Menu

Brussels Jazz Festival: Afrobeat drummer Tony Allen eert Art Blakey

  • Geschreven door  Willem Jongeneelen
Tony Allen Tony Allen Olivier Lestoquoit

De Afrikaanse drummer Tony Allen is een van de hoofdgasten dit jaar op het Brussels Jazz Festival. Dat is vanaf het tweede weekend van januari 2018 een divers gekleurde jazztiendaagse. De diverse voormalige BRT-studio’s fungeren ook nu nog als prima locaties voor (jazz)concerten, zoals dat ook op de tweede, uitverkochte, avond van het festival wordt bewezen.

De Deense contrabassist-componist Jasper Høiby mag met zijn Britse Fellow Creatures in Studio 1 aftrappen. Dat gebeurt speels. Pianist Will Barry opent solerend, tot bandleider Høiby zijn drummer een knikje geeft, die in mag vallen en de compositie vervolgens een draai van 180 graden maakt. Het eerste deel van de set is vooral vol, met van alles. Gemakkelijk wordt het nergens, met ook nog een sax en trompet die veel aandacht opeisen. De structuren binnen dit optreden vol hedendaagse jazz staan grotendeels vast, echt spetteren gaat het pas als Høiby en Barry zich dienend opstellen en trompettist Laura Jurd vrij mag bewegen, zonder de sax van de op zich vermaarde Mark Lockheart. Jurd gebruikt knap haar hand als demper van haar trompet, en naarmate de set vordert krijgen ook haar fraaie melodieën gelukkig steeds meer ruimte.(lees verder na de foto)

 DSC5385

Laura Judd op trompet en Jasper Høiby op bas

Ook blijkt een aloud cliché maar weer eens waar; de kunst van het weglaten biedt hier duidelijk uitkomst. Het beste moment van dit optreden is dat als beide blazers aan de zijkant geposteerd worden, de pianist zich als een jonge Monk met peper in zijn reet mag gaan gedragen, de drummer (Jon Scott vervangt Corrie Dick) zijn brushes bovenhaalt en Høiby mag gaan grooven. Een optreden met twee gezichten ontvouwt zich, met veel tracks van hun debuutalbum. Composities geïnspireerd op niet al te depressieve passages over zware onderwerpen als klimaatverandering uit het boek This Changes Everything van Naomi Klein. Een aanrader, volgens Høiby. Het leverde hem in ieder geval mooie ideeën op om zijn jazzpatronen, waarmee hij ook al in Phronesis floreerde, anders in te kleuren. Het einde van het optreden, inclusief de terecht afgedwongen late toegift, is bijzonder spannend, vooral dankzij zijn dynamische bassolo’s, meer groove, vrije breaks en die drummer die plots los gaat alsof hij alsnog een paar Duracell-batterijen inslikte.  

Op naar de veel grotere Studio 4, waar drummer Tony Allen een speciale opkomst staat te wachten. Achter zijn band aanlopend, op de hielen gezeten door een cameraploeg, wacht hem een overweldigend welkomstapplaus. Even doet het me denken aan die opkomst van zijn oude Afrikaanse bandleider, Fela Kuti, een kleine veertig jaar geleden, als vorst in Vorst Nationaal, toevallig ook in Brussel. Allen was jaren lang lid van diens band Africa ‘70 en in die hoedanigheid uitvinder van de Afrobeat. In Flagey anno 2018 wacht hem een andere rol. ‘Verandering van spijs doet eten’, zo luidt de vrije vertaling van zijn uitleg waarom hij zich op het Brussels Jazz Festival met een ronduit weergaloos goede band op andere muziek stort. "Muziek is als eten. Afrobeat is al die tijd hetzelfde eten. Vandaar nu deze andere maaltijd: jazz.” De 77-jarige Allen drumt beter dan hij praat. Vandaar dat hij zijn publiek bij voorbaat van een miljoen bedankjes voorziet. Voor het geval dat het zijn optreden mooi gaat vinden. (lees verder na de foto)

 DSC5558

Tony Allen op drums met contrabassist Mathias Allamane

De zonnebril gaat op vóór hij aftikt. Ook zijn hoedje blijft anderhalf uur lang constant op zijn hoofd. De in Parijs woonachtige Tony Allen keert in Brussel terug naar zijn jazzroots, speelt tracks van zijn jazzplaat The Source en eert samen met zijn band drummer Art Blakey. Dat laatste gaat hem, maar vooral zijn band, redelijk af. Dat wil zeggen, zijn bandleden omarmen de grote hoeveelheid vrijheid die de begeleidende Allen hen verschaft tijdens het spelen van het vooral ook in de jaren vijftig door The Jazz Messengers met verve gebrachte bebop-repertoire. Allen is ook een levende legende, laat daar geen onduidelijkheid over bestaan. Maar hij is geen Blakey. Hij is dienend, speelt vooral ingehouden en steelt zelden de show zelf. Hij komt slechts zelden in de buurt van de altijd van energie blakende Blakey. Het zijn vooral de solo’s op trombone van Daniel Zimmerman die het optreden bij vlagen naar grote hoogten doen stijgen.

Na een kleine drie kwartier is er dan toch echt die eerste drumsolo. Klein beetje onorthodox, maar dat mag. Moeilijke breaks, vrije overgangen. Het verloopt wat stroef en na amper een minuut redt contrabassist Mathias Allamane hem alweer door slim in te vallen. Allamane houdt overigens met zijn weergaloze spel de hele band bij elkaar. Wat een beest; op tijd ingrijpend, bijsturend en groovend. Ook pianist Jean-Phi Dary en twee om beurten, of samen, solerende saxofonisten zorgen voor veel bijval. Na bijna anderhalf uur is er een tweede solo van Tony Allen. Met meer drive en een stuk zelfverzekerder. De man blijkt warm gedraaid, het publiek raakt euforisch en ook Allamane hoort dat het goed zit en laat hem uitpakken dit keer. Als er na de staande ovatie in de toegift ook nog iets van zijn Afrikaanse beats in het werk worden verweven, vloeien even naadloos twee van de verschillende drumwerelden van Allen samen. Het werkt. Wordt het toch nog een Orgy In Rhythm. Allen geniet. Wij met hem.

 DSC5676

Rohey

Het publiek in Flagey krijgt vrijdagavond nog een toegift. De Noorse band Rohey zorgt in de foyer voor een stevige, luide, maar uiterst swingende afterparty. Een beetje oneerbiedig weggestoken in een nis geeft het kwartet van zangeres Rohey Taalah vol gas met keys, elektronica, bas en drums. Funky neo-soul, met de nodige jazzy solo’s, maar vooral ook een dijk van een stem als stralend middelpunt. Rohey jut het publiek op en dans zich in het zweet. Ze werd door sommigen al eens vergeleken met grote namen als Erykah Badu en Amy Winehouse, maar daarvoor is het eigenlijk nog veel te vroeg. Dat ze bulkt van het talent en uitstraling, dat staat wel al vast. Al zag dat laatste niet iedereen in Brussel, want slechts een klein gedeelte van het publiek had zicht op de band dankzij de podiumloze opstelling in die foyer. Was er niet nog ergens een kleine studio zonder stoelen in dat mooie gebouw, waar je wel met een biertje binnen mag? We onthouden Rohey alvast voor een volgende passage!    

terug naar boven