar hij met zijn eigen trio speelt, gevolgd door zijn eerste tournee als bandleider door Japan. Het geeft Fortners tempo weer in het leven, maar zijn nieuwe album vraagt juist om iets anders: aandacht, geduld en herhaald luisteren.
Leave That In There is geen plaat die zich onmiddellijk prijsgeeft. De muziek is gelaagd en associatief, met composities die in elkaar overlopen en telkens nieuwe details onthullen. Ook live klinkt de muziek inmiddels anders. ‘We speelden pas een jaar samen toen we deze opname maakten. Nu zijn we bijna drie jaar verder en is de muziek natuurlijk verder ontwikkeld. Wat we eerder dit jaar in Amsterdam speelden, was alweer een bewerking van wat je op het album hoort.’
Ideeën verzamelen
Het album is diepgeworteld in Fortners achtergrond en de muzikale geschiedenis van Louisiana en New Orleans. Toch begint hij niet met een vooraf bedacht verhaal wanneer hij componeert. ‘Voor mij ontvouwt het verhaal zich gaandeweg. In een ideale wereld zou er een verhaallijn zijn waar ik naartoe schrijf. Maar meestal schrijf ik gewoon wat en verzin ik dingen. Tijdens het spelen komt er iets op dat een bepaald gevoel geeft, en misschien past dat.’
Die intuïtieve manier van werken leerde hij mede van zijn voormalige docent Fred Hersch. ‘Ik vroeg hem eens naar compositie en hij zei: pak een eierwekker, zet die op vijftien minuten, kies een toonsoort en ga aan de slag. Veel van de nummers die hij als goede composities beschouwt, zijn in een korte tijd geschreven.’
Fortner nam die methode over. Hij zet een timer, improviseert en neemt zichzelf op. Vervolgens luistert hij terug en verzamelt hij de elementen die hem aanspreken. ‘Ik ben in geen enkel opzicht een componist’, zegt hij met een klaterende lach. ‘Ik benader het heel losjes, bijna als een dagboek. Vanmorgen nog ging ik zitten, zette mijn recorder aan en speelde drie stukken van vijf minuten. Misschien komt daar iets uit, misschien ook niet. Er is geen druk.’
Eén grote compositie
Die losse ideeën kunnen uiteindelijk een onverwacht geheel vormen. In de studio speelt de band een nummer één keer, alsof het om een optreden gaat. Fortner gebruikt bewerkingstechnieken van Pro Tools of Melody daarna niet om fouten te corrigeren. ‘We gebruiken de studiohulpmiddelen juist voor het arrangeren of voor improvisatie. Soms denk je normaal gesproken: dat stukje halen we eruit. Maar dan zeggen we juist: laten we het erin houden, het knippen, herhalen en er iets nieuws van maken.’
Zo ontstond ook Sugar Cane, dat voortkwam uit een ongebruikte take van Number 3. ‘Ik nam het intro uit een ongebruikte take, zette die in een loop en daaruit ontstond een heel nieuw stuk. Ik vind het leuk om bestaand materiaal te hergebruiken, op een bepaalde manier lijkt het op klassieke muziek.’ Ook de korte intermezzo’s op het album zijn vaak opgebouwd uit fragmenten van andere composities. Een paar maten worden uit hun oorspronkelijke context gehaald, herhaald of veranderd en krijgen zo een nieuw leven. Daarom zijn alle nummers met elkaar verbonden als één grote compositie, in plaats van twaalf of veertien losse nummers die niets met elkaar te maken hebben.’
Ritmische systemen
In Sugar Cane klinkt een sterk ritmische laag door die associaties oproept met Earth, Wind & Fire. Fortner beschouwt die vergelijking als een compliment. ‘Dat is enorm. Als je wordt vergeleken met mensen naar wie je opkijkt, geeft dat een goed gevoel.’ Hij hoort zelf vooral de verbinding met Afrikaanse en Afro-Cubaanse ritmes. ‘Veel van die ritmische systemen en vormen van spiritualiteit zijn geworteld in de Afrikaanse diaspora. Kayvon (Gordon, drummer) speelde met sommige van die batá-ritmes in Sugar Cane en daar zit zeker een verband.’
Voor Fortner zijn die wortels echter niet iets wat hij bewust aan zijn muziek toevoegt. ‘De Afrikaanse ritmische en culturele wortels maken deel uit van het DNA van jazz. Omdat ik in New Orleans ben opgegroeid en zelf deel uitmaak van die verbinding, zit het in alles wat ik speel: free jazz, traditionele muziek, gospel, alles daartussenin. Mijn moeder zegt altijd: be yourself, do what you do.’
Experiment zonder vangnet
De korte stukken op Leave That In There laten ook een andere kant van Fortner horen. Hij gebruikt verschillende instrumenten en elektronische effecten, vaak zonder vooraf precies te weten waar hij uitkomt. ‘Het was niet allemaal gepland. Bepaalde instrumenten halen verschillende persoonlijkheden in mij naar boven.’
Als kind begon hij op orgel en dat instrument roept nog altijd een gevoel van nostalgie op, vooral door zijn band met de kerk. Andere instrumenten waren volledig nieuw terrein. ‘De Prophet-synthesizer had ik tot die sessie nog nooit bespeeld. In het verlengde van mijn eerdere album Solo Game wilde ik dingen proberen die ik nog niet eerder had gedaan. Gewoon kijken wat er gebeurt.’
En als het niet werkt? ‘Bij muziek werkt het óf wel, óf niet. Ik heb geleerd om de momenten waarop het niet werkt net zo goed te accepteren als de momenten waarop het wel werkt. Daar leer je van.’
Van sideman naar leider
De grootste verandering op Leave That In There heeft misschien wel te maken met het trio zelf. Met bassist Tyrone Allen en drummer Kayvon Gordon vond Fortner een groep die hem niet alleen muzikaal, maar ook persoonlijk veranderde. ‘In het jaar voordat we opnamen, hebben zij me geleerd om meer vertrouwen te hebben in mijn eigen ideeën. Ik was wel de leider, maar ik gedroeg me soms alsof ik de begeleidingsmuzikant was. Dan dacht ik: wat jullie ook goed vinden klinken, dat doen we. Maar iedereen kijkt naar jou. Jij bent de leider.’
Voor het eerst was Fortner bovendien de oudste muzikant in de band. ‘Ze zijn zo’n negen jaar jonger dan ik. Ik was altijd de jongste in een band, maar nu kwamen zij naar mij voor advies en richting. Ik vroeg dan: wat denken jullie? En zij zeiden: nee man, we komen naar jou als leider.’ Het betekende een fundamentele verandering. ‘Dit trio heeft veranderd hoe ik naar mezelf kijk: als muzikant, pianist en leider.’ Die chemie is volgens hem ook de reden waarom Leave That In There alleen met deze bezetting gemaakt kon worden. De musici leren alles op het gehoor; Fortner geeft geen bladmuziek. ‘Je kunt ze midden in een optreden iets leren en ze begrijpen het meteen. Dat zegt veel over hoeveel zij hebben geïnvesteerd, niet alleen in de muziek, maar ook in het geluid van deze groep.’
Altijd blijven streven
Ondanks zijn drukke agenda en de erkenning die hij inmiddels krijgt, voelt Fortner zich nog lang niet gearriveerd. Het trio won in 2024 de DownBeat Critics Poll in de categorie Rising Star Jazz Group, maar hij relativeert die onderscheiding direct. ‘Nee, ik voel mij absoluut niet gearriveerd. Voor mij heb ik het einde pas bereikt als ik dood ben. Ik moet blijven doorgaan, blijven streven en mijn uiterste best doen om beter te worden. Als we dat niet doen, kunnen we net zo goed dood zijn.’
Ook de nervositeit voor optredens is nooit verdwenen. ‘Nervositeit betekent voor mij dat het je iets kan schelen. Je geeft om wat je presenteert en hoe het wordt ontvangen. Het creëert een bepaalde focus en energie.’
Met Leave That In There lijkt Sullivan Fortner precies die spanning te omarmen: tussen compositie en improvisatie, controle en toeval, traditie en experiment. Het resultaat is een album dat niet alles in één keer vertelt, maar steeds opnieuw uitnodigt om verder te luisteren. Precies zoals Fortner zelf blijft doen: spelen, ontdekken en altijd verder zoeken.
Leave That In There – Sullivan Fortner (Artwork Records) uit op 28 augustus 2026
Concerten Sullivan Fortner Trio:
29 oktober 2026 – De Manege – Namen
30 oktober 2026 – Muziekcentrum De Bijloke – Gent
15 april 2027 – BIMHUIS – Amsterdam


