Menu Sluiten

Miles Davis: de man met een plan

Hij schokte de jazz meerdere keren tot op het bot. Maar veel van wat Miles Davis aanwees, is nog altijd niet verkend. Een essay over conceptdenken, creatieve vrijheid en de blijvende erfenis van 'Bitches Brew'

Dat Miles Davis de jazz meerdere keren grondig heeft opgeschud, staat vast. Sterker nog: zijn rigoureus vernieuwende projecten uit de jaren zeventig en tachtig leidden aanvankelijk vooral tot een tegenbeweging. Conservatieve geesten als schrijver Stanley Crouch en trompettist Wynton Marsalis probeerden wanhopig de geest weer in de fles te krijgen.

Aan Miles is het te danken, en volgens sommigen te wijten, dat jazz niet als een formele taal kan worden beschouwd, maar ook als een mentaliteit. Wat typisch als jazz klinkt, kan zich juist keren tegen zijn visie dat de muziek zich altijd moet verversen. En wat jazz werkelijk vernieuwt, hoeft helemaal niet als typische jazz te klinken.

Conceptdenken als fundament

Miles was een meester in conceptdenken. In veel hedendaagse jazz blijft dat een ondergeschoven kindje. Cruciale platen als Birth Of The Cool, Kind Of Blue, In A Silent Way en Bitches Brew zijn het resultaat van uitgesproken ideeën die het creatieproces al op voorhand stuurden.

Miles was steeds de man met een plan, maar hij hield zijn musici daar grotendeels onwetend over. Hij dacht in afbakenende kaders, maar deelde ze niet. Hij verwachtte dat zijn muzikanten zelf een vorm zochten die paste bij wat hij in gedachten had. ‘Speel niet wat er is, speel wat er niet is’, luidt een van zijn gevleugelde uitspraken. Om die reden liet hij zijn musici in het duister tasten. Tegelijk gunde hij hen enorm veel vrijheid. Op zijn beurt permitteerde Miles zichzelf nagenoeg alle vrijheid om hun inbreng binnen zijn kaders om te vormen, en eigende hij zich daarbij regelmatig ook hun credits toe.

De radicale keuzes achter Bitches Brew

Nergens etaleerde Miles deze werkwijze zo extreem als bij de opnamen van Bitches Brew in 1969. Dat hij heldere ideeën had over klankkleur, blijkt uit de opmerkelijke bezetting: twee bassisten op contrabas en Fender-bas, drie toetsenisten op elektrische piano, en twee rietblazers waarbij Wayne Shorter uitsluitend sopraansax speelde en Bennie Maupin door Miles was gevraagd zijn saxofoons thuis te laten en alleen de basklarinet mee te brengen.

Bitches Brew zou een van Miles’ succesvolste én meest controversiële platen worden. Ten tijde van de opnamen was hij al zo’n twintig jaar bezig om jazzwetten naast zich neer te leggen. Nu verwierp hij een van de belangrijkste aannames in jazz, of trok hij er juist de uiterste consequentie uit.

Twee keer regie

De spontaniteit van het spel in de studio werd achteraf gestructureerd met knip- en plakwerk. Producer Teo Macero bracht op basis van Miles’ aanwijzingen orde aan in het uitgebreide studiomateriaal. Niet de beste take werd gekozen, maar uit alle takes werd een compositie gedistilleerd. Die kon flink afwijken van het origineel, zoals bij Joe Zawinuls Pharaoh’s Dance. In de rock was deze werkwijze al lang gebruikelijk. In de jazz was het vrijwel onbetreden terrein.

Voor Miles was de winst evident: hij kon nu twee keer de regie nemen. Eerst bij het uitdenken van de kaders. Daarna bij het kneden van het opgenomen materiaal. Doordat hij via samenwerking met Macero achteraf controle kreeg over de spontaan gespeelde muziek, kon hij die spontaniteit paradoxaal genoeg juist vergroten. De definitieve vorm van een compositie lag niet vast op het moment van spelen, maar pas bij de nabewerking.

Het werd hem niet in dank afgenomen. Miles zou de ziel van jazz hebben verkocht. Hij speelde geen jazz meer maar rock, zo werd gezegd.

Vrijheid als rode draad

Doordat Bitches Brew zo’n evidente breuk leek, werd de plaat onterecht losgemaakt van andere ontwikkelingen in diezelfde tijd. Miles’ werk is bijvoorbeeld nauwelijks in verband gebracht met freejazz uit de jaren zestig. Maar ook hij streefde naar optimale vrijheid, en legde daarbij de connectie met de burgerrechtenbeweging en het groeiende Afro-Amerikaanse bewustzijn.

Publiekelijk zette hij zich weliswaar af tegen musici als Ornette Coleman en Don Cherry. Maar hij begreep goed welke kant ze op wilden en verwerkte vergelijkbare elementen in zijn eigen muziek. Zijn imago van blitskikker met snelle auto’s en oogverblindende vrouwen staat daar niet per se mee op gespannen voet. Miles zocht de vrijheid. Als Afro-Amerikaan deed hij wat voorheen alleen aan blanken was voorbehouden. En in zijn muziek liet hij zich door niemand iets voorschrijven.

Tekst: Mischa Andriessen | Openingsbeeld: Miles Davis – Fotocredit: Wikimedia-Commons

Dit is een bewerking voor online van het artikel Miles Bleef Miles (tweede deel) dat in Jazzism 5-2016 verscheen.

Lees ook:

Miles Davis’ laatste tour met John Coltrane in 1960

‘Ascenseur Pour l’Échafaud’: De toevalstreffer van Miles Davis

Miles Davis, Gil Evans en de oorsprong van moderne jazzklassiekers

Deel bericht

Laatste nieuws