Menu

Festival Jazz International Rotterdam, kleurrijk palet van stem en klank

Rohey Taalah van het Noorse trio Gurls Rohey Taalah van het Noorse trio Gurls

Het driedaagse intieme en vooral avontuurlijke festival Jazz International Rotterdam stelt op haar achttiende editie de stem centraal in al haar facetten. Met klankkunstenaars en instrumentalisten. Want elke musicus zoekt immers naar zijn eigen stem, zijn eigen sound. 

Tekst: Angelique van Os

Fotografie: Sophie Conin

Op vrijdag en zaterdag waren het enerzijds Amerikaanse blazers die de programmering overheersten, zoals interessante nieuwkomers als Theo Crocker Quartet en Ben Wendel Sessions Band en de onmiskenbare Donny McCaslin. Unieke combinaties ook tussen Anton Goudsmit en de Zwitserse Andreas Schaerer, de Rotterdamse trombonist Efe Erdem en zangeres Lady Shaynah en Vera van der Poel band met trompettist Jan van Duikeren.

Georganiseerde chaos

De zondag start met een groot ensemble: het Chronometer’s Orchestra aangevuld door het Matangi Strijkorkest en een van Neerlands grootse klankkunstenaars: Greetje Bijma. Een vijftienkoppige bezetting waarbij modern klassiek, jazz en avant garde elkaar vinden. Ondanks de complexe ritmen, snelle riffs en soms vreemde harmonieën, blijft het aardig toegankelijk. Dat verandert bij het derde stuk; Metamorphoses 2.1. Dit was een commissiewerk voor het Young Metropole Orkest van gitarist/componist en dirigent van de Chronometer’s, Zacharias S. Falkenberg. De wrange lange noten van de intro zorgen voor samengetrokken kaken en de georganiseerde chaos neemt toe naarmate het stuk vordert, wat uiteraard de bedoeling is. Ingewikkelde razendsnelle passages wisselen elkaar af met strakke stops. Zo vliegt marimbaspeler Maarten Zaagman letterlijk met zijn stokken over zijn instrument. Het speelniveau is hoog.

Er volgt een fraaie feature voor het ijzersterke Matangi Quartet.

Het is een afwisselend concert, want hierna voegt Greetje Bijma zich bij het geheel (zonder blazers) en wordt er vrij geïmproviseerd. De sfeerovergang is wel erg groot, met een hijgende hond vanuit de trombone, elektrische soundscapes met gitaar en Bijma die een krakende deur imiteert en  jodelt in een onverstaanbare taal. En dat alles vol overgave. De vocaliste neemt qua dynamiek de leiding en doet dat met veel humor.

Helaas blijft haar bijdrage bij slechts één stuk. Dat had meer gemogen. Het laatste werk, getiteld Contrast, sluit aan op het begin: ritmisch, afwisselend en een tikje chaotisch. We zijn in ieder geval gelijk wakker en de zintuigen staan op scherp.

Gurl power

Van groot gaan we naar klein: het verfrissende akoestische Noorse vocal trio Gurls: Ellen Andrea Wang (b), Hanna Paulsberg (s) en Rohey Taalah. De eerste dame kennen we uiteraard al van haar fijne elektro plaat Blank Out en samenwerking met Mathias Eick. Rohey maakte indruk tijdens North Sea Jazz dit jaar en Paulsberg spotte ik in 2011 al in Trondheim. Eerder dit jaar verscheen hun debuut Run Boy Run. In Nederland moet hun naam nog groeien, maar in hun thuisland zijn ze hot! En na hun show gezien te hebben ben je snel om.

Er is namelijk een hoop en humor en zelfspot in de jazzy soul van de dames, zoals in Pork Chop Lover, dat gaat over een Oostenrijks ‘liefje’ van Paulsberg die alleen bratwurst eet. Of over een speciale boy die goed is in jodelen. Hilarisch, vooral de theatrale voordracht van Rohey wekt op de lachspieren. Het trio klinkt verrassend vol, wat naast de sterke zang vooral komt door het rijke spel van Wang. Paulsberg vult het geheel mooi aan met ritmische motieven en sierlijke fills.

De Noorse dames laten zich halverwege het concert vergezellen door drummer Elias Tafjord. Daardoor grooved het geheel nog meer en krijgen de ‘boy- songs’ een lekker spicey sausje. Heel fijn! Ik ben fan! Nu al een hoogtepunt van de avond.

Talent Sprangers

Door naar de foyer, waar KiKa Sprangers haar opwachting maakt. Dat is weer even schakelen, naar serieuzere en breekbare muziek. De band komt door de slechte drumversterking en het geroezemoes op de achtergrond niet helemaal tot z’n recht. En dat is jammer. Sprangers slaat zich er met een lange solo zonder begeleiding wel goed doorheen. Na haar vorig jaar meerdere keren gezien te hebben, is ook nu haar talent duidelijk zichtbaar gegroeid. Mooie toon, fraaie frasering, sublieme techniek en strakke timing. Vooral op sopraan imponeert ze.

De dialoog tussen de saxofoniste en de tekstvoordracht van Carmen van Mulier over treinreizen is grappig en verwijst naar het project 51,9 Graden NB (Noorderbreedte). Dit slaat op de gemeenschappelijke breedtegraad van de rivierensteden Rotterdam en Nijmegen (die laatste in verband met zusterfestival in die plaats). Niet alle stukken komen over of raken met de tekstoverdrachten. Dat, terwijl ik met kippenvel vorig jaar bij haar grote ensemble de zaal verliet. Aan de muzikaliteit ligt het niet.

Overtuigende verbeeldingskracht

In zaal 2 spelen de Turkse zangeres Sanem Kalfa en de Roemeense gitarist/violist George Dumitriu. Het duo springt van turbulente gitaar distortion en uitbundige tot zelfs gillende uithalen naar ingetogen mysterieuze, Turkse en Perzische klanken, aangevuld met effecten en loop stations. Allerlei taken en sferen komen voorbij en de twee geven zich volledig. Soms wel wat over de top, met name in de hoogte schiet de virtuoze Kalfa wel eens uit de bocht. Maar het tweetal neemt de luisteraar met overtuigende verbeeldingskracht mee naar hun muzikale wereld die vele gezichten heeft.

Mijn laatste bezochte concert is het New Rotterdams Jazz Orchestra met een feature voor stadsdichter Derek Otte en de Zwitserse stemkunstenaar Andreas Schaerer. Speciaal voor het festival ging het orkest deze samenwerking aan, waarvoor (deels) nieuwe muziek is geschreven. Otte draagt directe beeldende gedichten voor zoals Ik ben gek, een wolkendek, die een mooie combinatie vormen met het orkest. Niet voor niets is hij één van Nederlands bekendste spoken word artiesten. Dynamisch mag het orkest nog wat meer vlammen.

Uitbundige finale

 

New Rotterdam Jazz Orchestra met Andreas Schaerer (met pet) op zang

Zodra Andreas Schaerer de microfoon aan zijn lippen zet komen er allerlei vogelgeluiden uit, gevolgd door Afrikaanse ritmen, trillingen, versieringen en klikgeluiden. Opmerkelijk hoe hij de ritmen zo strak kan vasthouden en tegelijk er doorheen kan neuriën. Wat een techniek! Stilzitten is er niet bij en nu varieert het volume van het orkest wel meer. Het NRJO gaat los, opgezweept door de energieke Zwitser. Een uitbundige finale van deze laatste festivaldag.

Dit intieme driedaagse event, waar bezoekers met gemak alle acts kunnen aanschouwen, verdient  meer publieke belangstelling. Een mooie afsluiting van programmeur Frank van Berkel, die nu voorlopig echt in Amsterdam verblijft als artistiek programmeur van het Bimhuis. Hij geeft het stokje door aan Hugo Dirkson en daarmee is Jazz International Rotterdam ongetwijfeld in de toekomst in goede handen.

terug naar boven